Minder asielzoekers, wel meer Afghanen

Vorig jaar hebben 13.300 mensen asiel aangevraagd in Nederland. Dat is 11 procent minder dan in het jaar ervoor. Dat blijkt uit vandaag gepubliceerde cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Bijna de helft van de asielzoekers komt uit Somalië, Afghanistan en Irak. Het aantal Somalische en Iraakse asielzoekers is sterk gedaald ten opzichte van 2009. Het aantal asielzoekers uit Afghanistan is juist toegenomen. Kwamen er twee jaar geleden nog 5.900 Somalische asielzoekers naar Nederland, vorig jaar waren dat er 3.400. Het aantal asielverzoeken van Irakezen nam af van 2.000 naar 1.400. Het aantal asielzoekers uit Afghanistan nam toe van 1.300 tot 1.400.

Volgens Jan Latten, onderzoeker bij het CBS, heeft de afname van het aantal Somalische en Iraakse asielzoekers te maken met het afschaffen van de zogenoemde ‘categoriale bescherming’. „Als de politiek besluit dat deze gebieden minder bedreigend zijn, wordt er beter gekeken naar de individuele redenen van mensen om asiel aan te vragen.” Volgens Latten is verder de toename van het aantal asielzoekers uit Macedonië, Armenië en Georgië opvallend. „Macedonië is echt een nieuw gebied van herkomst. Vroeger klopten er zelden Macedoniërs aan in Nederland.”

Sinds 2003 schommelt het jaarlijks aantal asielzoekers tussen de 10.000 en 15.000. In piekjaar 1994 dienden bijna 53.000 mensen een asielverzoek in, bijna viermaal zo veel als in 2010. Het grote aantal asielzoekers in de jaren negentig hing onder meer samen met de oorlog in het voormalige Joegoslavië en de onrust in Afghanistan en Irak. Ook uit Somalië en Iran kwamen in deze periode veel asielzoekers.