Korpschef die liquidaties niet kon oplossen

Generatiegenoten Jelle Kuiper en Stanley Hillis begonnen hun carrière in de jaren zeventig en maakten beiden naam in de jaren negentig. De crimineel en de korpschef stonden in Amsterdam tegenover elkaar. Terwijl Hillis gisteren werd doodgeschoten, overleed Kuiper in een ziekenhuisbed.

Hoofdcommissaris Amsterdam Jelle Kuiper Foto NRC H'Blad, Maurice Boyer 031218
Hoofdcommissaris Amsterdam Jelle Kuiper Foto NRC H'Blad, Maurice Boyer 031218

Als korpschef van de Amsterdamse politie ging hij de corruptie binnen het korps te lijf. Toen het korps Gelderland-Midden vijf jaar geleden te kampen had met intimidatie en vriendjespolitiek, werd hij als interim-korpschef binnengehaald om de problemen op te lossen. Jelle Kuiper vond zichzelf „een simpele ziel”, maar hij was een succesvol puinruimer, met grote ideeën over kleine criminaliteit. Gisteren overleed de oud-korpschef op 66-jarige leeftijd in Amsterdam aan de gevolgen van een hartaanval. Hij was enkele dagen eerder in het ziekenhuis opgenomen.

Kuiper vestigde zijn naam als corruptiebestrijder in het midden van de jaren zeventig. Op ‘zijn’ politiebureau in de Amsterdamse Warmoesstraat onderhielden korpsleden van alle gelederen nauwe banden met de criminelen op de Wallen. Een brigadier kon bijvoorbeeld eenvoudig regelen dat illegale Chinese gokhuizen niet werden aangepakt. En daar zelf flink aan verdienen. Totdat Kuiper, toen chef van de uniformpolitie, en Joop van Riessen, baas van de recherche, ingrepen en de brigadier zelf op het bureau ondervroegen. Het markeerde het begin van hun gezamenlijke strijd tegen de diepgewortelde corruptie binnen het korps.

De generatie agenten voor Kuiper was zonder opleiding de straat opgestuurd, nadat aan het einde van de Tweede Wereldoorlog de ‘Schalkhaarders’ – opgeleid door de Duitse Staatspolitie – uit de korpsen waren gezet. Criminele kopstukken als Klaas Bruinsma en ook Stanley Hillis onderhielden korte lijnen met deze onopgeleide agenten. De sfeer op de Wallen was rauw en gesloten. Gekenmerkt door prostitutie, gokhallen en de opkomst van harddrugs.

Kuiper klom verder op in de politiehiërarchie en volgde in 1997 Eric Nordholt op als korpschef van de Amsterdamse politie. Zijn samenwerking met Van Riessen, inmiddels hoofd operationele zaken bij de korpsleiding, bleef altijd hecht. In de zeven jaar dat Kuiper aan het hoofd van de Amsterdamse politie stond, was de eenmanspost van korpschef als het ware dubbel bezet.

Een sterke filosofische visie bepaalde hun beleid. Kuiper was een denker, die de lange termijn altijd voorop stelde. Zijn eerste daad als hoofdcommissaris was de publicatie van een dun boekje: Streetwise. Daarin somde hij richtlijnen voor zijn agenten op. Wildplassers aanhouden, boetes voor door rood fietsen uitdelen en bij belediging direct tot aanhouding overgaan. De aanpak van kleine criminaliteit en overlast was volgens Kuiper de sleutel tot een veiliger Amsterdam. In tegenstelling tot de lijn van het ministerie van Justitie maakte hij geen prioriteit van het opsporen van grote criminelen. Hij concentreerde zich op het van de straat verbannen van kleine criminaliteit.

In oktober 2004 trad Kuiper af, na 41 dienstjaren bij de Amsterdamse politie. De criminaliteitscijfers waren flink gedaald en corruptie uitgebannen.

Maar er was ook teleurstelling. Nooit heeft Kuiper de brutale liquidaties kunnen oplossen die vanaf 2000 werden gepleegd. Bij zijn afscheid in 2004 noemde Kuiper het „de nagel aan mijn doodskist”.