Ik ben jeugd en plezier

J.M. Barrie: Peter Pan. Vertaald en bewerkt doorReggie Naus. Ploegsma, 155 blz. € 16,95

De Disney-variant uit 1953 bepaalde dat Peter Pan guitig en grootogig is en zijn elfje Tinkerbel een pin-upje met vleugels. Films als Hook van Steven Spielberg borduurden daarop voort. En dat Michael Jackson zijn landgoed ooit Neverland doopte, heeft het droomland Nimmerland van Peter Pan natuurlijk geen goed gedaan.

‘Niemand zal mij ooit vangen en groot laten worden’, zegt Peter Pan zelf, die ondanks zichzelf dit jaar honderd jaar is geworden. Dat wil zeggen, het boek Peter and Wendy (1911), een van de toneelstukken en boeken die de Schot J.M. Barrie schreef over het vliegende jongetje dat nooit volwassen wil worden.

Werkt de magie nog, of is het boek nu te ouderwets?

Peter Pan vliegt ’s nachts de slaapkamer in van de kinderen Wendy, John en Michael Darling en neemt ze mee op reis naar Nimmerland. Dat is het land van eeuwige jeugd, waar de Verloren jongens wonen die met Peter Pan wilde avonturen beleven – met indianen, piraten en zeemeerminnen. Peter wil Wendy als moeder meenemen voor de jongens en al gauw weet bijna niemand beter dan zij dat is.

Kinderboekenschrijver Reggie Naus, fan en zelfverklaard piratenexpert, heeft Peter Pan ‘herverteld’. Dat is een lelijk woord om te zeggen dat hij hier en daar flink heeft gewied, soms wat heeft toegevoegd om er een spannend boek voor kinderen van nu van te maken.

Dat is gelukt, zeker in vergelijking met de eerdere vormelijke vertaling door A.C. Tholema. Die was eveneens uitgebracht door Ploegsma, met dezelfde mooie oude tekeningen van Edward Ardizzone.

Eigenlijk is het geen echt kinderboek, al wordt het daarbij ingedeeld omdat het verhaal over kinderen gaat. Daarvoor is het te somber en melancholisch. ‘Doodgaan zal een ontzettend groot avontuur zijn’, zegt Peter Pan op de Drenkelingenrots.

En inderdaad, soms is het verhaal ouderwets. Vader danst niet, want dat doet een vader niet. Moeder danst niet want ze is te druk met sokken stoppen. Maar dat soort malligheid van een eeuw geleden is onbelangrijk bij de pret (‘Ik ben jeugd, ik ben plezier!’) en ontroering die overblijven. Over het verlies van groter worden en niet meer kunnen vliegen en over moeders die altijd een raam openlaten.

Naus, bekend met zijn populaire boekenseries over Rowan de meisjespiraat en Raadseljagers, heeft Peter sneller maar niet te zoet gemaakt. Elfje Tinkerbel is een jaloers krengetje en Peter Pan ergerlijk pedant. ‘Wat ben ik toch slim’, lacht hij als Wendy zijn schaduw opnieuw aan hem heeft vastgenaaid.

Hij is harteloos, maar weet dat zelf niet want hij vergeet alles. Alles is altijd nieuw voor hem.