Wat is de Balkenendenorm nu precies - en hoe kwam zij tot stand?

De ‘Balkenendenorm’ is geen harde norm, alleen een verplichting tot openbaarmaking. Instellingen die met publieke middelen worden gefinancierd moeten jaarlijks bekendmaken welke werknemers meer dan 188.000 euro verdienen – 130 procent van het brutosalaris van een minister(-president), inclusief vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering.

De oorspronkelijke bedoeling van de Balkenendenorm was eigenlijk om de salarissen van ministers met 30 procent te verhogen. Dan zouden ministers weer aan de top van het salarisgebouw van de overheid staan. In de jaren negentig waren de salarissen van hoge ambtenaren ‘op afstand’ namelijk flink gestegen – door schaalvergroting en privatisering en uit angst dat te lage ambtenarensalarissen niet concurrerend zouden zijn met de private sector. Een rector van een school ging in een Raad van Bestuur van een brede scholengemeenschap zo ineens flink meer verdienen. In de ‘marktconform’ werkende woningcorporaties en de fuserende ziekenhuiswereld gebeurde hetzelfde.

Maar in het politieke tumult van de verkiezingen in 2006 werd het advies om de ministerssalarissen te verhogen verworpen, en werd alleen de openbaarmaking verplicht gesteld.

De Raad van State waarschuwde tevergeefs dat die openbaarmaking vooral zou leiden tot meer extreem hoge salarissen, omdat functionarissen nu gemakkelijk konden laten zien dat hun tegenhangers bij andere instellingen echt méér verdienen.

En inderdaad, het aantal salarissen boven de norm stijgt – ook al is het totaal aantal mensen dat boven de norm verdient niet groot. Bij publieke instellingen verdienden in 2009 2.039 werknemers meer dan de norm. In 2008 waren dat er nog 1.916. In werkelijkheid zijn het er overigens meer: alle interim-managers en freelancers die niet op de loonlijst van de overheid staan, komen niet op de lijst voor.

Deze lijst veranderde de sfeer rond topsalarissen. De vraag welk salaris genoeg was om goede hoge topambtenaren aan te trekken, veranderde in de vraag waarom topambtenaren eigenlijk zoveel van de belastingcenten opstrijken.

In die geest stuurde minister Donner (Binnenlandse Zaken, CDA) vorige maand een nieuw wetsvoorstel naar de Tweede Kamer, waarin hij een wettelijk maximum stelt aan het salaris van topbestuurders. De Balkenendenorm zou dan wél een echte salarisnorm worden.