'Je moet vooral strategische keuzes maken'

Ann Goldstein, sinds een jaar directeur van het Stedelijk Museum, opent donderdag haar tweede tentoonstelling. „We doen er alles aan om de collectie weer zichtbaar te maken.”

Nederland, Amsterdam, 25-02-2011 Ann Goldstein directeur van het stedelijk museum op de grote trap in de hal van het museum. foto: Bram Budel
Nederland, Amsterdam, 25-02-2011 Ann Goldstein directeur van het stedelijk museum op de grote trap in de hal van het museum. foto: Bram Budel Bram Budel

Ze is moe, zegt ze, en komt soms wat hakkelig uit haar woorden. Haar eerste jaar als directeur van het Stedelijk Museum is de Amerikaanse Ann Goldstein (1957) niet in de koude kleren gaan zitten. Ze kwam terecht in een museum dat al tijden dicht was en geen zicht had op een concrete heropeningsdatum. Ze werd door de Nederlandse pers niet bepaald hartelijk ontvangen. En tot overmaat van ramp ging vorige maand de aannemer failliet die belast was met de nieuwbouw. „Het was tumultueus”, beaamt Goldstein. Om direct op zijn Amerikaans eraan toe te voegen: „Maar ook een enorme uitdaging”.

Maar ze is vooral ook opgetogen. Want na alle slechte berichten over het Stedelijk is er nu weer iets om naar uit te kijken. Donderdag opent Goldsteins tweede tentoonstelling in de gerenoveerde oudbouw van het museum. En op deze tentoonstelling, Temporary Stedelijk 2: Making Histories, is eindelijk de vermaarde collectie van het Stedelijk weer in haar volle breedte te zien. De copulerende neonfiguren van Bruce Nauman flikkeren weer in een van de bovenzalen, terwijl een verdieping lager de TV Buddha van Nam June Paik sereen naar zijn beeldscherm staart. Er zijn vitrines met de prachtigste serviezen, zalen vol wereldberoemde meubelen en op de parketvloer ligt, heel vertrouwd, een verzameling ijzeren tegels van Carl Andre.

De erezaal is voorzien van een klimaatinstallatie, zodat ook de werken van Malevitsj, Mondriaan en Matisse de depots konden verlaten. Goldstein: „Zelfs de schilderijen van Charley Toorop, die niet in die zaal hangen, hebben we zo geprepareerd dat ze toch getoond kunnen worden. Ons conservatieteam heeft een prachtig systeem ontwikkeld, dat de werken door middel van een microklimaatomhulsel beschermt. Er wordt dus alles aan gedaan om de collectie weer zichtbaar te maken.”

Bent u verrassingen in de collectie tegengekomen?

„Zeker. Zo wist ik niet dat er een vroeg werk van Barbara Bloom in de collectie zat, uit de tijd dat ze hier in Amsterdam woonde. En toen ik laatst met de Amerikaanse kunstenaar Allan Ruppersberg praatte, vertelde hij me dat er een werk van hem uit 1973 in de collectie zat. Dat is sinds die tijd nooit meer getoond. Maar ook de designcollectie heeft me verrast. En in de grafische collectie ontdekte ik de manuscripten van oud-directeur Willem Sandberg, vol vormexperimenten die hij getekend had terwijl hij in de oorlog ondergedoken zat. Die laten we nu ook voor het eerst zien.”

Wat zijn volgens u de sterke en zwakke plekken in de collectie?

„Ik ben de collectie nog aan het leren kennen. Bijvoorbeeld door de wekelijkse lijsten met bruikleenaanvragen. Al vrij in het begin van mijn aanstelling was er een aanvraag voor een Charley Toorop voor de tentoonstelling in Museum Boijmans. Ik kende dat werk niet goed, maar was er diep door geraakt toen ik het zag.

„Maar het is niet mijn doel om hiaten in de collectie te vullen, ik heb ook geen speciaal wenslijstje. De aankopen die ik heb gedaan, versterken dat wat er al is. Het is me bijvoorbeeld wel opgevallen dat er geen Marcel Broodthaers in de collectie zit. Maar het Bonnefantenmuseum heeft wel werk van hem, en het Van Abbemuseum ook. Bij ieder werk dat ik aankoop, wil ik weten hoe die kunstenaar door andere musea is aangekocht. Zodat er geen dubbelingen komen. Met beperkte budgetten moet je strategische keuzes maken. Van Rineke Dijkstra bijvoorbeeld, hebben we de video Ruth Drawing Picasso gekocht, omdat het andere werk uit die serie al aangekocht was door De Pont. Dat is prima, ze zijn allebei in Nederland en kunnen dus gemakkelijk samen getoond worden.”

Deze nieuwe expositie heeft geen einddatum. Heeft dat een reden?

„Dit programma duurt voort totdat we weten wat de echte planning van de nieuwbouw gaat worden. De tentoonstelling heeft een structuur waarbinnen van alles kan wisselen. Over zes weken zal je al weer andere werken zien. Ik houd van een dynamische benadering van de collectie. Het museum bevindt zich nog steeds in een fase van transitie en improvisatie. Dat geeft ons veel flexibiliteit en vrijheid.

„Normaal gesproken denk je bij collectiepresentaties aan statische tentoonstellingen die lang duren. Ik vind het belangrijk dat mensen het museum gebruiken, dat ze snel terugkomen. Daarom hebben we nu ook een boekwinkel. Maar het is niet zo dat het Stedelijk, zodra het af is, niet meer zou mogen improviseren en experimenteren. Alles wat we nu doen, zullen we ook in de toekomst moeten doen, als het aan mij ligt.”

In een persbericht dat u afgelopen week rondstuurde, zegt u dat u ervan uitgaat dat het museum dit jaar niet meer opengaat. Maar de gemeente Amsterdam houdt nog steeds vast aan een opening in 2011.

„We weten allemaal dat wanneer er een datum gekozen is, dat die deadline ook haalbaar en realistisch moet zijn. De heropening moet gepland worden. En dat moet zorgvuldig gebeuren. Op basis van de informatie die ik heb, zie ik niet dat een opening in 2011 nog haalbaar is. Het museum moet zijn toekomstige tentoonstellingsprogramma afstemmen op de voortgang van de nieuwbouw. Daarom houd ik het op 2012.”

Hoe frustrerend is het om te moeten omgaan met al deze vertragingen en tegenslagen?

„Mijn aanpak is om weer een functionerend museum te zijn, een actief lid van de museumgemeenschap in deze stad, in dit land, en in de wereld. Ik ben er trots op dat we de regie naar ons toe zijn gaan trekken, en zijn gaan kijken wat we wél konden doen. Natuurlijk is het van groot belang dat we een heropening kunnen plannen. Er hangt veel vanaf. Maar ik vind ook dat de toekomst nu al begint en dat wat we nu doen ook belangrijk is. Dus ik wanhoopniet door de recente ontwikkelingen. Ze hebben ons ook helderheid gegeven.”

Wat heeft u afgelopen jaar bereikt?

„Dat de deuren van dit gebouw voor het eerst in zeven jaar weer open zijn gegaan. Dat dit museum weer gevuld is met kunst en kunstenaars en mensen. Daar ben ik extreem trots op.”

Een van de reden waarom u bent aangesteld als directeur is uw ervaring in fondsenwerving. Heeft uw nieuwe sponsors kunnen werven voor het Stedelijk?

„Het is moeilijk om financiers te vinden, om mensen enthousiast voor je te krijgen, als je museum gesloten is. En het helpt ook niet echt dat er nog steeds geen heropeningsdatum is. Je wilt mensen overtuigen, maar dat is moeilijk als er zoveel onzekere factoren zijn. Nu we weer open zijn, kunnen we relaties verwelkomen. Een van de belangrijkste factoren van fundraising is dat je je relaties cultiveert. En op een gegeven moment vraag je of zij je willen helpen. Dat heb ik gedaan. Beide exposities van Temporary Stedelijk zijn met sponsorgelden en dankzij particulieren gefinancierd.”

Zijn er nachten dat u wakker schrikt en denkt: ik wou dat ik de overstap nooit gemaakt had?

„Nee!”

Dus geen spijt?

„Nee, ik leef niet om spijt te hebben. Je neemt je beslissingen zo goed als je kunt en accepteert ze.”

‘Temporary Stedelijk 2: Making Histories’ opent op 3 maart. Inl: www.stedelijk.nl