Kievitsei? Nee, oude dobbelsteen

Jetse Veenstra uit Kollumerzwaag ging vorig jaar op pad om kievitseieren te zoeken en kwam thuis met wat nu een dobbelsteen uit de derde eeuw blijkt te zijn.

Toen hij het kleinood van gebakken klei op een maïsakker bij hem in de buurt had gevonden, was het voor hem alleen een aardigheid waarmee hij verder niets deed. Tot hij in de krant het bericht zag dat het IJstijdenmuseum in Buitenpost een taxatiedag organiseerde. Hij ernaar toe, afgelopen zaterdag, met zijn vondst.

Toen hij zijn dobbelsteen tevoorschijn haalde, waren de experts, Evert Kramer van het Fries Museum en Jan Zijlstra, de ‘ontdekker’ van de koningsterp van Wijnaldum, meteen enthousiast. Dit was een bijzondere dobbelsteen uit de Romeinse tijd, dat zagen ze zo. De meeste dobbelstenen uit die tijd zijn gemaakt van been. Maar deze was van gebakken klei en daarvan zijn er niet zo veel – het Fries Museum heeft er toevallig één in zijn collectie. Bovendien was de dobbelsteen ongelijkmatig van vorm. De hoeken waren niet mooi afgerond en de zijden waren niet even groot.

Dit was nu een typisch voorbeeld van hoe in de derde eeuw een Friese boer op een terp, die een keer een echte Romeinse dobbelsteen had gezien, zo’n kubusje had proberen na te maken van Friese klei.

De experts wilden meteen weten of de dobbelsteen het wel goed deed en begonnen er voor de camera van de lokale televisie mee te rollen. Veenstra was bang dat de steen van de tafel zou rollen en kapot zou vallen, maar alles ging goed. Anders dan verwacht rolde hij niet steeds op hetzelfde cijfer. Maar de deskundigen dachten niet dat de Romeinen hem officieel goedgekeurd zouden hebben.

Net als bij Kunst & Kitsch draait het bij zo’n taxatiedag om wat iets waard zou kunnen zijn. De experts dachten dat de dobbelsteen enkele honderden euro’s moest kunnen opbrengen. Veenstra was even beduusd, maar besloot dat zo’n voorwerp niet bij hem thuis hoorde. Hij schonk de dobbelsteen ter plekke aan het IJstijdenmuseum. Daar is hij nu voor iedereen te zien.