Hoezo screenen? We kennen elkaar toch?

Nederlandse bedrijven lopen jaarlijks 2,8 miljard euro mis door fraude.

De overheid komt in actie, maar bedrijfsrecherche is in opkomst.

Fraude, corruptie, diefstal, bedrijfsspionage en ander crimineel handelen is voor het bedrijfsleven een jaarlijkse verliespost van minimaal 2,8 miljard euro. Toch screenen bedrijven, ook banken of beursgenoteerde bedrijven, personeel op sleutelposities nauwelijks op integriteit of betrouwbaarheid. Terwijl eigen personeel vaak zelf betrokken is bij louche praktijken.

Screening van personeel op sleutelposities komt in Nederland nauwelijks voor, zegt operationeel directeur Jos Meekel van Hoffmann Bedrijfsrecherche. „Minder dan 10 procent van personeel op risicoposities, zoals ICT’ers of financiële specialisten, wordt gescreend.”

Toch moet het Nederlandse bedrijfsleven vaker screenen, zegt Jan Leen ’t Jong van Harvey Nash, een internationale organisatie die zich bezighoudt met werving, selectie en detachering. „Al was het maar omdat wetgeving dat steeds vaker verplicht stelt. In de VS gaat 80 procent van de medewerkers op sleutelposities ‘door de molen’. In Groot-Brittannië is dat 65. Nederland loopt daar ver bij achter.”

Het is in Nederland nog geen gebruik om kandidaten voor topfuncties aan screening te onderwerpen, aldus Meekel van Hoffmann. „Die komen meestal uit het netwerk van de commissarissen of de directie zelf. En dan wordt het als ongepast ervaren om iemand te screenen. Je gaat toch niet twijfelen aan de integriteit van iemand uit je eigen circuit? Dat mechanisme geldt ook voor de laag eronder. ‘We kennen elkaar toch!’ is de huidige cultuur. Nu, na de financiële crisis, zie je heel langzaam een kentering. Juist in de financiële sector en de grotere bedrijven in het mkb. Er is wat meer vraag, maar het komt traag op gang.”

Die verliespost van 2,8 miljard euro blijkt uit onderzoek van de Levent Group, een onderneming gespecialiseerd in veiligheidsonderzoek en personeelsscreening. Harvey Nash werkt sinds kort samen met de Levent Group, waardoor aan opdrachtgevers screening van personeel in sleutelfuncties geleverd kan worden.

„De meeste bedrijven hebben geen personeelsorganisatie die screening adequaat kan uitvoeren”, aldus ’t Jong. „En als dat wel het geval is, dan kan zo’n onderzoek de relatie met de kandidaat onder druk zetten. Maar er staat bijvoorbeeld steeds meer wetgeving op stapel die screening voor sleutelfuncties verplicht stelt, vooral in het financiële circuit.”

Afgelopen vrijdag nog maakte minister Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) bekend de weerbaarheid van overheid en bedrijfsleven tegen spionage te willen vergroten. Daartoe wil hij onder meer samenwerken met brancheorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland en gaat de AIVD presentaties geven bij bedrijven om de bewustwording te vergroten.

De markt voor recherchebureaus is een groeimarkt, zo blijkt uit de lijst van door het ministerie van Justitie afgegeven aantal vergunningen. Het zijn er inmiddels 352. Bureaus die van oudsher gespecialiseerd zijn in het natrekken van kredietwaardigheid van klanten of het uitzoeken van interne fraudepraktijken. Maar steeds meer bureaus, zoals Hoffmann en de Levent Group, bieden ook screeningspakketten aan, zo blijkt uit een rondgang op internet.

Die recherchebureaus hebben bij screening veel minder armslag dan, bijvoorbeeld, de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). Ze mogen gebruikmaken van bronnen die niet voor iedereen toegankelijk zijn, zoals het handelsregister van de Kamer van Koophandel, het Kadaster, het faillissementsregister, incassobureaus en nutsbedrijven. Maar de registers van justitie en politie mogen in principe niet gebruikt worden.

Bedrijven die dat toch doen, lopen het risico van zware sancties. Zo heeft het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) de bevoegdheid om, na signalen van misbruik, recherchebureaus binnen te vallen, boetes op te leggen en aangifte te doen bij het Openbaar Ministerie.

„De bevindingen van die screening worden altijd met de kandidaat gedeeld, voordat de werkgever wordt geïnformeerd”, aldus Jan Leen ’t Jong. „Die kandidaat kan ook aangeven dat hij niet wil dat bepaalde bevindingen met de werkgever gedeeld gaan worden. Dat gebeurt dan ook niet.”

De kosten voor zo’n screening zijn trouwens beperkt. „Dat varieert van een paar honderd, tot zo’n vijftienhonderd euro. Ook als het gaat om belangrijke vertrouwensfuncties bij een beursgenoteerd bedrijf of bijvoorbeeld een politieke partij die de antecedenten wil laten natrekken van kandidaat-fractiegenoten.”