Vijf tips om een dictatuur coupbestendig te maken

Dictators zijn op het moment de paria’s van de wereld. Ethisch is daar wat voor te zeggen, maar despoten als de Egyptische Mubarak en de Libische Gaddafi wegzetten als lompe agressors doet geen recht aan hun ingenieuze en fijnzinnige bestuursapparaat. Zij hebben namelijk de sociale mechanismen in de samenleving beter in de vingers dan welk democratisch leider ook.

Het Libische leger tijdens een demonstratieshow in 2009. Foto AP

Dictators zijn op het moment de paria’s van de wereld. Ethisch is daar wat voor te zeggen, maar despoten als de Egyptische Mubarak en de Libische Gaddafi wegzetten als lompe agressors doet geen recht aan hun ingenieuze en fijnzinnige bestuursapparaat. Zij hebben namelijk de sociale mechanismen in de samenleving beter in de vingers dan welk democratisch leider ook.

Dat talent moet al aanwezig zijn voordat het kasteel bestormd wordt, namelijk in de voorbereiding van de staatsgreep. Dictators zijn immers de coupplegers van vroeger. Gaddafi laat zich nog steeds aanspreken als ‘de leider van de revolutie’.

In Coup D’Etat: A Practical Handbook (eerste druk 1968) leren we van de militair strateeg Edward Luttwak dat een staatsgreep niet gereduceerd mag worden tot een snelle opeenvolging van technische handelingen, zoals het opzetten van soldaten tegen hun politieke bazen, het isoleren of liquideren van de machthebbers en het overnemen van de zendmasten. Dan kun je hoogstens een paar uur, bibberend achter een gebarricadeerde paleispoort, ‘genieten’ van het pluche. Dat wordt aftellen totdat de stormram aanklopt.

Dictators zijn coupexperts
Wie het serieus meent zal moeten inzien dat hij na het omverwerpen van de regering zelf de regering is. Dat hij draagvlak nodig heeft - niet alleen onder de gewapende krachten, maar ook onder de bevolking. De verdreven dictator moet zo gehaat zijn dat iedere opvolger als beter alternatief beschouwd wordt. Een opvolger kan pas de barbaar uit gaan hangen als zijn macht gevestigd is.

Aangezien dictators ervaringsdeskundige coupplegers zijn, weten zij precies onder welke omstandigheden een samenzwering dreigt uit te groeien tot een staatsgreep. Het alarm gaat al af als vertegenwoordigers van minderheden samenscholen. Dictaturen zijn daarom ingericht op het behouden van de greep op de staat. Niet voor niets werd er in het voorwoord van Coup D’Etat gewaarschuwd dat het boek ook anders gelezen kan worden: als gids om een dictatuur coupbestendig te maken. Mogelijk ligt het op het nachtkastje van menig dictator. Het is in ieder geval een klassieker geworden, verschenen in 14 talen en inspiratiebron voor novelles en de film Power Play uit 1978.

http://www.youtube.com/watch?v=aM3U_zHZp34

James Quinlivan, analist bij RAND Corporation, een denktank die voortkomt uit de Amerikaanse luchtmacht, stelt dat alle dictaturen zijn ingericht op het in de kiem smoren van coups. In 1999 publiceerde hij het invloedrijke rapport Coup-Proofing: its Practice and Consequences in the Middle East, waarin hij vooruit liep op het omverwerpen van het Irak-regime. Hij zag vijf overeenkomsten tussen de bestuursapparaten van Irak, Syrië en Saoedi-Arabië. De dictators van alle drie de landen zaten toen al decennia in het zadel. Eén van hen, Saddam Hussein, is in 2003 door een vreemde mogendheid uit het zadel gewipt. Maar dat ging niet zonder slag of stoot.

De publicatie van Quinlivan kan gelezen worden als een handboek voor dictators, gebaseerd op verfijnde methoden om de tegenstanders machteloos en ambtenaren loyaal te houden. Vrij vertaald komt het op het volgende neer.

Tip 1: Exploiteer familiebanden en stammenrelaties
De stichter van Saoedi-Arabië, Ibn Saud (1880-1953), stelde ooit dat groepsgevoel “het product is van bloedverwantschap of iets overeenkomstigs”. Hij verwekte daarom 52 kinderen, gaf daarmee leven aan vier tot vijfduizend nakomelingen en dreef een stamgerichte politiek.

Tot op de dag van vandaag zijn de Saoedische heersers nauw aan elkaar verwant. Een soortgelijke ‘gemeenschap van vertrouwen’ ziet Quinlivan terug in het Irak van voor 2003 en het Syrië van nu. Wie eenmaal de macht heeft gegrepen moet volgens hem terug kunnen vallen op zijn natuurlijke achterban.

Het is bijvoorbeeld van groot belang om het personeelsbestand van de diensten (leger, politie en inlichtingen) etnisch of religieus zo homogeen mogelijk te houden. Quinlivan heeft daar een rekensom voor: een minderheid van twaalf procent kan per duizend inwoners 18,4 agenten en soldaten leveren (mannen in de leeftijd van 20 tot en met 49 jaar). Dat is volgens hem ongeveer het minimum om greep op de staat te houden. Een democratie heeft slechts twee man per duizend inwoners nodig. De voornoemde rekensom (uitgebeeld in onderstaande figuur) gaat op voor de alevitische moslims in Syrië, waar het alleenheerschap al veertig jaar in de familie al-Assad zit.

De Baath-partij van Saddam Hussein was volgens Quinlivan “het ultieme product van gecompliceerde familiepolitiek en stammenlinks naar zijn geboortestad Tikrit”. De mensen die Saddam Hussein Abdu al-Majid al-Tikriti op de belangrijkste posten zette hadden vrijwel allemaal een Tikrit-achtergrond. Hussein was zo afhankelijk van Tikrits en familieleden, dat hij in 1979 publieke figuren verbood om een naam te voeren die herleidbaar is tot stam, clan of lokale voorkeur. Anders zou het te veel opvallen. Daarna, toen zijn macht echt gevestigd was, maakte hij het selectieproces weer openbaar. Hij huwelijkte zelfs zijn dochters uit aan belangrijke functionarissen die niet nauw verwant aan hem waren - door deze alliantie verzekerde hij zich van hun loyaliteit. Wie tot Husseins Republikeinse Garde wilde toetreden, een privéleger van tienduizenden soldaten, moest zweren op zijn stam.

Tip 2: Zorg dat je je eigen leger aankunt

De Iraakse Republikeinse Garde was een zogeheten paramilitaire eenheid, bestaande uit de beste en meest toegewijde officieren gerekruteerd uit het reguliere leger.  De paramilitairen hadden enorme privileges (zoals dure huizen en auto’s) en beschikten over het modernste wapentuig. Dictators hebben paramilitaire eenheden omdat ze niet blind op het normale leger kunnen vertrouwen. Het is namelijk eerder regel dan uitzondering dat een staatsgreep vanuit het leger komt. “Het parallelle leger hoeft niet zo groot te zijn als het reguliere”, schrijft Quinlivan. “Het hoeft zelfs het reguliere niet te kunnen verslaan. Als het maar groot, loyaal en inzetbaar genoeg is om disloyale soldatengroepjes direct uit te schakelen.” De bescherming van het regime staat dus voorop. Eén nadeel: paramilitairen zijn geen frontsoldaten. Ze dragen niet bij aan de slagkracht van het defensieapparaat als geheel. Ook Syrië en Saoedi-Arabië hebben een uitgebreide Republikeinse of Koninklijke Garde. Zij rapporteren niet aan de minister van Defensie, maar aan de minister van Binnenlandse Zaken.

Tip 3: Laat inlichtingendiensten elkaar bespioneren
Voor de overleving van het regime dient de loyaliteit van het personeel continu gemonitord worden. Maar wie controleert de geheime diensten? Daarvoor hebben dictators een alleraardigste truc: zet tegenover elke dienst een ander dienst. Wijs hen gedeelde bevoegdheden en overlappende jurisdicties toe. De competitie houdt de diensten niet alleen scherp, maar zorgt er ook voor dat diensten het niet in hun hoofd halen autonoom te handelen. Om de zoveel tijd plaats je agenten over van de ene naar de andere dienst. Dat maakt het lastig om met collega’s een coup voor te bereiden. Alleen al roddelen over de grote leider is levensgevaarlijk. Informatie over verdachte situaties of disloyale ambtenaren moet meteen doorgespeeld worden naar de minister van Binnenlandse Zaken of het staatshoofd. Voor zware en vuile klussen kan de Republikeinse of Koninklijke Garde ingeschakeld worden.

Tip 4: Leer officieren een coup herkennen

Een professioneel leger moet volgens de politicoloog Samuel Huntington aan drie eisen voldoen: deskundig, sociaal verantwoordelijk en bedrijfsmatig. Maar dat laatste is bij dictatoriale legers ongewenst. Hun loyaliteit moet vooral gebaseerd zijn op verwantschap en lotsverbondenheid. En een te deskundige officier kan zijn kennis misbruiken voor het beramen van een coup. Daarom krijgen officieren les in hoe zij samenzweringen kunnen herkennen. Dat maakt een coup beramen nog lastiger, een eigenzinnige officier zal al snel door de mand vallen bij collega’s. De hoogst opgeleide officieren worden bovendien nauwlettend in de gaten gehouden door de inlichtingendiensten.

Tip 5: Strooi met geld en sta corruptie oogluikend toe

Het onderhouden van paramilitaire eenheden en elkaar controlerende inlichtingendiensten is duur. Saoedi-Arabië kan zich dat veroorloven dankzij de olie. Dat gold ook voor Irak. En Syrië in mindere mate. Het voordeel van een dictatuur is dat alles toekomt aan het regime. Wie een goed leven wil hebben, moet dus in het gevlei bij het regime komen. Het regime, op zijn beurt, moet dan wel met geld strooien. Vooral de Garde, de paleiswacht, dient in de watten gelegd te worden. Corruptie van individuele ambtenaren is overigens geen ramp, aldus Quinlivan. “Agenten hebben daar zelf voordeel van. Zij zullen er daarom alles aan doen om hun positie te behouden.”

Stoken in familie- en stamrelaties
Coup-Proofing is het antwoord op Coup D’Etat. Maar het spreekt voor zich dat sommige van deze tips ook tegen regimes gebruikt kunnen worden. Quinlivan geeft het verzet tegen Saddam Hussein als voorbeeld: regelmatig werd geprobeerd in de familie- en stamrelaties te stoken. Wie een staatsgreep overweegt doet er dus goed aan eerst stamboomonderzoek te doen. Met psychologische oorlogvoering is misschien zelfs een Republikeinse Garde te breken.

Hoe dit alles zich verhoudt tot de succesvolle plein- en internetprotesten in Egypte, Tunesië en Libië zal nader onderzocht moeten worden. Quinlivan schreef zijn publicatie immers in een tijd dat Facebook en Twitter nog niet bestonden. Maar het gegeven dat in al deze landen nog niet van een complete machtswisseling gesproken kan worden baart zorgen. Zolang de vertrouwenskring niet gebroken is, is het volk nog niet van zijn onderdrukkers af.

Dit artikel is geïnspireerd op de bronnen die aangehaald zijn in The Dictator Protection Plan (Newsweek, 20 februari 2011). Eerder in deze serie: ‘Zo zet een dictator het internet uit, ‘Net als Mubarak een tiran geweest? Neem dan de Poetin-route, ‘Peptalk voor Mubarak, ‘Actiewijzer voor Egyptenaren en sympathisanten, ‘Protesteren tegen het regime in Egypte? Noem jezelf Khaled Said, ‘Rumoerig op straat? Claim die revolutie dan snel op internet, ‘ElBaradei: herstel vertrouwen net zo belangrijk als afzetten Mubarak, ‘Hillary Clinton twittert nu opeens in het Arabisch en Farsi.