Zo moeilijk is integratie ook niet

Nederland doet het goed op een internationale index van integratiebeleid. Ondanks barrières als een inkomenseis en een toets in het land van herkomst.

Meneer Chakroun staat model voor de strenge Nederlands regels voor gezinshereniging. Hij immigreerde in 1970 vanuit Marokko naar Nederland. Twee jaar later trouwde hij met een vrouw die in Marokko bleef wonen. In 2006 wilde hij haar naar Nederland laten komen, maar dat lukte niet: hij moest 120 procent van het minimumloon verdienen.

Het is voor immigranten lastiger geworden om gezinsleden voorgoed naar Nederland te krijgen, blijkt uit een grootschalige vergelijkende studie verricht naar het integratiebeleid in 27 lidstaten van de Europese Unie, plus Canada, de VS, Noorwegen en Zwitserland. De studie werd vandaag door de British Council, een Brusselse denktank, gepresenteerd. Bulgarije en Roemenië doen voor het eerst mee, omdat ze pas na de laatste studie tot de EU toetraden.

Nederland scoort op het gebied van gezinshereniging relatief laag, stellen de onderzoekers. Ze verwijzen daarbij naar het voorbeeld van meneer Chakroun. Overigens oordeelde het Europese Hof van Justitie in 2010 in die zaak dat de 120 procent-eis in strijd is met het recht op gezinshereniging. Volgens het hof moet per individu worden bekeken of iemand over „stabiele en regelmatige inkomsten” beschikt. Na dat arrest werden de regels in Nederland weer iets versoepeld. Het scoort daardoor op op het gebied van gezinshereniging niet eens zo laag. Ondanks de taaltoets die migranten die naar Nederland willen komen in het buitenland moeten afleggen. Die toets vormt een belemmering voor integratie, schrijven de onderzoekers. Er zijn maar weinig andere landen met zo’n toets.

Voor de Migrant Integration Policy Index (Mipex) bekeken de onderzoekers per land het integratiebeleid op zeven beleidsterreinen: naast gezinshereniging ook onderwijs, langdurig verblijf, toegang tot de arbeidsmarkt, politieke participatie, naturalisatie en anti-discriminatie. Op basis daarvan stelden de onderzoekers vast welke landen goed en minder goed presteren. Ze deden dat eerder in 2004 en 2007.

Nederland eindigt nu op de vijfde plaats, na Zweden, Portugal, Canada en Finland. In 2007 stond Nederland op de vierde plaats. Slowakije, Cyprus en Letland eindigen onderaan.

Sinds 2007 is er weinig verandering in het Nederlands integratiebeleid, blijkt uit het rapport. Migranten in Nederland hebben relatief makkelijk toegang tot de arbeidsmarkt. Er is veel hulp bij het vinden van een baan en ze kunneneenvoudig een (vak)opleidingen volgen. Voor kwetsbaarder groepen, zoals jongeren en vrouwen, zijn aparte projecten.

Nederland doet het ook goed op het gebied van politiek participatie (migrantenorganisaties krijgen financiële ondersteuning) en anti-discriminatie (strenge regels en lokale anti-discriminatiebureaus).

Op het onderdeel onderwijs aan migrantenkinderen scoort Nederland relatief laag. Elk kind gaat naar school en migrantenkinderen krijgen extra taallessen als dat nodig is (eventueel al voordat ze naar de basisschool gaan) en er is veel aandacht voor allochtoon talent in het hoger onderwijs. Maar er is weinig ruimte voor bijvoorbeeld het leren van de taal van het land van herkomst of voor specifieke ondersteuning van de ouders.