Bij NAC is ook de deurwaarder kind aan huis

Voetbalclub NAC heeft al heel wat crises overleefd. Met hulp van de gemeente. „NAC en Breda zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden”.

Nederland, Breda, 26-02-2011 NAC-supporters tijdens de wedstrijd tegen ADO Den Haag. NAC won uiteindelijk met 3-2 Foto: Joyce van Belkom
Nederland, Breda, 26-02-2011 NAC-supporters tijdens de wedstrijd tegen ADO Den Haag. NAC won uiteindelijk met 3-2 Foto: Joyce van Belkom Joyce van Belkom

Dolf de Groot

Bij NAC staan voetballers met een jaarsalaris van een half miljoen euro regelmatig onder een koude douche. Geld voor een nieuwe boiler op het trainingscomplex is er niet. En de financiële problemen zijn vorige week nog groter geworden, nu de boekhouding niet blijkt te kloppen.

Maar gevoetbald wordt er. „Leg in Breda een bal op de middenstip, en er komen 15.000 mensen kijken”, zegt oud-scheidsrechter en ex-bestuurslid Frans Derks. Zaterdagavond tegen ADO Den Haag waren het er 18.700. NAC zal nooit verloren gaan, zong de aanhang.

De auteur van het clublied had een vooruitziende blik. Sinds de oprichting in 1912 ging NAC met enige regelmaat bijna failliet. Bijna, maar nooit helemaal. Want NAC hoort bij Breda. En dus werd de club telkens gered, zoals zoveel voetbalclubs in Nederland.

Zoals in 2003. De gemeente Breda redde toen de club van een faillissement door het stadion voor 15,7 miljoen euro over te nemen. Acht jaar later verkeert de club, die sinds de redding NAC Breda heet, weer in acute geldnood.

Vorige week werd bekend dat bij een controle „onregelmatigheden” waren aangetroffen in de boekhouding. Op de balans blijkt een oninbaar bedrag van 475.000 euro te staan. Bovendien zijn de inkomsten uit tv-gelden voor 370.000 euro te hoog begroot. Dat kon de club niet goed gebruiken, vorig seizoen leed NAC 4,2 miljoen euro verlies.

In driekwart jaar tijd is het misgegaan, vertelt waarnemend financieel directeur Willem Reijn. „In de zomer van 2009 heerste er een euforische stemming bij NAC.” De gemeente had net toestemming gegeven voor de bouw van kantoren en winkels rondom het voetbalstadion. NAC had de ontwikkelrechten voor 5,7 miljoen euro verkocht aan projectontwikkelaar Heja, tevens sponsor van de club, en kon met het bedrag eindelijk z’n schulden aflossen. Die waren er ondanks de redding in 2003 nog steeds. Ook sportief ging het goed. NAC stond zelfs even bovenaan in de eredivisie.

Het feestgedruis werd ruw verstoord toen directeur Theo Mommers zich voorjaar 2010 plotseling ziek meldde. Niet veel later rolde het ene lijk na het andere uit de kast. Zo bleek het ingestelde salarisplafond van 250.000 euro een uitschuifdak. Het jaarloon van de Ghanese spits Matthew Amoah en de Braziliaanse pingelaar Leonardo was met ‘tekengelden’ verhoogd tot een half miljoen euro. Ook voor andere spelers werden dergelijke constructies opgetuigd.

In de zomer van 2010 werd de balans opgemaakt. Er was 1,7 miljoen euro te veel uitgegeven aan spelers. De prijs winnende maatschappelijke projecten van de club waren te duur. En een vertraging in de verbouwing van het stadion, waar de gemeente als huisbaas 11,5 miljoen euro voor uit had getrokken, leverde NAC een flinke kostenpost op. De club claimt de schade nu bij de gemeente, maar de hoogte van het bedrag wordt betwist. Wel schoot de gemeente alvast 200.000 euro voor, zodat NAC vlak voor Kerst de Belastingdienst buiten de deur kon houden. Het toenmalige bestuur gaf directeur Theo Mommers de schuld van alle problemen, en zei van niets te hebben geweten. Mommers bestrijdt dat. Omroep Brabant meldt vandaag dat de voorzitter van de nieuwe Raad van Toezicht, Ronald Clayden, niet uitsluit dat NAC het bestuur aansprakelijk stelt voor wanbeheer.

„Er is gespeculeerd met geld dat er niet was”, zegt financieel directeur Reijn. Voor een salaris van 250.000 euro waren Amoah en Leonardo niet naar Breda gekomen, vertelt hij. Het plan was om de voetballers met winst door te verkopen. Dat de transfermarkt door de crisis zou imploderen, was door geen enkele club ingecalculeerd.

De spelerssalarissen drukten zwaar op de begroting van NAC, merkte Bernard Ouwerkerk. De oud-gemeentesecretaris van Breda was het afgelopen half jaar interim-directeur. „Vanaf mijn eerste werkdag stonden er deurwaarders voor het stadion”, vertelt hij. Hij zegt zich nog steeds te verbazen over „de voetballerij”. „Sommige bestuurders zien een voetbalclub als een hobby”, weet Ouwerkerk. „Ze vinden het leuk met voetballers om te gaan, hebben plezier in het kopen en verkopen van spelers of willen invloed uitoefenen.” Als gevolg daarvan zijn beslissingen bij NAC op basis van emoties genomen, meent hij. „En dat is nauwelijks te beheersen.”

Janus Oomen staat in Breda bekend als ‘de redder van NAC’. De oud-wethouder van Financiën stelde in 2003 het reddingsplan op. „De poort van het stadion dreigde op slot te gaan”, vertelt hij. Oomen reed er dagelijks langs. „En elke keer dacht ik: het mag toch niet gebeuren dat NAC verdwijnt. NAC en Breda zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden”.

Het beslissende debat in de gemeenteraad over de stadionovername werd door een paar honderd supporters gevolgd op de Grote Markt. Zeg dan maar eens ‘nee’, als raadslid. Nadat het besluit erdoor was, scandeerden de fans op het plein de naam van Oomen. In het stadion zongen de supporters Janus, bedankt.

In de jaren 80 verkeerde de club eveneens in zwaar weer. Een beetje druk van supporters deed ook toen wonderen, vertelt oud-bestuurslid Frans Derks. „Ik mobiliseerde de B-side [de fanatieke aanhang, red.], waarmee we in een optocht naar het stadhuis zijn gelopen. Daarna konden we het toenmalige stadion aan de Beatrixstraat voor een gulden overnemen van de gemeente.”

De huidige crisissituatie bij NAC heeft de gemeente Breda verrast, erkent wethouder Alfred Arbouw. „Wij hadden het beeld dat de club goed werd opgebouwd. Dat bleek ook uit de cijfers die wij te zien kregen: een vol stadion, een volle businessclub”. Inmiddels heeft NAC een huurachterstand bij de gemeente van 225.000 euro.

De Bredase wethouder noemt de „acute crisissituatie” bij NAC „zeer zorgelijk”. De club zal echter tevergeefs aankloppen bij de gemeente, zegt Arbouw. Ook als de Grote Markt weer volstroomt met fans die hun club niet verloren willen zien gaan. „Dat zal een lastige discussie worden, maar de tijden zijn echt veranderd”, aldus de wethouder.