Een topvrouw tussen buikige mannen

Bondskanselier Merkel benoemde een vrouw in de top van de centrale bank. Toch is ze tegen een wettelijk quotum voor vrouwen in de top. Niet alle vrouwen zijn daar blij mee.

Treffend beeld laatst in de Bondsdag: de drie Powerfrauen van de Duitse christen-democratische politiek staan heftig te debatteren over de vraag of er een wettelijke quotaregeling moet komen voor vrouwen in topfuncties van het Duitse bedrijfsleven. Bondskanselier Angela Merkel, minister van Sociale Zaken Ursula von der Leyen en minister van Familiezaken Kristina Schröder zijn het kennelijk hartgrondig met elkaar oneens. Uiteindelijk geldt Merkels machtswoord: ze wijst een wettelijk vrouwenquotum af, althans op dit moment.

Korte tijd later wordt verrassend de 46-jarige Sabine Lautenschläger tot vicepresident van de Bundesbank benoemd. Ze wordt na Jens Weidmann, nu nog persoonlijk economisch adviseur van Merkel, de tweede man – pardon, vrouw – bij de centrale bank.

In politiek Berlijn gaat het hardnekkige maar onbevestigde gerucht dat Merkel in deze benoeming de hand heeft gehad. Ze wil meer vrouwen in de topfuncties van het openbaar bestuur. Lautenschläger zit nu nog in de directie van de BaFin, de Bundesanstalt für Finanzdienstleistungsaufsicht, een instelling die belast is met het toezicht op de Duitse banken.

Tegenstander van een wettelijke regeling en toch, wellicht, hoogstpersoonlijk ervoor zorgen dat vrouwen op hoge posten worden benoemd. Dat is kenmerkend voor Merkel. Zij is van mening dat niet alles wettelijk moet worden vastgelegd in een land dat toch al aan juridisering lijdt. Maar zij vindt tegelijk dat vrouwen in Duitsland te weinig te zeggen hebben.

Bij de Bundesbank verandert dat per 1 mei. Voor het eerst in de geschiedenis van dit eerbiedwaardige, aan de top uitsluitend door mannen geregeerde instituut zit dadelijk in tweede maar evengoed nog zeer machtige positie een vrouw. Er trok een kleine siddering door de conservatieve Duitse bankensector toen dat nieuws bekend werd.

In Duitsland woedt dezer dagen een interessant debat over een quotaregeling voor vrouwen. Daarmee wordt bedoeld dat functies bij gelijke capaciteiten, desnoods wettelijk afgedwongen, aan vrouwen worden vergeven, met als doel om gelijkstelling tussen mannen en vrouwen te bewerkstelligen in economie, politiek en openbaar bestuur.

Duitsland, zeker het westen, is historisch gezien een patriarchaal land. Nog tot in de jaren tachtig was de rolverdeling vast verankerd: de man werkt, de vrouw zorgt voor het huishouden. Een gevolg is geweest dat momenteel slechts één op de vijf Duitse vrouwen kan zeggen dat ze een leidinggevende functie bekleedt; internationaal gezien een magere score.

In de top van het Duitse bedrijfsleven is het helemaal erbarmelijk met vrouwen gesteld. Wie wel eens een persconferentie van een groot Duits bedrijf heeft meegemaakt of een aandeelhoudersvergadering heeft bezocht, weet dat daar uitsluitend door mannen het woord wordt gevoerd. En ook nog een bepaald type man: groot, buikig, bodenständig (autochtoon) en gekleed in een plechtig donker pak met hooggesloten vest.

In de gemiddelde Duitse raad van bestuur bestaat een „feitelijk mannenquotum van 97 procent”, zoals minister Ursula von der Leyen (Sociale Zaken) het uitdrukt. De raad van commissarissen scoort iets, maar niet veel, beter: 90 procent mannen. „Wat presentie van vrouwen in leidinggevende posities betreft, hinkt Duitsland internationaal gezien achteraan. We staan gelijk met India, achter Brazilië, China en Rusland”, zei een verbolgen Von der Leyen laatst in weekblad Der Spiegel.

Ze was boos omdat een periode van tien lange jaren, waarin niet-verbindende afspraken met het bedrijfsleven waren gemaakt, niets heeft opgeleverd. „We zijn precies even ver als een decennium geleden.” Von der Leyen is in de Duitse regering de grote pleitbezorger voor een wettelijke quotaregeling. Ze wil de komende maanden alles in het werk stellen om haar partij, de christen-democratische CDU, en haar politieke baas Angela Merkel van haar gelijk te overtuigen.

Geen discussie in Duitsland zonder een dwarsligger. Oud-hoofdredacteur van de linkse en vrouwvriendelijke Tageszeitung, Bascha Mika, vindt dat vrouwen er zelf medeschuldig aan zijn dat ze in het Duitse bedrijfsleven en openbaar bestuur zo weinig te zeggen hebben. „Dat willen we helemaal niet. We willen genieten. Onszelf afhankelijk maken is altijd al een vrouwelijk succesnummer geweest”, schrijft Mika in haar net verschenen boek Die Feigheit der Frauen – de lafheid der vrouwen (Bertelsmann Verlag). Voor veel vrouwen in de leeftijd dat ze carrière zouden moeten maken, geldt volgens Mika de vraag: „Hoe krijg ik m’n leven zo comfortabel mogelijk geregeld?”

Bascha Mika, fel voorstander van vrouwenquota, is er bij de Tageszeitung in geslaagd een quotaregeling door te voeren. Gevolg: bij geen ander Duits dagblad werken zo veel vrouwen.

De Bundesbank krijgt dadelijk een ‘voorbeeldvrouw’ in het presidium; een topbestuurster die een ouderwets mannenbolwerk – het Duitse bankwezen – qualitate qua de les mag lezen. Sabine Lautenschläger blijft er nuchter onder. Ze wenst niet op haar vrouw-zijn te worden beoordeeld, maar op haar vakbekwaamheid en managementskwaliteiten. Net als bondskanselier Merkel trouwens.