Headbangen duiven?

Job van Overbeek uit Sneek verveelde zich een keer op het treinstation en telde van ellende de vreemde hoofdbewegingen van een duif. Die knikte bij elke stap ‘ja’. Job telde 25 knikjes in 10 seconden: 150 per minuut. Waarom doen duiven dit?

„Head-bobbing”, heet de beweging van de duivenkop in een studie uit 1977 van de Canadese onderzoeker B.J. Frost aan de Queen’s University in Ontario, Canada. Frost ontdekte dat duiven in feite niet knikken. Ze bewegen hun hoofd vooruit, laten het dan hangen en nemen vervolgens een stap. Daardoor lijkt het alsof de kop terug beweegt, maar eigenlijk komt het lichaam weer onder de kop.

Uit later onderzoek blijkt dat geblinddoekte duiven stoppen met knikken tijdens het lopen. Dat is het bewijs dat duiven het gebruiken om beter te kunnen zien. De ogen zitten bij duiven aan de zijkanten van de kop en kunnen dus niet ‘samenwerken’. Diepte inschatten is daardoor lastig. Als ze ja-knikken voordat ze een stap zetten, zullen verder gelegen voorwerpen optisch meer bewegen dan voorwerpen die dichterbij liggen. Daardoor is diepte wel in te schatten. Duiven kunnen ook hun kop heel ver draaien en zo snel 360 graden rondkijken om vijanden in het vizier te krijgen.

De duif heeft nog andere hoofdbewegingen in huis, zoals heftig met de kop schudden. Beter zien speelt daarbij geen rol. „Verleiden”, stelt dierenarts Jan van Wanrooy. Hij werkt bij Belgica de Weerd, een praktijk die is gespecialiseerd in de medische begeleiding van duiven. Kopschudden is een vorm van communicatie die zowel mannetjes als vrouwtjes gebruiken.

Nee-schudden doen duiven overigens niet. Van Wanrooy: „Als een vrouwelijke duif haar verleider wil afwijzen, vliegt ze gewoon weg.” Naast een verleidingspoging kan het kopschudden ook een paramyxo-infectie betekenen. Een virus dat volgens Van Wanrooy het beste te vergelijken is met hersenvliesontsteking bij mensen. Duiven krijgen dan onder andere last van tijdelijke verlammingen. Dat de headbangende duiven op het station paramyxo hadden, is onwaarschijnlijk; de ziekte komt bij wilde duiven weinig voor.

Enzo van Steenbergen