Scholen moeten vmbo'ers toelaten tot de havo

Volgens de wet biedt een diploma van het vmbo-t automatisch toegang tot de havo. Toch worden geregeld leerlingen met zo’n diploma geweigerd door havo-scholen. Schandalig, vindt Ton van Haperen.

Journalist Pieter Hilhorst maakte in oktober vorig jaar de kwestie in diverse media aanhangig – scholen weigeren leerlingen met een diploma vmbo-theoretische leerweg (vmbo-t) automatisch toe te laten tot 4 havo. Vmbo-t is de opleiding die sinds 1999 de vroegere mavo vervangt.

Volksvertegenwoordigers leefden in de veronderstelling dat die doorstroming een recht was. Ze reageerden geschokt en stelden Kamervragen, waarna de minister een ‘Pontius Pilatus’ deed. Dit was niet haar zaak, maar die van scholen, leraren en ouders.

Ruim vier maanden later reageert de bestuurlijke representant van zeshonderd middelbare scholen, de VO-raad, met een onderzoek en de belofte dat afspraken zullen worden gemaakt.

Die afspraken zullen hoe dan ook in strijd zijn met bestaande gebruiken en regels. Twintig jaar geleden mochten mavo-leerlingen onbelemmerd doorstromen naar de havo. Een wet die dat recht inperkt of afschaft, bestaat niet.

De VO-raad zal zeggen dat selecteren aan de poort best mag. Scholen hebben immers geen volledige acceptatieplicht. Dat klopt. Het grondrecht ‘vrijheid van onderwijs’ maakt het weigeren van leerlingen mogelijk, maar die vlieger gaat hier niet op. Bij wet is immers geregeld dat vmbo-t ook opleidt voor havo. Aanvullende toelatingseisen, bijvoorbeeld minimaal een gemiddelde score van een zeven of een acht voor het vmbo-examen, staan nergens beschreven.

Scholen bedenken die aanvullende eisen zelf, maar op basis waarvan? Nare ervaringen, goede bedoelingen, onderwijsintuïtie? Het zal overal anders zijn.

Dat maakt de situatie bepaald vreemd. In Nederland vormt een diploma, waarvan de kwaliteit is geborgd door een centraal schriftelijk examen, het toegangsbewijs tot het vervolgonderwijs. Slechts op de havo is dat diploma ineens niet genoeg. Dat is kennelijk de eliteopleiding van ons stelsel.

Middelbare scholen voelen zich hier niet voor verantwoordelijk en lijken de schaamte voorbij te zijn. Ze profileren zich met van alles, venten op open dagen hun sterke punten uit en huren daarvoor zelfs communicatiebureaus in, maar gewoon hun maatschappelijke opdracht uitvoeren en kinderen die hun kwaliteiten wat later ontdekken aan een diploma helpen – daar halen ze de neus voor op.

De wel tot de havo toegelaten vmbo-leerling hoeft niet te rekenen op een speciale behandeling. Hij krijgt bij aanvang van het schooljaar een stapel boeken in zijn handen geduwd en kan aansluiten bij de bulk. Persoonlijke aandacht in kleinere klassen, het gericht wegwerken van achterstanden, de beste leraren voor vier havo; elke school zou op die manier het rendement probleemloos kunnen verhogen.

In de beleving van schoolleiders is dat verspilde energie. Door de verschillen in motivatie en werkhouding is de kloof tussen vmbo en havo in hun ogen onoverbrugbaar. Het is een klassiek staaltje van protectionisme. Houd risicoleerlingen buiten de deur. Kies voor homogene groepen. Dat is lekker makkelijk.

Met dit gebrek aan ambitie doen scholen de samenleving tekort. Laat ik een voorbeeld noemen.

Een jongen in mijn 4 havo heeft een diploma vmbo-t. Hij was ooit gedirigeerd naar beroepsonderwijs op een Regionaal Opleidingencentrum (ROC) wegens zijn matige gemiddelde examenscore. Na een weggegooid jaar heeft hij hemel en aarde bewogen om te mogen beginnen op een havo. In het beroepsonderwijs zag hij zijn leraren weinig. Zijn medeleerlingen in de zelfsturende werkgroepjes waren de helft van de tijd kwijt of onderweg. Hij verveelde zich op school, was steeds vaker thuis, wil naar het hoger beroepsonderwijs (hbo) en zag zijn perspectief daarop verdampen.

Inderdaad, dit is een particulier geval, maar het staat niet op zich. Het middelbaar beroepsonderwijs (mbo), met zijn doorgefokte vernieuwing in een wanstaltige organisatie, waar ook nog eens veel maatschappelijke ellende samenkomt, frustreert kinderen met ambitie. Het traject duurt lang. Het diploma biedt geen garantie op succes. Sterker nog, de zeis van het ‘negatief bindend studieadvies’ maait in het eerste jaar van het hbo nagenoeg de gehele mbo-instroom weg.

Het is niet anders. Alleen havo biedt een reële kans op succes in het hoger onderwijs. Met die constatering is het formuleren van extra toelatingseisen voor vmbo-t-leerlingen schandalig.

De opdracht van het onderwijs luidt: haal uit kinderen wat in hen zit en bied hun kansen, gelijke kansen. Precies daarom hoeft de VO-raad geen afspraken te maken. Iedereen met vmbo-t-diploma is welkom in 4 havo. En die werkhouding en motivatie van de vmbo-leerling? Ach, in mijn klas bepaal ik die toch. Leraren kunnen meer dan bestuurders denken.

Ton van Haperen is leraar, lerarenopleider en publicist.

    • Ton van Haperen