Hoe groot was de rol van stammen in Libië?

Libië wordt vanouds bewoond door Berberstammen. Sinds de zevende eeuw zijn die gearabiseerd, met uitzondering van de Toeareg in het diepe zuiden. De landstreken van Libië, Tripolitanië in het westen en Cyrenaica in het oosten, waren achtereenvolgens provincies van Rome en Byzantium, Arabische emiraten en buitengewesten van het Ottomaanse Rijk. Het effectieve gezag van gouverneurs, emirs en pasja’s bleef beperkt tot de kust; in het achterland moesten zij het op een akkoordje gooien met stamhoofden. In 1911 werden deze provincies bezet door Italië. De stammen verzetten zich fel, waarop de Italianen hele tribale gemeenschappen onderbrachten in concentratiekampen. Toch hebben de Italianen de stammen niet kunnen breken. Na de Tweede Wereldoorlog ontstond de onafhankelijke staat Libië en werd Idris I, de Arabische emir van Cyrenaica, koning. Nadat in 1959 olie was gevonden en vooral na de coup van kolonel Gaddafi in 1969, zijn stamverbanden losser geworden onder invloed van verstedelijking, onderwijs en economische groei.

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

In het artikel Hoe groot was de rol van stammen in Libië’ (1 maart, pag. 3) staat dat de Toeareg in „het diepe zuiden” van Libië wonen. Dit is „het westen”. In het zuiden wonen de Toeboe.