Shakespeares van de 21ste eeuw hebben nieuwe kassa's nodig

Londen zette in de zestiende eeuw muren om zijn tonelen en de creativiteit kwam tot bloei. Mediabedrijven hebben nu ook zulke ‘betaalmuren’ nodig, maar dan flexibele.

This is a handout photo copy of the painting "William Shakespeare, known as the Flower Portrait," Unknown English School c.1820-40. William Shakespeare was among the greatest of writers, yet also quite mysterious. "Searching for Shakespeare," a scholarly and enjoyable new show at the National Portrait Gallery in London, clears away some of that haze. Source: Royal Shakespeare Company via Bloomberg News
This is a handout photo copy of the painting "William Shakespeare, known as the Flower Portrait," Unknown English School c.1820-40. William Shakespeare was among the greatest of writers, yet also quite mysterious. "Searching for Shakespeare," a scholarly and enjoyable new show at the National Portrait Gallery in London, clears away some of that haze. Source: Royal Shakespeare Company via Bloomberg News BLOOMBERG NEWS

Onze maatschappij loopt gevaar. Als we zo doorgaan, staat nooit meer een creatief genie als Shakespeare op. Dat schreven drie leden van de Amerikaanse schrijversorganisatie Authors Guild afgelopen week in The New York Times. Hoewel juist die krant binnenkort een betaalde website introduceert, ziet de Authors Guild tot zijn spijt de zogenoemde ‘betaalmuren’ in de culturele en mediasector afbrokkelen. Dat is zonde, vindt de vereniging, en voor hun argumentatie gaan ze terug naar de tijd dat ’s werelds eerste betaalmuren ontstonden.

Locatie: Londen, tijd: zestiende eeuw. Overal in Londen trokken bouwvakkers betaalmuren rond tonelen op. Voortaan moest de Londenaar betalen voor theater. En de komst van geld veranderde alles, aldus het gilde: „Vrijwel direct stonden briljante toneelschrijvers op, zoals Christopher Marlowe, Thomas Kyd, Ben Jonson en William Shakespeare.” Doordat genieën van cultuur en wetenschap hun werk konden maken, bloeide de intellectuele bloem der Britse natie.” Daarna constateren ze dat er van die inflexibele betaalmuren weinig over is. Cultuur is tegenwoordig gratis.

Wil je een tv-serie of film kijken? Die kun je op een torrensite zo gratis downloaden. De eerste illegale pdf-documenten van Engelstalige boeken zijn ook al gesignaleerd. Waarom 17 euro en vijftig cent betalen voor Freedom van Jonathan Franzen, als je op een forum de tekst kan downloaden? Het leest bijna net zo lekker, op zo’n iPad. En op datzelfde apparaat, of je laptop, consumeer je nieuws voor niks.

En dat is een groot probleem, aldus de Authors Guild. Want als iedereen alles maar gratis consumeert, kan het genie niet meer leven van zijn talent. Copyright is heilig, schrijven ze, dat moeten we koesteren en strenger naleven.

In dat licht is het grappig dat de Authors Guild Shakespeare als voorbeeld neemt, want de schrijver leende voor onder meer King Lear ruimhartig van andermans werk. Maar het zou flauw zijn om ze zo weg te zetten. De drie leden hebben een punt: de maker heeft een beloning nodig. Alleen is het de vraag of dat nog op een zestiende-eeuwse manier moet. Want het begrip schaarste bestaat bijna niet meer. Als je vroeger geen entreekaartje kon betalen, hield het op. Nu zet je de tv aan of je surft naar YouTube. Als je nu voor een betaalmuur staat, loop je gewoon de andere kant op.

Daarop moeten media- en cultuurbedrijven hun kassa’s aanpassen. In de muziekindustrie is dat al een beetje gelukt. Daar verkocht webwinkel iTunes binnen negen jaar tien miljard liedjes. En met de nieuwe muziekdienst Spotify kun je voor 10 euro per maand onbeperkt muziek luisteren. Je bent geen eigenaar van een plaat, maar beluistert deze via het web. Geschatte waarde van dit bedrijf: 1 miljard dollar. En het is nog niet eens actief in de Amerikaanse markt. Enig nadeel: makers verdienen nog weinig aan Spotify.

Dat laat zien dat mensen geen bezwaar hebben tegen betalen, maar wel tegen oude modellen. Voor een e-book betalen? Prima, maar dan wel een stuk goedkoper dan de papieren editie en zonder dure tussenpartij. Goede journalistiek belonen? Uiteraard, maar dan wel per artikel, niet voor een heel abonnement. Filmpje kijken? Als ik die voor 3 euro op mijn flatscreen kan bestellen.

Uitgevers hebben dus nieuwe modellen nodig. De muziekindustrie lijkt zich nu herpakt te hebben, maar leed begin deze eeuw een miljoenenschade door jonge internetondernemers die downloadservices als Napster en Kazaa bouwden. In Amerika vallen kranten één voor één om. De boekindustrie staat met de opkomst van tablets en illegale kopieën aan de vooravond van een soortgelijk bloedbad. Nieuwemediagiganten schieten hen nu te hulp. Apple creëerde met iTunes en de bijbehorende app-store een compleet nieuwe omgeving waar consumenten wel de portemonnee wilden trekken (en strijkt 30 procent van de omzet op).

Google kondigde vorige week een eigen betalingssysteem aan. De uitgever kan Google One Pass gebruiken om de inhoud van kranten en tijdschriften te verkopen op telefoons, tablets en websites – zonder commissie. Er gaan geruchten dat de zoekgigant zich ook op de muziekmarkt wil storten.

Als de traditionele cultuur- en mediabedrijven slim meedoen met deze ondernemingen van de toekomst, blijft de culturele sector bloeien. Dan kunnen we daar vijf eeuwen later weer opiniestukken over schrijven.

Ernst-Jan Pfauth