Intussen in Ivoorkust

Het optimisme rond de verkiezingen in Ivoorkust was van korte duur.

Patstelling tussen zittend president Gbagbo en uitdager Ouattara zorgt voor chaos.

ATTN EDITORS : GRAPHIC CONTENT Residents look at the body of a man killed by gunfire on January 11, 2011 in Abidjan. At least two civilians were killed after lengthy bursts of gunfire were heard in a tense neighbourhood of Ivory Coast's crisis-stricken commercial capital Abidjan. Two bullet-riddled bodies were seen lying in a street of Abidjan's Abobo neighbourhood, a stronghold of the country's internationally recognised president Alassane Ouattara. TOPSHOTS AFP PHOTO / ISSOUF SANOGO
ATTN EDITORS : GRAPHIC CONTENT Residents look at the body of a man killed by gunfire on January 11, 2011 in Abidjan. At least two civilians were killed after lengthy bursts of gunfire were heard in a tense neighbourhood of Ivory Coast's crisis-stricken commercial capital Abidjan. Two bullet-riddled bodies were seen lying in a street of Abidjan's Abobo neighbourhood, a stronghold of the country's internationally recognised president Alassane Ouattara. TOPSHOTS AFP PHOTO / ISSOUF SANOGO AFP

Meneer Yaro neemt zijn telefoon niet meer op. Vorige maand kreeg ik ineens een baldadige jongen aan de lijn die beweerde dat ik een verkeerd nummer had ingetoetst. Sinds twee weken schakelt de telefoon automatisch over op een mannenstem die zegt dat ik een bericht moet achterlaten. Een kennis die bij een bedrijf voor mobiele telefonie werkt, vindt dat verdacht. „Alle operators gebruiken vrouwenstemmen voor voicemail”, zegt hij. „Volgens mij wordt de telefoon afgeluisterd.”

Meneer Yaro is een gepensioneerde onderwijzer die Alassane Ouattara steunt, de voormalige premier die eind november de verkiezingen in Ivoorkust won. En hij was een van mijn beste contacten toen de politie in december met harde hand een demonstratie neersloeg. Zodra in zijn wijk geschoten werd, belde hij op. Hij ging poolshoogte nemen in een achterbuurt waar militairen deuren hadden ingebeukt en een tiental gezinnen hadden bedreigd. Hij bracht me in contact met zijn buurvrouw, die bij een bank werkt en vertrouwelijke informatie doorgaf.

Naar de verkiezingen was vijf jaar uitgekeken. Voor het eerst in de geschiedenis van het land mochten alle oppositieleiders meedoen. Het was de eerste keer in Afrika dat de Verenigde Naties een officieel stempel van goedkeuring aan de verkiezingen zouden geven. Het optimisme was van korte duur. De uitkomst heeft een crisis veroorzaakt waar niemand zich nog raad mee weet.

De zittende president Laurent Gbagbo verloor van Ouattara. Maar hij blijft zijn nederlaag stug ontkennen en houdt hardnekkig het presidentiële paleis bezet. De staatsmedia verdraaien de waarheid in zijn voordeel, de bevolking wordt opgezet tegen de VN, tegen het Westen, tegen alles wat buitenlands is. Gbagbo vertoont het klassieke slachtoffergedrag van een ware despoot: hij noemt zich een socialist, maar trekt zich niets aan van het lot van de mensen die hij beweert te vertegenwoordigen.

Het is daarom geen sinecure om beroepshalve te moeten kijken naar de ultranationalistische propaganda van het enige televisiekanaal dat Ivoorkust rijk is, de Radio Television Ivoirienne (RTI), een horkerige zender die volledig door Gbagbo wordt aangestuurd. Soms zien we de stafchef van het leger een paar danspasjes maken voordat hij een publiek van ongeletterde jongeren aanmoedigt de republiek ‘tot de dood’ te verdedigen. Uit zijn gepolijste Frans zou je niet afleiden dat zijn militairen opdracht hebben gekregen oppositieaanhangers te arresteren of simpelweg te laten verdwijnen. Het gebeurt niet systematisch en niet op grote schaal. Maar het gebeurt.

Ouattara zit intussen opgesloten in een hotel waar hij een parallelle regering heeft opgezet die communiceert met deftige verklaringen die uitsluitend door de oppositiekranten worden afgedrukt. Gbagbo bindt de strijd aan met Ouattara en de rest van de wereld via verklaringen die hij iedere avond op de RTI laat voorlezen.

De absurde Ivoriaanse impasse zal later ongetwijfeld dienen als fascinerende casestudy voor Afrika-analisten. Maar met het failliet van de economie is de grappenmakerij over het-land-van-twee-presidenten gaandeweg verstomd. Achter de gezwollen, formele taal van de publieke machtsstrijd schuilen steeds vaker verontrustende incidenten die sluipenderwijs moedeloos maken.

Een confrontatie lijkt onvermijdelijk. Mensenlevens zijn banaal geworden. De kranten presenteren dagelijks nieuwe, lugubere faits divers. De oogst van deze week: op maandag joeg het leger aanhangers van Ouattara uiteen met mitrailleurs en handgranaten. Op de voorpagina’s van de oppositiekranten zien we gruwelijk verminkte lijken. Op dinsdag werd de chauffeur van een oppositiewoordvoerder in een Mercedes geduwd door mannen in uniform. Sindsdien is niets meer van hem vernomen. In het westen van het land houden struikrovers huis die de mannelijke passagiers van minibusjes leegkloppen en de vrouwelijke passagiers verkrachten. „Het land is wetteloos geworden”, zei een Ivoriaanse kennis hoofdschuddend. Sinds mijn vriend vorige maand werd klemgereden en onder schot gehouden door gendarmes in wat vermoedelijk een poging was zijn auto te stelen, denk ik het ook.

Mijn vriendenkring is geslonken. Venance vluchtte naar Frankrijk nadat een jeep met gewapende mannen voor de poort van zijn voormalige bungalow was gestopt. Ze wisten niet dat hij net was verhuisd. Het reisbureau van Fanny draait sinds de verkiezingen geen omzet meer. Ze stuurde me een sms vanuit Mali, waar ze voorlopig een appartement heeft gehuurd. Op straat is politiek een onderwerp dat beter vermeden kan worden, tenzij alle omstanders voor dezelfde president zijn. Het is behoedzaam manoeuvreren. De Canadese collega die onlangs ging kijken naar een mysterieuze brand in het ministerie van Financiën, werd meteen omsingeld door een bende brullende straatjongens. „Wij willen jullie westerlingen hier niet meer zien”, hoorde hij nog voordat hij zich uit de voeten maakte.

Het idee dat journalisten partijdige bemoeials zijn, om niet te zeggen slinkse spionnen, is in Ivoorkust onuitroeibaar. Onder collega’s hebben we afgesproken: binnenblijven tijdens demonstraties, niet na tien uur ’s avonds de straat op. Sommige lokale verslaggevers krijgen doodsbedreigingen per sms en maken daar melding van in hun krant. Twee jongens die uit het noorden van het land kwamen om ‘hun’ president Ouattara, ook een noorderling, te interviewen, zijn door de politie in de cel gegooid en met brandende sigaretten bewerkt. Dat zal ons tenminste niet overkomen, denken wij blanke journalisten dan lafhartig. In zo’n geval biedt onze huidskleur bescherming.

De internationale gemeenschap denkt de crisis met onderhandelingen en economische sancties te kunnen bezweren. Dat is goedkoper en minder risicovol dan militaire interventie. De Centrale Bank van West-Afrika zegde in december de samenwerking met de door Gbagbo benoemde regering volledig op. Eerst deden we nog wat lacherig over de naderende financiële crisis – het was slim om alvast zoveel mogelijk geld uit de automaat te halen, maar ach, dat kon morgen ook nog wel. Maar vorige week gingen plotseling alle grote banken dicht, en dus ook alle geldautomaten. Bankbiljetten zijn nergens meer te krijgen. Cheques worden overal geweigerd. Hoe dat straks moet in een land waar creditcards vrijwel waardeloos zijn en alles contant wordt betaald, van de elektriciteitsrekening tot een vliegticket, is een vraag waar niemand antwoord op heeft. Ik heb 900 euro in een bureaulade liggen. Als dat op is, wat dan?

De vredesmissie van de VN, die weigert zich door Gbagbo weg te laten sturen, houdt het officiële dodental keurig bij: we hebben inmiddels meer dan 300 slachtoffers, de meeste van hen aanhangers van Ouattara die omgebracht werden door de politie, milities, ‘onbekenden in uniform’, maar soms ook gewoon mensen die dood langs de kant van de weg zijn gevonden.

De slachtoffers van de economische crisis, zoals mijn squashleraar Bailly, die op 31 december op de achterbank van een taxi overleed omdat zijn familie niet snel genoeg geld bijeen had kunnen krijgen voor een opname in het ziekenhuis, staan daar niet bij. Vanochtend bleek tot mijn opluchting dat meneer Yaro niet een van de naamloze doden op de VN-lijst is geworden, maar gewoon zijn simkaart had weggegooid. Zijn telefoon werd inderdaad afgeluisterd, zei hij lachend, voordat hij vertelde hoe hij eerder deze week een groepje jongeren in veiligheid had gebracht dat in zijn wijk door de Republikeinse Garde achterna werd gezeten. Bent u nooit bang, vroeg ik hem. „Och. Ik blijf zoveel mogelijk binnen, anders snijden ze mijn keel ook door, haha.”