Boren mag weer in Golf van Mexico

Voor het eerst sinds de olieramp in de Golf van Mexico nu bijna een jaar geleden heeft een bedrijf toestemming gekregen te boren in het gebied. De Zwitserse technisch dienstverlener Noble kreeg gisteren een boorvergunning van de nieuwe overheidsinstantie die door president Obama in het leven is geroepen om het opsporen en ontginnen van olie- en gasvelden in Amerikaanse wateren te controleren.

De olieramp startte op 20 april vorig jaar met een explosie op het boorplatform Deepwater Horizon, die elf mensen het leven kostte. Er lekten uiteindelijk 4,9 miljoen vaten olie (een vat is 159 liter) in de Golf van Mexico, waarmee de olieramp de ergste werd uit de Amerikaanse geschiedenis.

Noble was vier dagen voor de ramp begonnen met het boren van een put, 112 kilometer ten zuidoosten van de kustplaats Venice in de staat Louisiana. Het bedrijf moest op 12 juni zijn werkzaamheden stoppen, nadat een moratorium was afgekondigd voor het boren in Amerikaanse wateren dieper dan 500 meter.

Sindsdien ligt de regering-Obama onder zware druk van oliemaatschappijen om boringen te mogen hervatten, zeker in de olie- en gasrijke Golf van Mexico. De druk is verder gestegen door de sterke stijging van de benzineprijzen aan Amerikaanse pompen, als gevolg van de onrust in Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Volgens een persbericht van het Bureau of Ocean Energy Management, Regulation and Enforcement volgen de „komende weken en maanden” meer vergunningen.

Voor het boren in ondiep water zijn sinds het in werking treden van nieuwe veiligheidsregels 37 vergunningen verleend.