Financiële lobby krijgt tegenspeler in Brussel

De tijd dat de bankenlobby zonder tegenspel Europese wetgeving kon beïnvloeden is voorbij. Het initiatief voor de tegenlobby komt van europarlementariërs.

Brussel is binnenkort weer een lobbygroep rijker. Deze zomer begint Finance Watch met het ‘masseren’ van europarlementariërs. Het doel: beïnvloeding van Europese financiële wetgeving.

In Brussel staan ongeveer vijftienduizend lobbyisten geregistreerd – voor autofabrikanten, milieuorganisaties, kankerliga’s, kauwgomverpakkers, kinderrechten. Eentje meer of minder, dat merkt niemand. Maar Finance Watch is al bekend voor het goed en wel is opgericht. De lobbygroep komt er namelijk op initiatief van europarlementariërs zelf. Afgelopen zomer deden 22 van hen, meest Fransen maar ook Duitsers, Italianen en anderen, via de media een oproep voor een financiële lobbygroep. Doel: tegenwicht bieden aan de machtige banklobby. Intussen heeft de brief bijna 100 ondertekenaars in het parlement. Onder hen twee Nederlanders: Dennis de Jong (SP) en Thijs Berman (PvdA).

„Wij merken dagelijks hoe hard de financiële en bankindustrie lobbiet om wetten die de eigen sector reguleren, te beïnvloeden”, begint de brief. „Het is niet abnormaal dat bedrijven hun mening laten horen of met parlementariërs willen praten. Maar door de afwezigheid van contra-expertise lijkt de macht van deze lobby ons een gevaar voor de democratie.’’

De initiatiefnemers hebben iemand gevonden die Finance Watch van de grond tilt: de Fransman Thierry Philipponnat. Parlementariërs, zegt hij telefonisch vanuit Parijs, moeten vanwege de crisis ineens meebeslissen over belangrijke wetgeving als regulering van hedgefondsen en supervisie van de banken. „Dat is super technisch en super juridisch. Er zijn enorme belangen mee gemoeid. Die besluiten moet je goed wegen. Maar hoe kun je dat als bijna alle financiële lobbyisten in Brussel in dienst zijn van banken, beleggingsmaatschappijen en dergelijke? Zij hebben het veld alleen.”

Finance Watch wil tegenwicht bieden aan de machtige bankenlobby, zegt Philipponnat. De Fransman heeft er de kennis en ervaring voor. Hij werkte 25 jaar voor grote banken als UBS, BNP Paribas. Afgelopen maanden bestudeerde hij de financiële lobby in Brussel, als „strategische voorbereiding’’.

Banklobbyisten, ontdekte hij, stappen bij Europese ambtenaren binnen met uitgetikte passages die zij in een ontwerpwet opgenomen willen zien. Hun amendementen voor parlementariërs zijn geschreven in Europees juridisch jargon en kunnen zo worden ingevoegd. Bij parlementaire hoorzittingen over de derivatenhandel of regulering van kredietbeoordelaars zit de zaal bomvol lobbyisten met pakken in Britse snit. Sommigen zijn zelf verbaasd dat ze nauwelijks tegenwicht krijgen. Burkhard Balz, een Duitse conservatief, klaagde laatst dat banklobbyisten hem zelfs „in het weekend thuis wilden ontmoeten”.

Finance Watch begint met ongeveer tien medewerkers. Philipponnat wil specialisten die hij een fatsoenlijk salaris kan bieden, zodat ze niet – zoals de Europese Commissie constant meemaakt – worden weggekocht door de financiële industrie. Per jaar moet de groep ongeveer 2 miljoen euro kosten. De Commissie is benaderd voor een startsubsidie van één miljoen euro. Veel Brusselse denktanks krijgen geld van de Commissie, om de ‘democratische pluriformiteit’ te garanderen waar ook Finance Watch naar zegt te streven. Philipponnat probeert nu vakbonden en denktanks aan boord te krijgen – hoe meer stemmen, hoe sterker de lobby. Wie de leden zijn en aan welke voorwaarden ze moeten voldoen, wil hij nog niet zeggen.

Zelf heeft hij niets tegen banken, zegt Philipponnat. „Maar het is bizar dat de lobby op andere terreinen, zoals volksgezondheid, transport of justitie, juist veelzijdig is. Als er Europese regels voor auto’s of medicijnen moeten komen, lobbyen transporteurs en farmaceuten even hard als milieugroepen en consumentenorganisaties. Beleidsmakers worden daar tureluurs van, maar krijgen zo wel een beeld van de voors en tegens. In de financiële sector ontbreekt die balans.”