En nu moeten er vrouwen in de top!

Bedrijven moeten meer vrouwen benoemen in directies. Als ze dat niet doen, oefent de Europese Commissie druk uit, schrijft Viviane Reding.

Het is tijd om het glazen plafond aan diggelen te slaan. Vrouwen meer ruimte bieden om hun talenten te benutten, is niet alleen een kwestie van gelijke kansen. Het is ook een kwestie van zakelijke kansen.

Vrouwen willen zakendoen. Helaas vertellen de cijfers een ander verhaal. In de Europese Unie is slechts een op de tien directieleden en slechts 3 procent van de algemeen directeuren vrouw.

De vooruitgang gaat tergend langzaam. Het aandeel van vrouwelijke directieleden in de EU is de afgelopen zeven jaar gestegen met een half procentpunt per jaar. In dit tempo duurt het nog vijftig jaar voordat ondernemingsbesturen evenveel vrouwen als mannen tellen!

Gelijkheid van mannen en vrouwen is een van de grondbeginselen van Europa. Al in 1957 werd het principe verankerd van gelijke beloning voor gelijk werk, in het Verdrag van Rome. Sommige Europese landen nemen het voortouw in de directiekamers. Noorwegen kwam in 2003 als eerste met een quotum van 40 procent vrouwelijke directieleden, Spanje volgde in 2007 en IJsland voerde vorig jaar quota in voor de man-vrouwverhoudingen. Frankrijk, de bakermat van het gelijkheidsbeginsel, heeft in januari van dit jaar wettelijk vastgelegd dat de directie van de grootste, beursgenoteerde ondernemingen in 2017 voor 40 procent moet bestaan uit vrouwen. Aan de andere kant van de Rijn wordt in de Duitse politiek gedebatteerd over de voors en tegens van opgelegde quota. Ook Oostenrijk overweegt actie te ondernemen.

Quota zijn omstreden. Ze vormen een nogal bot instrument om het glazen plafond te doorbreken, maar de resultaten laten niets aan duidelijkheid te wensen over. In Noorwegen is het aantal vrouwen in ondernemingsbesturen gestegen van 25 procent in 2004 tot 42 procent in 2009 en in Spanje van 4 procent in 2006 tot 10 procent in 2010. Quota kunnen een doorbraak forceren, maar, voor alle duidelijkheid – ze moeten worden gebruikt als overgangsmaatregel en alleen als laatste redmiddel.

Er zijn twee stappen. Laat eerst het bedrijfsleven zelf oplossingen voorstellen. De komende maanden praten de Europese Commissie en diverse nationale regeringen met de directeuren van de grootste, beursgenoteerde ondernemingen van Europa over maatregelen om door middel van zelfregulering meer vrouwen op het hoogste besluitvormingsniveau te krijgen. Zelfregulering kan werken, maar moet van nabij worden gevolgd. Als geen vooruitgang wordt geboekt, ligt de tweede stap voor de hand. Dan moet Europa komen met wettelijk bindende, af te dwingen quota. Het bedrijfsleven is aan zet.

Alles pleit meer dan ooit tevoren voor meer vrouwen in ondernemingsbesturen. Nu in Europa in de nationale begrotingen wordt gesnoeid en de economie uit het dal klimt, is menselijk kapitaal de belangrijkste troef bij het herstellen van het Europese concurrentievermogen op wereldniveau. Een studie van Goldman Sachs heeft uitgewezen dat het bruto nationaal product van de eurozone met 9 procent kan stijgen als de man-vrouwverhoudingen worden rechtgetrokken.

Ook uit zakelijk oogpunt spreken de cijfers duidelijke taal. Uit een analyse van McKinsey blijkt dat de operationele winst van de ondernemingen met de meeste vrouwen in de directie 56 procent hoger was dan die van de ondernemingen met alleen mannen aan de top. Het levert dus winstkansen op. Directies met meer vrouwen doen het ook beter dan puur mannelijke directies op het gebied van audit, risicobeheer en controle. Vrouwen nemen 80 procent van de aankoopbeslissingen – en niet alleen over brood of waspoeder. Vraag maar eens rond. Wie heeft de laatste computer gekozen?

We willen dat Europa koploper wordt wat betreft het aantal vrouwen in ondernemingsbesturen. Laten we ambitieuze doelen stellen. In 2015 moet ten minste 30 procent van de directieleden vrouw zijn. In 2020 moet dat zijn opgelopen tot 40 procent. Het liefst zouden we zien dat het bedrijfsleven dit op eigen kracht bereikt, maar we staan vanaf 2012 ook klaar om druk uit te oefenen met maatregelen, als dat noodzakelijk is.

Het is tijd om iets te ondernemen. Met de trage groei van de economie en de werkgelegenheid, als gevolg van de staatsschuldcrisis, kunnen we het ons niet veroorloven om de talenten van de helft van de bevolking onbenut te laten. Sommige ondernemingen zijn zich al ervan bewust dat gelijke verhoudingen tussen mannen en vrouwen zakelijk gezien verstandig zijn. Andere zijn nog niet zover, maar een nieuwe wind waait. De top van het bedrijfsleven moet beslissen: gaat het glazen plafond uit zichzelf aan diggelen, of is een sloophamer nodig voor de eerste barst ?

Viviane Reding is vicevoorzitter van de Europese Commissie.