Hij verzamelde olifanten en chatte met kinderen

Ook ‘de derde verdachte’ in de Amsterdamse zedenzaak zit nog steeds vast in alle beperkingen. Wie is deze Edwin R.? Zijn rol is nog altijd onduidelijk.

Maandag beslist de rechter of Edwin R., de ‘derde verdachte’ in de Amsterdamse zedenzaak, blijft vastzitten of op vrije voeten komt. Het voorarrest van zijn medeverdachten werd al eerder verlengd. De verdenkingen tegen R. zijn minder zwaar, maar zijn precieze rol is nog altijd onduidelijk.

Edwin R. is wat je noemt honkvast. Hij woont in Zaandam, waar hij ook is opgegroeid. Hij werkt al vijftien jaar als vaste invaller bij kinderdagverblijf Het Hofnarretje. En hij is 25 jaar lid van de Saense Handboog Skutters waar hij als jeugdlid was begonnen.

Begin december werd hij kort na hoofdverdachte Robert M. opgepakt in de Amsterdamse zedenzaak. Er bleken ouders te zijn die hem verdacht vonden, die ooit vermoedens van ontucht over hem hadden geuit. Na inbeslagname van zijn computer werd hij beschuldigd van seksuele handelingen tijdens chatsessies met minderjarigen en bezit van kinderporno – een klein aantal afbeeldingen van kinderen boven de twaalf. Van seksueel misbruik wordt hij vooralsnog niet beschuldigd. Het Openbaar Ministerie onderzoekt de meldingen van ouders nog.

Voor ouders wier kind door Edwin R. (39) is verzorgd, is de grote vraag hoe ver zijn betrokkenheid ging. Ze vragen zich nog steeds af of er een netwerk van misbruikers bestond binnen de crèche waarin ook hij een rol speelde. Justitie benadrukt dat zijn zaak los staat van die van zijn medeverdachten. Maar ouders twijfelen: Edwin maakte foto’s van hun kinderen. En hij organiseerde een afzwaaifeestje bij de handboogvereniging in Zaandam dat acht uur duurde. Er waren leidsters bij, maar ook Robert M. en diens echtgenoot Richard van O. Tegen die laatste is de verdenking sinds december uitgebreid. Hij zou een minderjarige jongen hebben aangerand.

Robert M. en Edwin R. zijn heel verschillend, vertellen ouders. M. is eigenwijs en heeft een vlotte babbel. Edwin R. wordt door mensen die hem kennen omschreven als een introverte jongen. Hij verzamelde beeldjes van olifanten. Een man die heel verlegen is, onhandig in contacten, „niet innemend”, zegt een lid van de handboogvereniging. „Iemand die nooit een grapje maakte en tegen wie je ook nooit een grapje maakte.” Hij is heel beïnvloedbaar, zegt een bron bij het onderzoek. Niet het type van een geslepen crimineel.

Toch zit Edwin R. nog steeds vast ‘in alle beperkingen’, net als Robert M. en diens echtgenoot. Dat betekent: in het belang van het onderzoek geen kranten, geen contact met medegedetineerden, alleen bezoek van een advocaat. Dit kan erop wijzen dat de politie gedurende het onderzoek nieuwe aanwijzingen over hem heeft verkregen. Anders zou zijn advocaat goede gronden hebben gehad om de beperkingen te laten opheffen.

Het hoeft niet te betekenen dat op de crèche een ‘crimineel netwerk’ actief was. Advocaten die veel zedenzaken doen zeggen dat ook de verdenking van ontucht voor de webcam een lang voorarrest kan rechtvaardigen. Mogelijk wil het OM bewijzen dat R. zich schuldig maakte aan het aanzetten van minderjarigen tot ontucht. Dat is weer een zwaarder vergrijp.

Edwin R. bracht het grootste deel van zijn vrije tijd door bij de Saense handboogvereniging. Medeleden maakten er soms opmerkingen over: waarom zet je hier geen bed neer? Hij hing er niet aan de bar, er ontstonden geen vriendschappen. Hij oefende. Hij is een goede boogschutter, zegt een lid van de vereniging. Hij had zelfs „potentie” om „groot” te worden. Maar hij had geen vervoer – op toernooien buiten de regio kwam hij niet.

Wel werd hij jeugdtrainer. Op zondag gaf hij les aan de jongste leerlingen, vanaf acht jaar. Toen hij werd opgepakt, ontstond er geen paniek bij de vereniging of de ouders van leerlingen. Een trainer is er nooit alleen met de kinderen. De bar kijkt uit op de binnenbaan, kleedkamers zijn er niet. En daarbij: Edwin deed niet raar met kinderen. Hij had goed contact met ze. Ze keken tegen hem op omdat hij een goede schutter was. Hij had zelf een set kleine handbogen aangeschaft voor zijn leerlingen. Pubers zou hij niet aangekund hebben, denkt een lid van de vereniging. „Hij kon ze geen weerwoord geven.” Terugkomen bij de vereniging kan hij niet, denkt het lid. „Het gaat om jeugd.”