Met Gerry voelen Ieren zich gehoord

Gerry Adams verliet Noord-Ierland om vrijdag in Ierland aan de verkiezingen mee te doen. Hij wordt als held onthaald. Niemand vraagt naar zijn verleden.

„Hiya Gerry, how are ya? Moge God met je zijn.”

Gerry Adams, republikein, partijleider van Sinn Féin. Synoniem voor de bloedige burgeroorlog in Noord-Ierland en de vredesonderhandelingen. Hij schudt handen, omhelst, knuffelt een baby, legt bemoedigend een hand op iemands schouders, vraagt belangstellend naar het welzijn van de honden, kinderen, ouders.

„Hé Gerry. Goed om je te zien. We hebben hier zo genoeg van die mannen in de regering. Met jou zullen we worden gehoord.”

Adams (62) gaf zijn zetel in het Noord-Ierse Belfast op om in Ierland mee te doen aan de verkiezingen. Hij maakt grote kans vrijdag te worden gekozen in het kiesdistrict Louth, ten zuiden van de grens met Noord-Ierland, en Sinn Féin kan volgens peilingen de grootste oppositiepartij in Ierland worden.

De partij weet met populistische campagnebeloftes in te spelen op het ressentiment dat onder boze burgers heerst. Sinn Féin wijst de impopulaire financiële steun van het IMF en ECB af, wil het begrotingstekort terugdringen in zes jaar in plaats van vier, pleit voor extra belasting voor hogere inkomens, en eist dat de (vooral Europese) obligatiehouders van noodlijdende banken buitenspel worden gezet.

De partij wordt gezien als anti-establishment: Pearse Doherty, de altijd serieus kijkende 34-jarige financiële man, is een relatieve nieuweling in de politiek. De 41-jarige Mary Lou McDonald, voormalig europarlementariër, klinkt betrokken. En bovendien is daar Adams, een echte buitenstaander die de grens is overgetrokken om Ierland „in deze wanhopige tijden” bij te staan.

Hij ontkent dat dat iets te maken had met het feit dat hij in Noord-Ierland weinig meer te doen had. „Het was tijd om ook hier te strijden”, zegt hij. En hoewel zijn economische kennis van Ierland de afgelopen weken fragmentarisch bleek, is zijn charisma overduidelijk.

„Gerry! Je bent de man van de toekomst. Succes!”

Dat blijkt ook tijdens een middag campagnevoeren in Droghedha. Er wordt getoeterd, deuren en ramen gaan open, handtekeningen uitgedeeld, foto’s gemaakt. ,,Iedereen hier weet wie je bent”, zegt Lisa Dyas als Adams zich netjes wil voorstellen.

Niemand vraagt naar zijn IRA-verleden. In de auto, ingeklemd tussen talloze papieren en zijn nette pak en schuilend voor de regen, zegt hij: „Ik loop niet weg voor het onderwerp, ga met iedereen het debat aan. Ik ben, en dat heb ik eerder gezegd, nooit lid geweest van de IRA. Maar ik heb in mijn leven politieke keuzes gemaakt, en mijn familie heeft daaronder geleden. Mijn huis is gebombardeerd, ik ben beschoten, ik heb gevangengezeten. Dat is nu een kwestie van het verleden.”

Voor jongeren hier in Ierland heeft Sinn Féin weinig meer te maken met de bloedige Troubles in het noorden. Het eerste staakt-het-vuren van de IRA was in 1994, de kiezers die nu voor het eerst mogen stemmen werden een jaar eerder geboren. En ze weten niet beter dan dat Sinn Féin in het parlement zit – in 1986 besloot de partij het zelfopgelegde embargo op te heffen.

Zelfs een zakenman die in 1981 door de IRA werd ontvoerd, Sean Dunne, denkt erover op Sinn Féin te stemmen. „Het verleden is het verleden”, zei hij tegen een lokale tv-zender.

„Hé Gerry. Kan je ervoor zorgen dat er hier werk is?”

„Dat bedoel ik”, zegt Adams. „Het gaat om banen, banen, banen.” Colum Dowling, een 27-jarige werkloze metselaar, klampt zich aan hem vast. Hij heeft al ruim een jaar geen werk gehad. Adams: „De mensen met lage inkomens zijn het hardst geraakt. De oplossing is werk.”

Hij wijst om zich heen: „Zie je die prefab scholen die hier staan? Geef Colum en de andere werkloze metselaars werk door scholen te bouwen.” Hij zegt: „Als iedere middenstander één man in dienst neemt, en de regering dat vergemakkelijkt, dan zijn we al weer stukken verder.”

Het zijn schijnbaar eenvoudige oplossingen – die allen geld vereisen dat er niet is. Adams: „In de nationale pensioenreserves zit 7 miljard euro. Dat kunnen we gebruiken om werkgelegenheid te bevorderen.” Vooral de werkende klasse voelt zich door zijn plannen aangetrokken, middenklassen en hoger opgeleiden weet de partij in mindere mate te bereiken.

Verder wil Sinn Féin – net als de meeste Ierse partijen – politieke hervorming. Zo kan volgens de partij de Seanad, de Eerste Kamer, afgeschaft worden. Salarissen van parlementsleden en ministers moeten verlaagd met 40 procent tot respectievelijk 75.000 en 100.000 euro per jaar, en politici zouden geen pensioen mogen krijgen als ze eerder aftreden dan de pensioenleeftijd.

Adams noemt het ‘leiden door het voorbeeld te geven’: „De crisis was geen daad van God. Maar het geeft ons wel de kans na te denken wat voor soort Ierland we willen.” Dat betekent voor Sinn Féin natuurlijk één Ierland. Adams wil graag een referendum over eenwording, maar begint eenvoudig: de Noord-Ierse parlementsleden zouden spreekrecht moeten krijgen in de Ierse Dáil.

Stap één is vrijdag zetels winnen. Stap twee is in mei in het noorden, waar Sinn Féin een van de regeringspartijen is, de lokale verkiezingen winnen. Adams is ervan overtuigd dat misschien niet dit jaar, maar wel in de nabije toekomst Sinn Féin wel eens in beide parlementen zou kunnen zitten. Hij grijnst: „Ik wil die kans dolgraag krijgen.”