Een extra toets, dat zal hem leren

De Onderwijsraad presenteerde gisteren een advies aan minister Van Bijsterveldt.

Leraren moeten in elk geval een masteropleiding doen, is een van de aanbevelingen.

Nederland, Amsterdam, 19-01-2010 Docent Yousouf helpt een leerling van de Amsterdamse Plus school met zijn tentamen. Foto: Joyce van Belkom
Nederland, Amsterdam, 19-01-2010 Docent Yousouf helpt een leerling van de Amsterdamse Plus school met zijn tentamen. Foto: Joyce van Belkom Joyce van Belkom

Scholen moeten aan het eind van de tweede klas middelbare school het niveau van hun leerlingen toetsen. En leraren moeten zich laten bij- en nascholen op straffe van het verliezen van de bevoegdheid.

Deze maatregelen beveelt de Onderwijsraad aan in het rapport Naar hogere leerprestaties in het voortgezet onderwijs,dat gisteren is gepresenteerd.

Het rapport van de Onderwijsraad moet minister Van Bijsterveldt (Onderwijs, CDA) helpen bij het samenstellen van een Actieplan Beter Presteren, dat de leerprestaties van middelbare scholieren moet verhogen.

De minister kondigde in december de komst van zo’n actieplan aan, en daartoe de Onderwijsraad een aantal voornemens voorgelegd. Van Bijsterveldt stelde onder meer voor om het aantal profielen – vakkencombinaties op de middelbare school – terug te brengen van vier naar twee. Dat vindt de Onderwijsraad voorbarig. En de volledige afschaffing van de keuzeprofielen moet ook in de discussie worden betrokken, zegt Geert ten Dam, voorzitter van de Onderwijsraad.

U stelt een ‘diagnostische’ toets voor aan het eind van de tweede klas. Wat houdt die in?

„Leraren moeten kunnen bijhouden waar hun leerlingen staan in hun ontwikkeling, zodat zij daar met hun onderwijs op kunnen inspelen. Met de toetsresultaten kunnen leraren gerichter werken aan het verhogen van de prestaties van scholieren. En eind tweede klas is een goed moment om dat te doen. In de eerste klas hebben ze net de Cito Eindtoets achter de rug, en hen toetsen aan het eind van het derde jaar biedt te weinig tijd om iets te kunnen bijstellen, met name op het vmbo.”

Worden leerlingen niet al genoeg getoetst?

„Aan het begin van de middelbare school is er de Cito Eindtoets, aan het eind het eindexamen. De toets aan het eind van jaar twee is bestemd voor gebruik door de school zelf. Het kan voor de school een aanleiding zijn om zich te vergelijken met andere scholen. Bij het eindexamen is er opnieuw zo’n moment. Dan zie je wat het resultaat is van je inspanningen.”

Hoe moet zo’n toets eruitzien?

„We vragen de minister een toets te laten ontwikkelen. Scholen bepalen zelf of ze deze toets gebruiken of dat zij de leervorderingen op een andere manier meten. Zolang het maar betrouwbare informatie oplevert. Ons uitgangspunt is: geen extra regeldruk. Het is bedoeld als ondersteuning voor de school.”

In uw advies pleit u ook voor extra aandacht voor excellentie.

„Ja, dat is belangrijk. Ten opzichte van het buitenland is Nederland goed in het aanbieden van onderwijs dat zwakkere leerlingen stimuleert. Maar aan de ‘top’ doet Nederland het relatief slecht, zoals bekend. Een land als Finland bewijst dat het beide kan; goed onderwijs bieden dat zowel de zwakkere leerlingen als de sterkere leerlingen stimuleert. Er is over de hele linie winst te halen.”

Wie cum laude slaagt, mag dat laten weten?

„Uiteraard kun je altijd doorstromen naar de universiteit met een vwo-diploma. Maar als je met gemiddeld een acht slaagt, dan mag dat ook op het diploma staan. Misschien geeft het een streepje voor bij een honoursprogramma.”

Moeten er niet meer lesuren voor Nederlands, Engels en wiskunde komen?

„Het is niet strikt noodzakelijk om het aantal lesuren hiervoor vast te leggen, je moet vooral doelmatiger werken. Hoe, dat is aan de professionele autonomie van de school zelf, want dat zal ook per school en zijn leerlingenpopulatie verschillen. Wij hebben nu de referentieniveaus voor taal en rekenen, waarin is vastgelegd wat leerlingen mínimaal moeten kennen en kunnen. Dat biedt prachtige mogelijkheden om uit te bouwen. Ook voor Engels, dat is een aanvulling.”

Waarom legt de Onderwijsraad minder nadruk op het meten van vorderingen op natuurwetenschappelijke vakken?

„Natuurwetenschappen – science – is uitermate belangrijk: je hebt het nodig om de wereld te begrijpen. Net zoals je geschiedenis nodig hebt, of een tweede vreemde taal. Maar wij zeggen: meet de vorderingen op de vakken Nederlands, Engels en rekenen/wiskunde. Die vakken zijn essentieel voor het doorstromen naar een vervolgopleiding.”

De Raad pleit voor verplichte bij- en nascholing van docenten. Hoe is dat te rijmen met het lerarentekort?

„De kwaliteit van het onderwijs is zo goed als de docent die voor de klas staat. Kijk naar de goed presterende landen om ons heen. Daar staan hoogopgeleide leraren voor de klas. In Nederland daalt het opleidingsniveau van de leraar juist. Wij stellen daarom voor dat nieuwe leraren een opleiding genieten op masterniveau en dat zij zich moeten bij- en nascholen. In de cao is vastgelegd dat een leraar 10 procent van zijn aanstelling mag besteden aan na- en bijscholing. Benut die ruimte. Nieuwe leraren met een bacheloropleiding krijgen een startkwalificatie om te mogen lesgeven, onder voorwaarde dat zij binnen vijf jaar een opleiding op masterniveau afronden. Leraren kunnen in die tijd werken aan hun bijscholing.”

En zo niet?

„Leraren willen professionaliseren, en daar moeten ze de ruimte voor krijgen. Het is ook goed om de norm te stellen. Haal je die norm niet, dan is er reden om de leraar zijn bevoegdheid te ontnemen.”