Hollanders komen van overal

De Nederlandse cricketers maakten vorige week indruk tegen Engeland maar verloren gisteren van de West-Indiërs.

De ploeg bestaat uit drie profs en verder amateurs.

West Indies cricketer Kemar Roach (R) makes an appeal against Netherlands cricketer Pieter Seelar during their Cricket World Cup match at The Feroz Shah Kotla Stadium in New Delhi on February 28, 2011. Netherlands were 115 runs all out in 31.3 overs as they chased the West Indies score of 330 runs, a defeat of 215 runs. AFP PHOTO/ MANAN VATSYAYANA
West Indies cricketer Kemar Roach (R) makes an appeal against Netherlands cricketer Pieter Seelar during their Cricket World Cup match at The Feroz Shah Kotla Stadium in New Delhi on February 28, 2011. Netherlands were 115 runs all out in 31.3 overs as they chased the West Indies score of 330 runs, a defeat of 215 runs. AFP PHOTO/ MANAN VATSYAYANA AFP

Voor Tom Lexley William Cooper (24) gaat de zomer nooit voorbij. Als de herfstbladeren vallen in het Amsterdamse Bos verlaat de beroepscricketer zijn Amsterdamse vereniging VRA en reist hij af naar zijn vaderland. Daar speelt hij de hele Australische zomer lang voor Southern Redbacks uit Adelaide en voor het elftal van de deelstaat Southern Australia.

Coopers heeft een Nederlands paspoort omdat zijn moeder in Nederlands Nieuw-Guinea werd geboren. Hij is een van de vele ‘huurlingen’ in de Nederlandse ploeg op het wereldkampioenschap cricket. De ploeg van de Australische coach Peter Drinnen verloor gisteren van de West-Indiërs (Caraïbische eilandengroep), dat tot de landen met een Test Match-status behoort: de beste landen ter wereld waar cricket een professionele sport is en waar bij wedstrijden vele tienduizenden mensen op de tribunes zitten.

Daarbij vergeleken is Nederland een kleintje. In het hele land, met veertig clubs, zijn vijf- tot zesduizend cricketers actief. Vaak zit er maar een handjevol toeschouwers langs het veld. Op televisie zie je nooit een bal worden gebowld, verzucht manager Ed van Nierop van de nationale ploeg. Geen wonder dat op het shirtje van de Nederlanders geen Friesche Vlag staat, maar de sponsornaam van de Indiase zuivelgigant Amul.

Misschien verandert dat als Nederland op dit WK goed presteert. Twee jaar geleden, toen Nederland verrassend won van Engeland tijdens het WK Twenty20 (de verkorte variant van cricket met twintig overs voor elk team), was er plotseling veel belangstelling. Sinds de wedstrijd van vorige week tegen Engeland, die Nederland slechts op het nippertje verloor, zijn de twee mobieltjes van Van Nierop constant in gesprek.

Bij Nederland gaat de meeste belangstelling van de media vanzelfsprekend uit naar de Zuid-Afrikaanse speler Ryan ten Doeschate (30). Zijn vader komt uit Nederland. Vorige week werd hij uitgeroepen tot man van de match tegen Engeland, die met zijn century (119 runs) Nederland op sleeptouw nam. „Als we op hetzelfde niveau blijven spelen [als tegen Engeland] is er zeker een reden ons erbij te hebben”, reageerde hij op een vraag over het voornemen van de internationale cricketbond (ICC) om de ‘kleine’ cricketlanden (Nederland, Ierland, Kenia en Canada) voortaan uit te sluiten van het WK. „Maar wij moeten ons bewijzen en door goed spel enkele mensen van gedachten doen veranderen.”

Ten Doeschate – die bij Essex onder contract staat en eerder bij Bloemendaal speelde –, Tom Cooper en het 21-jarige talent Alexei Kervezee (Worcesterhire) zijn de drie fulltimeprofs van Nederland. Het is de buitenlandse media niet ontgaan: de overigen zijn gewoon amateurs. Zij moeten hun studie (Pieter Seelaar, Eric Szwarczynski en de voor de universiteit van Bradford spelende Bradley Kruger) of hun dagelijkse werkzaamheden combineren met cricket. Er is een Haagse accountant bij (Bernard Loots), een Rotterdamse fysiotherapeut (ex-prof Bas Zuiderent), een fitnesstrainer (Atse Buurman), een onlineverkoper (Wesley Barresi), een manager van een restaurant (Berend Westdijk), alsmede drie clubcoaches (aanvoerder Peter Borren, Tom de Grooth en Mudassar Bukhari).

Nog een opvallend feit: van de vijftien geselecteerde spelers zijn er tien buiten Nederland geboren. Maar voor allen geldt dat ze bij Nederlandse clubs spelen of hebben gespeeld. De in Namibië geboren Kervezee, die al op zijn zestiende zijn interlanddebuut maakte, kwam als kind naar Nederland. Adeel Raja (30) is geboren in Lahore, Pakistan, maar speelde als jongetje al cricket in de Bijlmer. Aanvoerder Peter Borren speelde in het nationale hockeyelftal onder 19 jaar van Nieuw-Zeeland. Hij bleef zeven jaar geleden op rondreis door Europa plakken in Amsterdam.

De ‘buitenlanders’ dragen bij aan het opvijzelen van het cricketniveau in Nederland, erkent manager Van Nierop, net als de deelname van de nationale ploeg aan de jaarlijkse Engelse county-competitie CB40. De Nederlandse cricketbond (KNCB) is de afgelopen jaren actief op zoek gegaan naar spelers in belangrijke cricketlanden wier ouders wortels hebben in Nederland. Buitenlanders die vier jaar lang 180 dagen in Nederland hebben gewoond en gespeeld, mogen voor Nederland uitkomen. „Het is niet de bedoeling zomaar topspelers in te vliegen. Ze moeten een binding hebben met het Nederlandse cricket”, zegt Van Nierop.

Niemand in de nationale selectie die de (andere) buitenlandse spelers met een scheef oog aankijkt. „Het is niet ‘wij’ en ‘zij’. Het is alleen ‘ons”, zegt de 31-jarige batsman De Grooth, coach bij het Haagse HCC. „De buitenlandse spelers hebben ons cricket op een hoger niveau helpen brengen. Toen ik begon, speelden we een handjevol wedstrijden. Nu spelen we jaarlijks zestig cricketdagen. We zijn nog steeds amateurs, maar we benaderen het spel wel als professionals.”