Stemhulp stuurt kiezer juist het bos in

Digitaal stemadvies is een slechte raadgever, schrijven Will Tiemeijer, Joel Anderson en Thomas Fossen.

Illustratie Ruben L. Oppenheimer
Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Digitale stemwijzers kunnen hun nut nooit beter bewijzen dan bij de Provinciale Statenverkiezingen. Bij Kamerverkiezingen weten de meeste mensen wel wat hun stemvoorkeur is. Ook over de gemeentelijke politiek zijn ze redelijk geïnformeerd.

Maar de Provinciale Staten? Wat speelt daar in hemelsnaam? Welke partij heeft welke plannen en waarom? Gelukkig bestaan nu voor alle twaalf de provincies digitale stemhulpen, zoals de Stemwijzer en het Kieskompas. Juist omdat mensen zo weinig afweten van de provincie, zouden die stemhulpen best eens een behoorlijke invloed kunnen krijgen.

Helaas maken juist de Statenverkiezingen pijnlijk de beperkingen duidelijk. De stemhulpen negeren de mogelijkheid van strategisch stemmen. Dit wordt afgedaan als een ‘oneigenlijke’ stemmotivatie. Het hoort toch te gaan over de inhoud?

Toch zal het voor de leefomstandigheden van Nederlandse kiezers vaak meer uitmaken welke partijen regeringsmacht krijgen dan of de volksvertegenwoordiging wel een correcte afspiegeling is van de mening van ‘het volk’. Het is dus logisch als kiezers de machtsvraag meewegen in hun stemkeuze.

De provinciale stemhulpen bevinden zich in een virtuele wereld. De stellingen reppen met geen woord over de cruciale gevolgen voor de samenstelling van de Eerste Kamer en de toekomst van de regering. Hoeveel waarde heeft het stemadvies dan nog?

Niet iedereen stemt strategisch. Politicologen schatten het potentieel aan strategische kiezers bij landelijke verkiezingen op ongeveer een kwart van het electoraat. Het is mogelijk dat bij deze provinciale verkiezingen hun aandeel toch iets groter zal zijn, maar ook nu zullen veel kiezers toch ‘voor de inhoud’ gaan.

Mogen zij wél goed advies van de stemwijzers verwachten? Nee. Ook zij lopen het risico om bij de verkeerde partij uit te komen.

Stemhulpen gaan uit van de concrete beleidsvoornemens van partijen. De invullers ervan moeten zeggen of ze het eens zijn met provinciale plannen als „de verbreding van de N33 van Zuidbroek naar Eemshaven” of „de aanleg van een nieuwe containerhaven in Zeeland”.

Zulke concrete beleidsvoornemens zijn een wankele basis voor advies. Wie kan voorzien wat over één of twee jaar de hete hangijzers zullen zijn? De kredietcrisis, bijvoorbeeld, heeft in korte tijd de politieke agenda volledig omgegooid.

Het is dus rationeel als kiezers zich niet te veel laten leiden door de kwesties van het moment, maar vooral stemmen op de partij die het beste past bij ‘hun soort mensen’ met ‘hun soort waarden en belangen’. Dat is immers de partij die bij onvoorziene kwesties waarschijnlijk de keus zal maken die het meest overeenstemt met wat zij zouden willen.

Stemhulpen vragen niet naar algemene principes of overtuigingen. In wezen zijn de bestaande, digitale stemhulpen slechts een pakketje referenda over de voornemens van het moment.

De politicoloog Manin heeft laten zien dat kiezers beter kunnen afgaan op wat politici de afgelopen periode daadwerkelijk hebben gepresteerd, in plaats van op hun plannen voor de toekomst. Dit ‘afrekenen op prestaties’ heeft een groter ‘disciplinerend effect’ op politici.

De bestaande stemhulpen vragen niet naar retrospectieve oordelen. Ze gaan voorbij aan wat wellicht de meest rationele stemstrategie is voor wie wil dat de politiek ‘beter luistert’.

Digitale stemwijzers zijn mooie instrumenten om kiezers te attenderen op wat zoal op het spel staat en om hun informatie te verstrekken over wat de partijen daarvan vinden. Het gaat fout zodra ze ook advies geven, omdat ze uitgaan van de simplistische idee dat alleen concrete beleidsvoornemens ter zake doen.

Het zou mooi zijn als de volgende verkiezingen de geboorte laten zien van een nieuwe generatie stemhulpen, die recht doen aan de volle breedte van politiek legitieme overwegingen.

Dr. Will Tiemeijer is medewerker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Dr. Joel Anderson is fellow aan het Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Sciences. Drs. Thomas Fossen is als filosoof verbonden aan de Universiteit Utrecht. Zij verrichten onderzoek naar de politiek-filosofische aspecten van stemhulpen.