Je blijft bladeren in dit boek vol TON-emotie

Gerjan Heij: De bedrijven die ons land groot maakten. Terra. 143 blz. €24,95

Geschiedenis is te bedrijven door een diepe, smalle put in een onderwerp te graven, om vervolgens de bodem per vierkante millimeter af te speuren naar ongedachte verbanden of onbekende, schokkende contrasten.

Maar wat kan het soms ook verrukkelijk zijn om over de oppervlakte te scheren en te kijken wat men zo van het verleden opvangt. Voor de laatste vorm van geschiedbeleving is Gerjan Heijs De bedrijven die ons land groot maakten ideaal.

Belangrijker is een andere functie van Heijs vogelperspectief: het is een Trots Op Nederland-boek. Men is trots dat men in een land leeft waar zo’n boek gemaakt kan worden.

Er komen in het boek een hoop bekenden voorbij. Philips, Palthe, Honig, Douwe Egberts, Heineken, Albert Heijn: merken en firma’s die nog steeds sterk staan. Maar in het beperkte aantal regels dat de auteur van De bedrijven die ons land groot maakten toebedeeld kreeg, komen we ook een aantal onbekende feiten tegen. ‘Wist u dat het logo van Shell eerst een mosselschelp was?’ vraagt Gerjan Heij de lezer. Ik moest het hoofd schudden. Dat Shell in eerste instantie in Japanse sierschelpen handelde wist ik evenmin, de olie dook pas eind negentiende eeuw in het assortiment op.

Erg ingenomen was ik ook met de twee tekstblokjes over de Nederlandse luciferindustrie. Ik leerde er uit dat lucifers van populierenhout worden gemaakt en dat Eindhoven dankzij haar peppelrijke omgeving het centrum van deze tak van nijverheid werd. De zwagers Mennen en Keunen importeerden het Zweedse concept van de ‘säkerhets tandsticka’ en begonnen in 1870 zelf veiligheidslucifers te produceren: Molenlucifers.

Vanaf 1920 werden alle lucifersfabrieken opgekocht door de Zweedse luciferkoning Ivar Kreuger, de productie zou later helemaal in Zweden terechtkomen. Een mooie zin van Gerjan Heij: ‘De laatste Nederlandse lucifer wordt in 1979 in Eindhoven gemaakt.’ In zo’n simpele regel wordt geschiedenis bijna tastbaar.

Met de sigaren komen we even later terug in luciferstad Eindhoven, dat door Philips’ gloeilampenfabriek dan lang ‘lichtstad’ is genoemd, maar toch passender la ville fumée zou moeten heten, ‘gerookte stad’. Tabaksmagnaat Van Abbe maakt er zijn Senator- en Karel I-sigaren. Heel Brabant is groot gerookt, dankzij de merken Derk de Vries (Bladel), La Paz (Boxtel), Agio (Duizel), Hofnar en Willem II (Valkenswaard).

De bedrijven die ons land groot maakten. We blijven bladeren in dit boek, vol TON-emotie.

Atte Jongstra