Beursgang ISS impuls voor Europese beursintroducties

De ingedutte Europese markt voor nieuwe aandelenuitgiftes heeft een opkikkertje nodig. Een facilitaire dienstverlener uit Denemarken is niet de meest voor de hand liggende kandidaat om deze markt nieuw leven in te blazen, ook al is de voorgenomen beursgang van ISS beslist omvangrijk. De firma, die onder meer de schoonmaak en beveiliging regelt voor opdrachtgevers, kan het zich echter niet veroorloven al te gulzig te zijn als zij later deze week de introductiekoers vaststelt.

De huidige eigenaren van ISS – de Amerikaanse bank Goldman Sachs en de Scandinavische bedrijvenopkoper EQT Partners – hadden de firma kunnen verkopen toen er vorig jaar bieders opdoken. De prijs was echter een obstakel, aldus een ingewijde. Goldman en EQT lijken er niet van uit te gaan dat aandelenbeleggers nu wel diep in de buidel willen tasten. Ze verkopen dan ook geen eigen aandelen: de beursgang is bedoeld om ze in de gelegenheid te stellen in de toekomst hun belang af te stoten, terwijl de nettoschuld wordt teruggebracht van 6,1 naar 3,5 maal de winst.

Op basis van het sectorgemiddelde van 10,5 maal de winst voor rente, belastingen en afschrijvingen zou de bedrijfswaarde van ISS 8,3 miljard dollar (6 miljard euro) bedragen. Rekening houdend met de nettoschuld van 5,6 miljard dollar en het nieuw binnen te halen geld zou het aandelenkapitaal ongeveer 5 miljard dollar zijn.

Een korting vanwege de beursgang is gerechtvaardigd. De vraag is hoe goot die korting moet zijn. ISS heeft de afgelopen jaren meer dan 600 overnames gedaan en is nu een redelijk grote speler met een aanzienlijke voetafdruk in de opkomende markten.

De groei zou die van de branchegenoten moeten kunnen overtreffen. Maar de overvloed aan overnamedeals en de daarmee gepaard gaande herstructureringen betekenen dat de boekhouding van ISS een ondoorzichtige brij is, waarin geen heldere trends waarneembaar zijn. Hoewel de omzet van de firma sinds 2005 met gemiddeld 4 procent per jaar is gegroeid, hebben zich de afgelopen drie jaar grote schommelingen voorgedaan. Een doelstelling van 6 procent autonome omzetgroei voor de nabije toekomst lijkt hoog gegrepen.

De operationele winstmarge van 5,8 procent is sinds 2004 nauwelijks veranderd, zodat de winstdoelstelling van 6,5 procent op de middellange termijn eveneens optimistisch klinkt. Een veiliger aanname zou iets boven de 6 procent zijn: de grote kanonnen van deze sector, Sodexo en Compass, kenden vorig jaar een winstmarge van respectievelijk 5,1 en 6,9 procent.

De overduidelijke wens van de eigenaren van ISS om in een later stadium hun aandelen alsnog te slijten zorgt voor een neerwaartse druk op de koers, hoewel ze minstens zes maanden zullen moeten wachten met verkopen. Daar staat tegenover dat ISS vanaf de allereerste beursdag een overnamedoelwit zal zijn. Alles bij elkaar lijkt een korting van 10 procent alleszins redelijk. Dat impliceert een marktwaarde van 4,5 miljard dollar bij de beursgang. Als de introductiekoers op een hoger niveau wordt vastgesteld, zou de Europese markt voor nieuwe aandelenuitgiftes nog wel wat langer in de lappenmand kunnen blijven zitten.

Christopher Hughes

Vertaling Menno Grootveld