De burger stemt voor rechtvaardigheid

Burgers hebben niet per definitie meer vertrouwen in een overheid die inspeelt op hun belangen. Gelijke rechten zijn belangrijker, zegt hoogleraar Van den Bos.

Burgers vertrouwen de overheid alleen als ze merken dat die rechtvaardige beslissingen neemt, of die nu in hun eigen voordeel zijn of niet. Vertrouwen in politici en ambtenaren draait om rechtvaardigheid én goede informatie.

Dat schrijft Kees van den Bos, hoogleraar sociale psychologie aan de Universiteit Utrecht, in het essay Vertrouwen in de overheid. De opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken was al ouder, maar de publicatie, donderdag, valt wonderwel samen met de Statenverkiezingen, waarbij het vertrouwen tussen burger en overheid een deel van de inzet is.

Juist voor een beter begrip van zoiets als vertrouwen – in medemensen of in overheden – moet je volgens Bos bij gedragswetenschappen als de sociale psychologie zijn. „Overheden”, licht hij toe, „gaan vanouds af op de kennis en inzichten van economen en juristen, maar die werken met beperkte mensbeelden. Economen veronderstellen dat burgers alleen handelen uit eigenbelang. Juristen denken dat burgers zich laten leiden door wetten en regels. De sociale psychologie hanteert een ander mensbeeld: de moderne burger is een wezen dat de wereld om hem heen wil begrijpen, een informatievergarend individu. Of een politicus of ministerie jouw vertrouwen verdient, ontleen je aan hoe men zich gedraagt en aan de informatie over personen.”

Bij die oordeelsvorming speelt eigenbelang een beperkte rol, zegt Van den Bos. „Uiteindelijk heb je het over perceptie van rechtvaardigheid. Stel: jij en ik werken allebei even hard, maar jij krijgt meer betaald dan ik voor hetzelfde soort werk. We weten uit onderzoek dat je eerste reactie egocentrisch zal zijn: ik verdien lekker meer dan hij. Maar als iemand voldoende gemotiveerd is gaat hij denken: dit is eigenlijk onrechtvaardig. We weten dat zo’n 71 procent van de mensen in tweede instantie zal zeggen: dit wil ik eigenlijk niet.”

Rechtvaardigheid speelt ook een belangrijke rol in het stemgedrag. „Politici wordt vooral inconsistentie aangewreven. Nieuwe partijen of partijleiders krijgen vaak krediet. Maar als ze hun beloften niet waarmaken, gaan mensen óf op andere partijen stemmen óf ze komen niet meer naar de stembus. Beloften nakomen is heel belangrijk.

„Kiezers tillen zwaar aan onrechtvaardigheid, blijkt uit onderzoek. Ze hechten aan gelijke rechten, op onderwijs en op werk. Er zijn meer inconsistenties die politici uiteindelijk opbreken. Zo vinden studenten het onverteerbaar dat ze nu uitgerekend door politici die zelf langstudeerders zijn geweest, worden gepakt als ze een jaar langer studeren.”

Van den Bos onderscheidt drie soorten burgers: zij die vertrouwen stellen in de overheid; zij die daar geen vertrouwen in hebben; zij die het nog niet weten.

Hij besteedt weinig aandacht aan de wantrouwige burger. Beschouwt hij die als onverbeterlijk? Van den Bos: „Nee hoor. Ik denk dat je ook van die groep wel een aantal mensen kunt bereiken. We weten uit onderzoek dat je moet investeren in een meer zelfredzame burger die heeft geleerd om informatie te verwerken. Het is allebei nodig: informatie geven en leren informatie te verwerken. Er zijn ook mensen die zich wentelen in achterdocht. Die kun je niet bereiken, denk ik.”

Bij de categorie die het nog niet weet, is de meeste vertrouwenswinst te boeken. En wel met goede informatievoorziening. „Liever niet via voorlichters, maar direct van politici naar burgers. Een goed voorbeeld is wat Rutte laatst deed. Mensen mochten via een website vragen stellen en een paar dagen later kwam hij met een video van tien minuten waarin hij antwoord gaf op de belangrijkste kwesties. Dat is een goede manier om in contact te komen met mensen. Twitteren vind ik te vaak los uit de heup schieten, met alle risico’s van dien. Van politici verwachten we dat zij de dingen weloverwogen doen.”

Van den Bos vindt dat de overheid het publiek niet de juiste informatie biedt. „Een voorbeeld van waar het wel goed gaat, is de Nationale Ombudsman: die geeft concrete adviezen aan ambtenaren. Stel, er wordt een klacht ingediend tegen jouw dienst. Je kunt de formele juridische weg bewandelen, en uiteindelijk zal dat misschien ook moeten. Maar waarom bel je niet eerst een keer? Zeg: ik heb uw klacht gelezen, het spijt ons en we zullen daar zo en zo mee omgaan. Dat stelt die burger veel meer op prijs dan een formeel briefje waar je je juridisch geen buil aan kunt vallen. ”

Of gebleken wangedrag van PVV-politici de uitslag morgen zal beïnvloeden durft Van den Bos niet te zeggen. „De PVV trekt veel mensen die jarenlang niet hebben gestemd uit wantrouwen jegens de politiek. Wat ik me goed kan voorstellen is dat een deel van die kiezers niet meer gaat stemmen na de jongste verhalen over ontsporingen.”