Verkiezingen, best belangrijk

nrc.next onderzocht welke gevolgen het heeft als het kabinet geen meerderheid in de Eerste Kamer behaalt.

De waarschuwingen van de coalitie blijken overtrokken.

Wie waarschuwde er eigenlijk niet? CDA-senator Jos Werner deed het. VVD-minister Edith Schippers. De lijsttrekkers voor de Eerste Kamer Loek Hermans (VVD) en Elco Brinkman (CDA). En niet in de laatste plaats: premier Mark Rutte (VVD) zelf. Hij beklemtoont steeds dat rechtse kiezers volgende week naar de stembus moeten gaan om het kabinet in de senaat een meerderheid te bezorgen. „De Eerste Kamer kan het ons ontzettend moeilijk maken en op een aantal onderdelen onmogelijk”, zei Rutte woensdagavond in het tv-programma Uitgesproken WNL.

Met alle waarschuwende woorden van de coalitiepartijen VVD en CDA zijn de verkiezingen voor de Provinciale Staten woensdag tot een referendum over het kabinetsbeleid gemaakt. Wie voor de coalitie is, moet op VVD, CDA of gedoogpartner PVV stemmen. Wie tegen is, stemt op een oppositiepartij. Via de getrapte verkiezingen kan de oppositie zo een meerderheid in de senaat behouden. De impliciete boodschap van VVD en CDA: dan is het kabinet-Rutte vleugellam. Dus: einde oefening.

De oppositie, op de PvdA na, kijkt daar iets genuanceerder tegenaan. „Het kabinet zal dan gewoon zijn stinkende best moeten doen om de voorstellen zo in te dienen dat de senaat geen bezwaar maakt. Ik vind niet dat het kabinet in dat geval hoeft af te treden”, zei GroenLinks-lijsttrekker Tof Thissen in deze krant. D66-voorman Roger van Boxtel vindt dat het kabinet goed moet inschatten hoe meerderheden te zoeken. Hij zei, ook in deze krant: „Het is niet zo dat als het kabinet geen meerderheid haalt, chaos uitbreekt.”

Wie heeft gelijk? Is de angst van Rutte terecht? Of is het demagogie, bedoeld om rechtse kiezers naar de stembus te lokken?

Deze krant heeft 24 voor het kabinet belangrijke plannen op een rij gezet. Zeventien ervan zijn in november vorig jaar door Rutte zelf als belangrijke hervorming omschreven. De andere plannen zijn toegevoegd, omdat ze voor het kabinet belangrijk zijn of een hoge symbolische waarde hebben (nieuwe kerncentrale, maximumsnelheid naar 130 kilometer per uur, versoepeling rookverbod). Vervolgens is een inschatting gemaakt van de kans dat de plannen door de senaat komen als de coalitie daar over een minderheid van de zetels beschikt. Meegewogen is de vraag in hoeverre het kabinet steun van de oppositie bij elkaar kan ‘shoppen’. Vaak is ook (een deel van) de oppositie het eens met voorstellen, al dan niet nadat enige concessies zijn gedaan.

Er is onderscheid gemaakt in drie categorieën: kansrijk, weinig kansrijk en voorstellen waar het om zal gaan spannen.

De conclusie: twaalf plannen zijn kansrijk. Vier lijken volkomen kansloos. Dit zijn politiek gevoelige onderwerpen, zoals het voor PVV en VVD belangrijke immigratie- en asielbeleid en hervormingen van de sociale zekerheid.

Bij de andere voornemens van het kabinet is het beeld diffuus: delen ervan worden door de oppositie ondersteund, andere delen niet. Of de plannen zijn nog onvoldoende duidelijk.

Zelfs met een vijandige senaat kan Rutte dus toch veel van zijn plannen voor elkaar krijgen.