Het is nog niet te laat

Onderzoeksjournalist Mark Hertsgaard schreef een boek over klimaatverandering met veel sombere voorbeelden.

Maar, betoogt hij, er is nog steeds tijd om het tij te keren.

Het is nog vroeg in San Francisco, pas 8 uur ’s ochtends, maar de Amerikaanse milieuschrijver Mark Hertsgaard klinkt klaarwakker als hij aan de telefoon komt. Hertsgaard heeft net een interview achter de rug met een uiterst rechts radiostation uit Colorado Springs, waarin hem werd voorgehouden dat „klimaatverandering onmogelijk gevaarlijk kon zijn, omdat God beloofd heeft de aarde te redden”.

Hertsgaard gaf het interview naar aanleiding van zijn nieuwe boek Hot, waarin hij ons voorhoudt wat we de komende vijftig jaar kunnen verwachten als gevolg van klimaatverandering: hitte, droogte, megastormen en stijgende zeespiegels – en hoe we ons daarop kunnen voorbereiden. Maar een goed gesprek werd het nooit, vertelt hij. „De man bleef me maar vragen of ik in God geloof. Toen ik antwoordde dat dit hem niets aanging, zei hij ‘Ik wist het’ – en verbrak hij de verbinding.”

Toch is Hertsgaard van plan vaker met zulke mensen het gesprek aan te gaan. „Tot voor kort negeerde ik de ontkenners, maar nu ze sinds ongeveer een jaar serieus worden genomen, voel ik me genoodzaakt de confrontatie met ze aan te gaan.”

Klimaatscepsis is nergens zo groot als in Amerika, weet Hertsgaard. „De Republikeinse Partij heeft de eer de enige grote politieke partij in de industriële wereld te zijn die nog steeds de wetenschap over klimaatverandering ontkent. Zelfs de conservatiefste partijen in Frankrijk, Duitsland en Engeland twijfelen niet aan die wetenschap.”

Dit ontkenningsgedrag verstoort het debat over klimaatverandering, constateert Hertsgaard. „Daarvoor houd ik de media grotendeels verantwoordelijk. Die hebben hun werk verschrikkelijk slecht gedaan door het onderwerp te behandelen alsof er gelijkwaardigheid bestaat tussen de argumenten van echte klimaatwetenschappers en een handjevol ideologische dwazen.”

Hot is opgedragen en gericht aan Hertsgaards vijfjarige dochter Chiara. In de epiloog, een fictieve brief aan Chiara op haar vijftiende verjaardag in 2020, schrijft Hertsgaard: „Heel veel moet inmiddels gedaan zijn, wil deze planeet nog leefbaar zijn.”

Droogte is de komende vijftig jaar het grootste gevaar voor de aarde, schrijft Hertsgaard. „Overstromingen doden duizenden, maar droogte kan miljoenen doden.” Elders schrijft hij: „Binnen twee decennia zal het aantal mensen in landen met een watertekort stijgen van 800 miljoen tot 3 miljard.”

Kortom, zoals eigenlijk voor elk boek in het global warming-genre geldt, is ook in Hot geen gebrek aan sombere voorspellingen. Maar het is niet alleen maar doemspraak: er is nog steeds tijd om het tij te keren, verkondigt Hertsgaard. We weten wat te doen, en de technologie daarvoor bestaat grotendeels al. Maar we moeten nu handelen.

Als Hertsgaard naar de VS kijkt, en in het bijzonder naar de staten met een Republikeinse meerderheid, dan zakt de moed hem in de schoenen. „Waarom zou je je voorbereiden op iets waarin je niet eens gelooft?” Voor hoopvolle verhalen moest hij ver de grens over: Afrikaanse boeren die enorme landbouwgebieden van erosie wisten te redden; Chinees onderzoek naar grootschalige, ecologische landbouw; en, in Hertsgaards ogen het meest indrukwekkend, het Nederlandse 200-jarenplan dat het laaggelegen land moet beschermen tegen de rijzende zeespiegels.

De grootste makke van het Amerikaanse kapitalisme is dat het systeem zich zo slecht leent voor langetermijnplanning, zegt Hertsgaard. „Hier vindt men een vijfjarenplan al socialistisch. Wat een verschil met Nederland, waar het initiatief voor klimaatbeleid deels uit het bedrijfsleven komt. De redenering is: als we een investering doen die zich over 25 jaar terugbetaalt, dan willen we weten wat het overheidsbeleid tegen die tijd zal zijn. Dergelijke langetermijnplanning kennen we niet in de Verenigde Staten.”

Daarmee wil Hertsgaard zeker niet zeggen dat de Nederlandse aanpak perfect is. „Jullie ingenieurs zijn in staat om het land te beschermen tegen rijzende zeespiegels tot twee meter. Bewonderenswaardig. Maar als maatschappij lukt het jullie niet om de CO2-uitstoot onder het in Kyoto overeengekomen niveau te krijgen.”

Het brengt hem op het belangrijkste punt: „Geld en technologie zijn belangrijk, maar de sociale context bepaalt in hoeverre een land klaar is voor wat komen zal. Heeft de overheid een mandaat om voor de lange termijn te plannen? Is een maatschappij in staat zichzelf te belasten om die plannen te kunnen betalen? Vertrouwen de mensen erop dat de overheid dat belastinggeld ook daadwerkelijk daarvoor gebruikt?”

Ook in het huidige Amerika, waar het wantrouwen jegens de overheid groot is en de Republikeinen een meerderheid in het Huis van Afgevaardigden hebben, kan de overheid een groene revolutie beginnen, stelt Hertsgaard.

„President Obama kan de gigantische koopkracht van de overheid aanwenden. Niet door meer geld uit te geven, maar bijvoorbeeld door Defensie alleen nog maar elektrische voertuigen te laten kopen, of alle postkantoren op zonne-energie te laten draaien. Dan zullen de prijzen van groene producten dalen tot het niveau waarop ze interessant worden voor gewone consumenten en bedrijven.”

Mark Hertsgaard: ‘HOT: Living Through the Next Fifty Years on Earth.’ Houghton Mifflin Harcourt, 399 blz, 25,00 euro