'Bestuur Twente geeft goede voorbeeld'

Gijs de Jong voelt zich als manager competitiezaken ook verantwoordelijk voor een sportief verloop van het betaald voetbal. „Op tenen van tegenstanders trappen is geen slimmigheidje.”

ZEIST -Gijs de Jong manager competitiezaken betaald voetbal van de KNVB voor het voetbalseizoen 2010-2011, portret, portretfoto
ZEIST -Gijs de Jong manager competitiezaken betaald voetbal van de KNVB voor het voetbalseizoen 2010-2011, portret, portretfoto Dijkstra bv

Voor de beeldvorming van het Nederlandse betaald voetbal was het geen best weekeinde. Trainers, spelers en supporters gingen over de schreef. Met een stilgelegde wedstrijd wegens spreekkoren, een rode kaart voor een profvoetballer die zijn tegenstander sloeg en een onderzoek naar een spits die buiten het zicht van de scheidsrechter uithaalde met zijn elleboog, moet de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond alles in het werk stellen om het imago van de sport te herstellen. „Je kan wel zeggen dat het een hectische speelronde was”, zegt Gijs de Jong, manager competitiezaken van de KNVB die onder meer verantwoordelijk is voor het speelschema, scheidsrechterszaken, tuchtzaken en veiligheidszaken in de eredivisie.

Hoe schadelijk is wangedrag in het betaald voetbal voor het imago van de sport?

De Jong: „Het heeft een behoorlijke impact. Welk effect dat precies heeft, is moeilijk te beoordelen. Daarom is het zaak dat we ons er met zijn allen tegen verzetten. Wij als KNVB willen een zo eerlijk mogelijke competitie organiseren waarbij de beste ploeg van Nederland kampioen wordt. Daarvoor hebben we regels opgesteld. Zo hebben we een licentiesysteem dat moet zorgen voor financial fair play. Maar we moeten ook zorgen dat alles zo sportief mogelijk verloopt. Dus als spelers bewust op de tenen van tegenstanders gaan staan, dan moet dat niet worden bestempeld als een slimmigheidje. Daarmee bewijs je het voetbal geen goede dienst. En de wijze waarop Douglas van FC Twente zich tegen AZ liet gaan, was buitensporig. Dergelijk gedrag kan overslaan naar de tribunes. Daar moeten we afstand van nemen.”

FC Twente voorzitter Joop Munsterman heeft gisteren het boetekleed aangetrokken en stelde dat het gedrag van Douglas niet bij zijn club paste. Zou een dergelijke opstelling navolging moeten krijgen?

„Zeker. Ik denk dat FC Twente daarmee een heel goed voorbeeld voor andere clubs is. Eerder hebben ze zelf ook al opgetreden tegen Theo Janssen [de middenvelder werd door de club geschorst nadat die met te veel drank op een ongeluk had veroorzaakt, red.] en nu geven ze weer aan dat wat hen betreft een grens is overschreden. Het is goed om te zeggen: ‘Dit is niet wat we bij onze club willen’.”

Een voorbeeld dat door alle voetbalclubs in Nederland gevolgd zou moeten worden?

„Uiteraard. Trainers en spelers uit het betaald voetbal zijn een voorbeeld voor de amateurs. Kinderen sparen nu massaal voetbalplaatjes van ze. Van een voorzitter in het amateurvoetbal vinden we het de gewoonste zaak dat die optreedt tegen wangedrag. Dat zou in het betaald voetbal ook zo moeten zijn. Maar we moeten niet vergeten dat de belangen bij profclubs heel anders zijn. Daar is zeker verandering in gekomen. Trainers en spelers staan vaak onder grote druk om te presteren. Dan wordt er in eerste instantie gedacht aan het clubbelang. De arbitrage speelt ook een rol, die wordt aangesteld om het spel in goede banen te leiden. Maar, ook die maakt helaas fouten, en dat heeft invloed op het verloop van de wedstrijd. Wij doen als bond onze uiterste best om de wedstrijden zo optimaal mogelijk te laten leiden.”

Hoe kan het denken omslaan?

„Juist door bijvoorbeeld de opstelling van FC Twente. Spelers moeten op hun verantwoordelijkheden worden gewezen. Dat is een proces. Zo’n onderwerp zet je niet zomaar even op de agenda. We zijn nu anderhalf jaar bezig met een stuurgroep respect en sportiviteit waarin alle partijen vertegenwoordigd zijn. Je ziet dat de houding ten opzichte van onsportief gedrag begint te kantelen. Dat zag je al bij Ajax-PSV vóór de winterstop. Naast de bijtende Suarez was daar ook een provocerende Bakkal en liet Afellay zich zomaar op de grond vallen. Je zag dat de media dat gedrag ook veroordeelden. Langzaam maar zeker moeten we zorgen voor een cultuuromslag.”

Wat moet er gebeuren met clubs die daar niet in mee willen?

„Daarvoor hebben we uiteindelijk toch nog gewoon het tuchtrecht. Het blijft de taak van de KNVB op te treden tegen wangedrag.”