Iraans protest gaat nieuwe fase in

De betogers in Teheran hebben gisteren weer laten zien dat ze zichzelf nog kunnen organiseren. Een tegenvaller voor het bewind, dat zichzelf had overtuigd dat de oppositie was verdwenen na begin vorig jaar.

De Iraanse hoofdstad en enkele andere steden waren gisteren voor de tweede keer binnen een week het toneel van anti-regeringsprotesten. De Iraanse leiders ontwaken ruw uit de droom waarin ze zichzelf hadden overtuigd dat alle onvrede was verdwenen.

Na oproepen van de oppositie bevolkten gisteren grote aantallen mensen pleinen en trottoirs in het centrum. Slogans werden bijna niet geroepen, want er waren praktisch evenveel – gemaskerde – veiligheidstroepen op de been. „We lopen langs elkaar, wij zijn bang, maar zij lijken nog banger”, zei een demonstrant . Er waren gevechten, maar minder dan bij het protest van een week geleden. Getuigen meldden ten minste twee doden.

Officiële bronnen spreken dat tegen. „De stad is volledig kalm”, rapporteerde het regeringsgezinde persbureau Fars gisteren. Later meldde het dat de dochter van de invloedrijke politicus ayatollah Ali Akbar Hashemi-Rafsanjani tijdelijk was opgepakt tijdens protesten.

De Iraanse staat worstelt. Zij wil het protest bagatelliseren, maar ook voorkomen dat de demonstraties uit de hand lopen. Na de mislukte protesten van februari vorig jaar legde de staatstelevisie in een reeks ‘documentaires’ uit dat de miljoenen mensen die in 2009 de verkiezingsoverwinning van president Mahmoud Ahmadinejad in twijfel trokken waren „misleid” door het westen. De oppositiebeweging was een „misselijkmakende maskerade” en de aanhangers „onkruid”. Maar nadat de twee voormalige presidentskandidaten Mir Hussein Mousavi en Mehdi Karroubi hun aanhangers opriepen vorige week maandag voor de eerste keer in een jaar de straat op te gaan, waren de honderdduizenden stedelijke ontevredenen – buschauffeurs, artsen en studenten – die de oppositie vormen, weer terug.

„Ik moest protesteren”, zegt een andere demonstrant, een studente aan de kunstacademie. „Ze willen ontkennen dat er andersdenkenden zijn in dit land. Maar als we veilig de straat op konden, zouden we als een tsunami zijn.”

De anti-regeringsprotesten zijn hierdoor een nieuwe fase ingegaan. De demonstranten hebben weer laten zien dat ze zichzelf kunnen organiseren. Dinsdag riepen parlementariërs, invloedrijke geestelijken en paramilitaire organisaties om het hardst dat de oppositieleiders moeten worden geëxecuteerd. Maar hoge geestelijken in de stad Qum, een sji’itisch theologisch centrum, die Mousavi en Karoubi al decennia kennen als respectievelijk de voormalige minister-president en het voormalige hoofd van het parlement, vinden dat te ver gaan.

In het vrijdaggebed – waarin belangrijke politieke beslissingen worden uitgelegd – bleek dat de mannen onder permanent huisarrest worden geplaatst. Een dag later werd voor de deur van het huis van Mousavi een ijzeren hek geplaatst. Karoubi mag zijn appartement niet meer uit. „Toen Mousavi premier was, wilde hij het land al uitleveren aan de Amerikanen”, zegt Abbas Sokhri, een van de duizenden bij het gebed. „Hij en Karoubi moeten of dood, of verbannen.”

De staat heeft zich diep ingegraven in ideologische loopgraven waarin alle demonstranten Amerikaanse agenten zijn. Dat lijkt elk compromis onmogelijk te maken. Het gevaar van een compromis kennen de revolutionaire geestelijken maar al te goed. Toen shah, in het nauw gebracht door aanzwellende protesten, in 1979 hervormingen begon aan te kondigen en minsters te vervangen, was dat het begin van het einde voor zijn regime.

De volgende stap voor de oppositie is onduidelijk, meer protesten, of wachten op een beter moment om de straat op te gaan. „Het is duidelijk dat dit zo niet kan blijven doorgaan”, zei een jonge vrouw gisteren terwijl ze langs een tijdelijk checkpoint van de paramilitaire baseej-vrijwilligers reed. Jongens met baarden en machinegeweren schenen met zaklampen de auto binnen, normaal op zoek naar alcohol, nu ook naar demonstranten. „Ze zijn machtig, ze zullen nooit uitzichzelf veranderen.”