In mijn kostuums zit Russische vervreemding

„Van regisseur Gerardjan Rijnders kreeg ik drie sleutelwoorden om de kostuums voor De Meeuw te ontwerpen”, zegt Sabine Snijders. „Dat waren: non-design, armoede en platteland. ” Dit verzoek van Rijnders klopt met zijn visie op de personages in het toneelwerk van Tsjechov: de mensen zijn niet van adel, de vrouwen dragen geen ruisende japons. Lange tijd is Tsjechov echter anders opgevoerd.

Snijders ontwierp de laatste seizoenen een keur aan kostuums voor uiteenlopende producties als Faust I&II van het Nationale Toneel, Moord in de kerststal door het Ro Theater en nu is ze verantwoordelijk voor de kostumering van Tsjechov3 door Theatebureau Hummelinck Stuurman. Na De Meeuw volgen Oom Wanja en De kersentuin.

„De opdracht ‘non-design’ prikkelde me”, zegt Snijders. „Juist daardoor voelde ik me vrij. In overleg met Rijnders kwamen we erachter dat de voorstelling een soort ‘plattelands-chic’ moet uitstralen. Zo’n afspraak is van invloed op mijn werkwijze. In het geval van Faust bereidde ik me voor door inspiratie te zoeken in de schilderkunst, in modetijdschriften. Ik maak dan tekeningen en vul die aan met collages. Hiermee ga ik naar het kostuumatelier.”

Bij De Meeuw was het anders, vertelt ze. „Daarvoor ben ik naar markten gegaan en ben ik gaan zoeken in winkels, soms zelfs in tweedehands kledingwinkels. Wat ik kocht, moest ik soms vermaken.”

De twee uitzonderingen die ze in De Meeuw maakte, zijn voor de jurk van de gevierde actrice Arkadina (Saskia Temmink) en de jonge, aankomende actrice Nina (Eline ten Camp). „In die entourage van betrekkelijke eenvoud wil Arkadina opvallen. Zíj heeft wél grandeur. Maar het is een wat boerse grandeur. Daarom draagt ze een jurk die weliswaar glanst als zijde, maar die is bezet met een patroon van bloemetjesbehang. Haar tegenpool is de jonge Nina. Ook zij acteert, maar ze is verlegen. Daarom geef ik haar in het eerste bedrijf een flodderig jurkje van katoenen toile. De losheid daarvan drukt haar kwetsbaarheid uit. In de kostumering wil ik zichtbaar maken hoe de verhoudingen tussen de personages liggen.”

Op een reis naar Moskou viel het Sabine Snijders op hoe „vervreemdend” mensen daar hartje winter in metershoge sneeuw gekleed gaan: „Blote benen boven hoge pumps, bijvoorbeeld”, zegt ze. „Die vervreemding vind je terug in de kostuums voor De Meeuw. Soms is het nét niet passend. Maar dan werkt het wel. Ik vertelde een vriendin eens waar het stuk over gaat: over mensen die de geboden liefde afwijzen en de onmogelijke liefde achternajagen. „Dat is heel Nederlands”, zei die vriendin. „Maar het is een Russisch stuk!” repliceerde ik. Je kunt ook zeggen: het zijn universele, algemeen menselijke gevoelens. Daarom kun je De meeuw ook niet als adellijk salonstuk brengen. Dan haal je de herkenbaarheid weg. Onze personages zijn herkenbaar juist dankzij hun kostuums.”