In het noorden hoogste babysterfte van Nederland

Friesland en Groningen zijn de provincies met de hoogste babysterfte. In Limburg en Noord-Brabant is de sterfte voor, tijdens of vlak na de geboorte het laagst. Dat hebben onderzoekers van het AMC Amsterdam en het UMC Groningen ontdekt. Hun bevindingen staan in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde.

Eén op honderd Nederlandse baby’s sterft rond geboorte
Nederland heeft al tijden bijna de hoogste babysterfte van Europa. Dat komt neer op zeventienhonderd baby’s per jaar. Gemiddeld zijn er in Nederland 9,9 sterftegevallen per duizend geboorten.

In Friesland en Groningen zijn dat er respectievelijk 11,3 en 11,1. Ook Zeeland en Flevoland scoren slechter dan gemiddeld. In die provincies overlijden 10,6 en 10,4 baby’s per duizend geboorten. Limburg en Noord-Brabant tellen beiden 9,2 sterftegevallen.

“De grootste winst is te halen bij goede voorlichting aan niet-westerse allochtone vrouwen. Streven naar tweehonderd minder doden op de 1.700 per jaar, is een absoluut minimum. Dan pas zitten we weer op het Europese gemiddelde. Met vierhonderd doden minder zitten we weer aan de top. Dat zouden we na moeten streven.” - Koos van der Velden in december 2010 in NRC Handelsblad. Hij was voorzitter Stuurgroep zwangerschap en geboorte die onderzoek deed naar hoge babysterfte in Nederland.

Reistijd naar ziekenhuis bepalend
Als de reistijd bij de bevalling boven de twintig minuten komt, is dat een risicofactor. In Friesland, Groningen, Zeeland en Flevoland geldt dit voor 32 tot 36 procent van de bevallingen. Het landelijk gemiddelde is 19 procent.

Andere factoren die verschillen tussen provincies verklaren zijn het laat beginnen met prenatale zorg en een lage sociaaleconomische status van de moeder. De relatief slechte score van Groningen komt deels doordat daar veel vrouwen wonen met een lage sociaaleconomische status.

Antoinette Reerink, redacteur volksgezondheid voor NRC, schreef enkele maanden geleden naar aanleiding van nieuw onderzoek over de hoge babysterfte in Nederland. Vóór dat onderzoek, waar twaalf ziekenhuizen en 56 verloskundigenpraktijken aan deelnamen, was de overtuiging dat het hoge cijfer kwam door de terughoudendheid met screenen tijdens de zwangerschap. Verder zouden de hoge leeftijd waarop Nederlandse vrouwen kinderen krijgen een rol spelen, en doordat vrouwen van niet-westerse afkomst vaak slechter geïnformeerd zijn over bijvoorbeeld de noodzaak van foliumzuur tijdens de zwangerschap.

“Wij zijn niet zo anders dan andere landen dat wij daarmee ons hoge babysterftecijfer kunnen verklaren”, zei gynaecoloog Anneke Kwee van het UMC Utrecht in het artikel. “De oorzaak moet ook in ons verloskundige systeem worden gezocht.” Zorgverleners in Nederland zijn heel terughoudend met interventies tijdens bevallingen, stelde Kwee vast. “Dat wordt ons met de paplepel ingegoten. Daar moeten we misschien van af. We hebben in vergelijking met andere landen weinig keizersneden en ruggeprikken.”