Al drie weken zonder smeergeld

Onder het bewind van Mubarak raakte Egyptes bedoelde hoofdstad Sadat City in verval. Umm Samir gelooft in een democratische toekomst.

Een revolutie creëert mythen. Umm Samir is de mythe van Sadat City, een vervallen industriestad in het noordwesten van Egypte. Inwoners vertellen hoe de huisvrouw met armen als scheepskabels bomen omhakte om de demonstranten op de barricades in de stad van hout te voorzien. Hoe ze het commando had over twee burgerwachten. En hoe ze nog even een hoogoplopende kwestie over een bruidsschat tussen twee families suste.

„Iedereen houdt van me, ik ben de populairste vrouw van Sadat City”, zegt Umm Samir, een forse vrouw in een bloemetjesjurk, en laat haar karakteristieke bulderlach horen. „De revolutie heeft een vuur in me aangestoken. Niet langer wil ik de huisvrouw zijn die alleen maar over het weer praat, uit angst voor de geheime dienst.” Nu is de tuin voor haar appartement een politiek café, waar buurtbewoners af- en aanlopen. „De scholen zijn vies, jarenlang verwaarloosd. De artsen in de ziekenhuizen zijn incompetent. De wegen zijn slecht. Dit gaan we zelf oplossen. Vanaf nu is het democratie in Sadat City.” Mensen om haar heen applaudisseren, zoals ze de hele middag doen.

Sadat City is een lege, winderige woestijnstad. Ze staat in veel opzichten symbool voor dertig jaar verval. In de jaren zeventig wilde president Mubaraks voorganger, Sadat, van de woestijnstad de nieuwe hoofdstad van Egypte maken. Brede toegangswegen, ministeries, grote parken, fabrieken – alles is gebouwd. Inwoners werden uit het hele land gelokt: Sadat City moest een demografische afspiegeling zijn van Egypte.

Toen Sadat in 1982 werd vermoord en Mubarak diens plaats innam, ging het langzaam bergafwaarts met het project. Fabrieken sloten, de parken zijn uitgedroogd, en de ministeries zijn nooit in gebruik genomen. Mubarak was, zeggen de inwoners in het ruim opgezette stadscentrum, nooit geïnteresseerd in Sadat City. Kairo is altijd de hoofdstad gebleven. „Er was hier ooit een bioscoop, maar die is al jaren dicht. Alleen mensen die hier werken, blijven hier wonen”, zegt Ahmad al-Mohamad, eigenaar van het kleine restaurant Al-Empratour, in het midden van de stad.

Drie weken geleden was het ook onrustig in Sadat City. Vooral de verwaarlozing van de publieke sector maakte de meeste inwoners razend. Al-Mohamad: „Voor alles wat je hier gedaan wilde krijgen, moest je smeergeld betalen bij de politie of gemeenteambtenaren. Om mijn restaurant uit te breiden, heb ik me in de schulden gestoken om de politie om te kopen.”

Al snel ontstond chaos in de stad. De deuren van de nabijgelegen Wadi Natroun-gevangenis, met tienduizend gevangenen veruit de grootste in de regio, gingen open. Opengemaakt door de politie om chaos te creëren, of bevrijd door stedelingen, beide verhalen gaan rond. Hoe dan ook, binnen de kortste keren liepen er duizenden gevangenen op straat. Sommigen meldden zichzelf weer, maar zeker drieduizend gevangenen – dissidenten, maar ook dieven en moordenaars – lopen vrij rond. „Ze bellen aan en vragen om geld of dekens”, zegt Ahmad Mahmoud, de eigenaar van een koffiehuis. „Er is nog steeds nauwelijks politie op straat om orde te houden. De anarchie duurt te lang.”

In Egypte is sinds het aftreden van Mubarak het leger de baas. De legerleiding heeft het parlement naar huis gestuurd en een commissie aangesteld die de grondwet moet aanpassen. Hoewel de militairen zeggen het land rustig te willen voorbereiden op een democratische machtswisseling, heeft de Opperste Militaire Raad in feite nu alle macht in handen.

Ahmad Mahmoud zegt dat hij „gemengde gevoelens” heeft over de afloop van de opstand. Ook hij werd gek, zegt hij, van de corruptie en uitzichtloosheid in Sadat City. „Maar wie moet nu het land gaan leiden? Niemand kan het doen.” Het groepje mannen dat om hem heen zit met een waterpijp, noemt namen die allemaal worden afgewezen. Amr Moussa, secretaris-generaal van de Arabische Liga en nu de grootste kanshebber voor de presidentsverkiezingen van september, wordt afgedaan als te oud en te zeer verbonden met het regime. Mohamed ElBaradei is te lang buiten Egypte geweest. Na een tijdje komen de mannen erachter dat er geen geschikte presidentskandidaat is. „Soms denk ik wel eens: onder Mubarak was het tenminste rustig in Sadat City”, zegt Mahmoud. „De voedsel- en benzineprijzen zijn enorm gestegen als gevolg van de onrust. Mubarak liet ons in de steek, maar we redden onszelf wel. Wie redt ons nu?”

Umm Samir vecht tegen het pessimisme dat nu de kop opsteekt in Sadat City, zegt ze. Zij gelooft in zelfbeschikking van het volk, en wil zich als onafhankelijk politicus kandideren voor de parlementsverkiezingen. „Ik moest stemmen tellen bij de laatste parlementsverkiezingen. ‘Het geeft niet wat er op de formulieren staat’, zei het hoofd van het stembureau, ‘zolang de kandidaat van de partij van Mubarak hier maar ruim wint’. Het is heerlijk om dit te kunnen vertellen, het geheim heeft me lange tijd bedrukt.”

Een regering kan alleen functioneren, zegt ze, als de bevolking er invloed op heeft. Ze haalt een incident aan van enkele jaren geleden. Een man die een klacht bij Mubarak persoonlijk wilde bezorgen tijdens een werkbezoek van de president, werd door zijn lijfwachten doodgeschoten. „Dat is het oude regime. Het wilde niet luisteren. Mensen die klachten indienden over de smerige schoolgebouwen, werden niet serieus genomen. Daardoor is de stad zo achteruitgegaan.” En vanaf nu gaat het beter? „Jazeker! Ik heb al drie weken geen cent smeergeld meer betaald.”