Juf Kim

In een volle trein stapt een gezin in. Moeder Surinaams, vader Nederlands en hun dochtertje.

Trein vertrekt, kind begint te praten: wie is de baas van alle mensen? Ik, zegt de vader.

Kind (met opgeheven wijsvinger): Nee, dat is God, en dat is Allah, en dat zijn broers. Wat een onzin, reageert de moeder geïrriteerd. Vader probeert zijn lachen in te houden.

Kind nogmaals: Dat is God en dat is Allah, en het zijn broers. Moeder: Stil, ik wil hier niets meer van horen. Kind begint te zingen: God, Allah, God, God, Allah, Allah, God.

Moeder witheet, vader stikkend van het ingehouden lachen. Moeder: hoe kom je aan die onzin? Kind: van juf Kim. Arme juf Kim, mompelt vader.

Ger Gaast