Vele miljarden voor vage doelen

Zeven provincies werden vermogend door de verkoop van hun energiebedrijven. Wat doen zij met die miljarden? Is de besteding te achterhalen?

Nederland - Eemshaven - Groningen - 03-01-2011 Contouren aan de horizon van de Eemshaven veranderen door de nieuwbouw van de NUON Magnumifuel elektriciteitscentrale 1,200 MW. Volgens directeur Harm Post van Groningen Seaports is de Eemshaven momenteel de grootste bouwput van Nerderland. Essent/RWE en Nuon zijn volop bezig met de bouw van elektriciteitscentrales en Vopak bouwt er een olieterminal. Foto: Sake Elzinga
Nederland - Eemshaven - Groningen - 03-01-2011 Contouren aan de horizon van de Eemshaven veranderen door de nieuwbouw van de NUON Magnumifuel elektriciteitscentrale 1,200 MW. Volgens directeur Harm Post van Groningen Seaports is de Eemshaven momenteel de grootste bouwput van Nerderland. Essent/RWE en Nuon zijn volop bezig met de bouw van elektriciteitscentrales en Vopak bouwt er een olieterminal. Foto: Sake Elzinga

Extra kredieten voor het midden- en kleinbedrijf, uitgebreide restauratie van kerken, molens en boerderijen, fietspaden erbij, nieuwe fietstunnels en een mooiere stationshal voor Arnhem Centraal.

Groot onderhoud bij de provincie Gelderland. Een half miljard euro wacht op besteding in het kader van de ‘Gelderse investeringsagenda’. De provincie is rijk na de verkoop van Nuon.

De opbrengst van 4,4 miljard euro stelt de Gedeputeerde Staten voor luxeproblemen: middenin de crisis durfde de provincie een persbericht uit te geven onder de kop: ‘500 miljoen euro uitgeven lastige klus’. En de Provincie Overijssel formuleert op haar beurt als een van haar belangrijkste doelen: „het bereiken van een investeringsagenda van 1 miljard euro”.

Zeven Nederlandse provincies beschikken door de verkoop van Nuon en Essent over ruim 11 miljard euro startkapitaal. Zowel CDA als PvdA is vertegenwoordigd in het dagelijks bestuur van al deze provincies. Terwijl de overheden de komende jaren alle in de bezuinigingsmodus staan, hebben deze provincies een interessante nevenactiviteit: zoeken naar goede bestemmingen voor een ongekende hoeveelheid geld. Vele hebben vermogen ontvangen dat hun jaarbegroting overstijgt. Hoe geven ze dat uit? Waarom? En hoe kunnen stemgerechtigden aan de vooravond van de Provinciale Statenverkiezingen zich daar een oordeel over vormen?

De vermogende Nederlandse provincies hebben alle grootse plannen waarbij de regio versterkt wordt: met duurzame investeringen in natuur, infrastructuur, cultuur, innovatie en waarbij een soort regionale industriepolitiek wordt bedreven. De uitgangspunten zijn allemaal goedbedoeld. Niemand zegt het kapitaal te willen verbrassen. Maar die grens blijkt in de praktijk niet scherp aan te geven.

Gelderland heeft een lange lijst ambities. De provincie staat overal voor open. Het Waterschap Veluwe legt acht vispassages aan, gericht op een „natte ecologische verbindingszone”. De provincie betaalt. Er gaat geld naar het project Dansende Bomen. De pluimveeslachterij die uit de woonwijk naar het industrieterrein verhuist, ontvangt 6 miljoen.

En de toerist wil ook wat. Bruine borden en beeldverhalen zijn van belang in het kader van ‘Groeten uit Gelderland’. „De beeldverhalen voor Rivierenland en Achterhoek geven een blijvende impuls aan de ontwikkeling van het vrijetijdsproduct”, beloven Gedeputeerde Staten in de begroting. „De toeristische bewegwijzering in de vorm van bruine borden moet ervoor zorgen dat potentiële bezoekers gestimuleerd worden tot het brengen van een bezoek.”

Michiel de Vries, hoogleraar bestuurskunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen, vindt dat provincies veel te veel geld ten opzichte van hun taken hebben. „Ze zijn nog net niet overleden, maar hebben wel een sterk gestegen jaarbudget van ruim 8 miljard euro en reserves – vooral door Nuon en Essent – van 13 miljard euro. Met zulke weelde kun je ook de meeste bezuinigingen van dit kabinet dekken als je de provincies afschaft.”

Er zijn in Gelderland partijen die vinden dat de provincie de opbrengst van 4,4 miljard euro rechtstreeks aan de burgers moet overmaken. De Vries begrijpt die wens. „Van de vele ambitieuze investeringen van de provincies is de economische betekenis niet aangetoond. Het hoofddoel van de provincie Gelderland is dit jaar om de begrote middelen ook daadwerkelijk uit te geven. Dat is toch van de zotte? In Gelderland hebben ze wel doelen, maar het zijn belachelijke doelen.”

Toch onderscheidt de provincie Gelderland zich in positieve zin: er bestaat tenminste uitleg en verantwoording van al haar plannen. Bij veel provincies lijken de miljarden verdwenen, informatie over het geld is in de begroting niet te vinden. De provincie Overijssel rept vrijwel niet van de 1,4 miljard Essent-gelden. Wel is Overijssel expliciet over bezuinigingen: dat doet de provincie niet. Punt.

De noordelijke provincies gebruiken de eenmalige inkomsten voornamelijk voor verkeer en vervoer. Ze droomden ooit van een zweeftrein naar de Randstad. Die zou toen al gefinancierd worden met de toekomstige opbrengsten van Nuon en Essent. De trein werd geschrapt en nu worden de middelen gebruikt voor extra spoorlijnen en snelwegen in Friesland en Groningen.

Maar Nuon en Essent schroeien ook gaten op lopende begrotingen dicht. In Friesland 70 miljoen, in Limburg dit jaar 52 miljoen. Al is de grens tussen gaten dichten, bijpassen of langjarige investeringen bijzonder vaag. De meeste provincies bezuinigen aan de ene kant vanwege de korting door het Rijk en aan de andere kunt studeren zij op grootschalige bestedingen.

In Noord-Holland is het gros van de opbrengst in twee reserves gestort, geparkeerd voor diepte-investeringen. De resterende 100 miljoen euro gaat naar lopende zaken, waaronder 28 miljoen euro voor „frictie- en proceskosten voor taakaanpassingen”. Dat zijn de kosten die de provincie maakt bij de bezuinigingen die zij doorvoert. 28 miljoen kosten op 63 miljoen bezuinigingen. Eigenlijk bezuinig je minder, bevestigt gedeputeerde Elisabeth Post (Financiën en Verkeer, VVD) en lijsttrekker voor de VVD Noord-Holland desgevraagd.

De frictiekosten zijn vergelijkbaar met de helft van het bedrag dat de gemeente Amsterdam jaarlijks tekort komt voor het openbaar vervoer, waardoor de gemeente de helft van de buslijnen wil schrappen. Kan de provincie de hoofdstad niet helpen? Gedeputeerde Post: „Wij gebruiken de Nuon-gelden niet voor exploitatiekosten, maar voor echte investeringen”. Dus dan misschien wat meebetalen aan de Noord-Zuidlijn? Nee, zegt Post, want dat is geen „provinciaal project”.

Waar Noord-Holland het Nuon-geld aan besteedt, is in de begroting moeilijk te zien. Veel meer dan een opvangvoorziening voor zwerfjongeren is er niet te vinden. De Randstedelijke Rekenkamer concludeerde vorig jaar dat het doel van reserves in de Randstad „soms zeer algemeen is geformuleerd, dikwijls de gewenste omvang niet bekend is en er vaak geen planning is voor de inzet van de middelen”.

Gedeputeerde Post legt uit dat het Nuon-geld in Noord-Holland onder meer gaat naar een nieuwe provinciale weg tussen Alkmaar en Enkhuizen, een busbaan tussen Hilversum en Huizen en de ringweg Alkmaar.

Voor financiering is een complexe constructie gekozen. „Begrijpt u wel hoe de systematiek van een provinciebegroting werkt”, informeert Post. „In dit geval lenen wij geld van onszelf”, legt zij uit. „En van de interne rentetoerekening betalen we de projecten.”