Gezocht: eldorado. Gevonden: Limburg

imburg is morgen hét electorale strijdtoneel. Het is een klassieke strijd: de uitdager vs de oude kampioen, de PVV vs het CDA, Wilders vs Verhagen.

Maar Limburg is méér. Het is ook Limburg vs Verhagen: wie voert de beste industriepolitiek?

Het kabinet Rutte durft na jaren afwachten van zijn voorgangers nu wel te kiezen, al heeft het woord kiezen hier weinig betekenis. Minister Maxime Verhagen van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie heeft onlangs niet een, niet twee, niet drie, maar wel negen topsectoren geselecteerd. Van logistiek en de agro-voedingsindustrie tot en met chemie en water.

Het woord industriepolitiek is uit, het heet nu bedrijvenbeleid. Nederland moet een plaats veroveren als een van de vijf meest innovatieve economieën. Het heil moet overigens primair van het bedrijfsleven zelf komen: het zijn tot nu toe vooral de private investeringen in onderzoek en ontwikkeling die achterblijven.

Den Haag heeft echter geduchte concurrentie van de provincie Limburg. Met meer dan een miljard euro extra in kas door de verkoop van energiebedrijf Essent draait de industriepolitiek in Maastricht op volle toeren.

Limburg doet om te beginnen alles waar ‘ze’ in Den Haag van gruwen. Zo treedt de provincie op als steunfonds voor regionale ziekenhuizen. In 2009 gaf de provincie een garantie van 5 miljoen euro voor het wankele Orbis Medisch Centrum (Sittard/Geleen). Afgelopen maand gaf Provinciale Staten een subsidie van 2,4 miljoen plus een vermogensversterkende lening van 5 miljoen aan het Atrium Medisch Centrum (Heerlen). Het is de politiek van verzorging in een vergrijzende provincie, maar ook politiek die naar cliëntelisme ruikt: indirecte steun voor lokale bedrijven die de verbouwing van het ziekenhuis opknappen.

Iedereen wil profiteren. Tussen de ingekomen post voor de vergadering over de Atrium-lening zat een mailtje van de voorzitter van het Laurentius Ziekenhuis (Roermond) dat zíjn aanvraag voor geld wel „gelijk behandeld” moet worden met die van andere ziekenhuizen.

Limburg is overal. De provincie lobbyt zelf in Den Haag voor zijn eigen topsectoren: de kennis- en bedrijvencentra Chemelot Campus (met onder meer DSM) en de Health Campus (met Universitair Medisch Centrum Maastricht). En Limburg lobbyt met Brabant als Brainport, regionaal kennis- en industriecentrum, dat ook hengelt naar nationaal belang en nationaal geld.

Voor de twee campussen legt Limburg 62 miljoen op tafel. Maar dat is lang niet alles. Provinciale Staten is dit jaar ook akkoord met de 10 miljoen euro als bijdrage voor de aanschaf door de Universiteit van drie hoogwaardige fMRI-scanners. Onmisbaar voor de Health Campus. Het aanbod schept zijn eigen vraag. Aanbod van geld, vraag naar geld.

Dat is nog zichtbaarder bij de investeringen in veelbelovende bedrijven die Limburg wil gaan doen via een zogeheten Venture fonds. De provincie denkt aan een fonds van 75-100 miljoen euro, waarin ook partners geld steken. Aangezien er al diverse andere fondsen in de regio actief zijn is nauwe afstemming vereist, schrijft de provincie in zijn voorstel. Klinkt meer als vergaderen dan als venture capital.

En het rendement op deze publieke investeringen? De provincie denkt aan 5 à 6 procent per jaar. De vuistregel in het mekka van de Amerikaanse venture industrie, Silicon Valley, is minimaal 25 à 30 procent. Hoog risico, hoog rendement. Voor de getallen in Limburg nemen ze daar niet eens de telefoon op.

MENNO TAMMINGA