Rutte verkijkt zich op het multiculti-succes in de Verenigde Staten

NEW YORK, NY - FEBRUARY 06: A participant in the 12th Annual Chinatown Lunar New Year Parade waves a Chinese flag on February 06, 2011 in New York City. The year of the rabbit began on February 3. Michael Nagle/Getty Images/AFP == FOR NEWSPAPERS, INTERNET, TELCOS & TELEVISION USE ONLY ==
NEW YORK, NY - FEBRUARY 06: A participant in the 12th Annual Chinatown Lunar New Year Parade waves a Chinese flag on February 06, 2011 in New York City. The year of the rabbit began on February 3. Michael Nagle/Getty Images/AFP == FOR NEWSPAPERS, INTERNET, TELCOS & TELEVISION USE ONLY == AFP

Zou minister-president Rutte weleens in Amerika zijn geweest? Vast niet. Als de copykitten van Merkel, Cameron en Sarkozy herhaalt hij in het Algemeen Dagblad van 15 februari dat de „multiculturele samenleving is mislukt”. Nee, in de Verenigde Staten, zegt hij, daar is die wel geslaagd: „Als je mensen daar vraagt wie of wat ze zijn, geven ze als eerste antwoord dat ze Amerikaan zijn en dan pas waar ze oorspronkelijk vandaan komen.”

Really?

Als je hier in New York een taxi instapt, weet je altijd binnen drie minuten dat de chauffeur uit Ghana, Haïti of Pakistan komt en dat zijn familie nog altijd thuis zit en dat hij, als het maar even kan, de helft van het jaar verblijft in het land van herkomst.

Als je hier naar een restaurant gaat, zijn er overal busboys, die de vuile borden ophalen en je glas steeds met water bijvullen. Die busboys zijn vaak Mexicanen, illegale Mexicanen, die wanneer hun werk gedaan is, de nacht en de illegaliteit invluchten.

De taxichauffeurs en de busboys gaan ’s avonds ieder naar hun eigen buurt, naar de wijken waar alleen Ghanezen, Haïtianen, Pakistani of Mexicanen wonen. In tegenstelling tot wat de minister-president denkt noemen zij zichzelf geen Amerikanen, maar Ghanaian American, Haitian American, enzovoort. Zelfs degenen die bij de oudste bewoners van de VS horen, noemen zichzelf na honderden jaren niet eerst Amerikaan, maar African American.

Verder zegt de minister-president in het Algemeen Dagblad dat in tegenstelling tot de VS „in Nederland […] dat gevoel van trots op eigen land bij autochtonen [ontbreekt] en trots op Nederlanderschap bij allochtonen.”

Zo makkelijk ligt dat hier helemaal niet. Ikzelf ben, net zoals die andere allochtonen hier in New York, een trotse Dutch American. Mijn land van herkomst komt, net als bij hen, in het woord eerst. Amerikanen vinden dat niet alleen heel gewoon, maar ook juist. Je identiteit ligt voor een groot deel in waar je vandaan komt. Veel van mijn vrienden hier zijn Dutch American. Met hen en in mijn eigen taal voel ik mij op mijn gemak. Met een paar van hen heb ik zelfs een leesclub Nederlandse literatuur. Bovendien heb ik enorme reserves bij de samenleving waarin ik leef. Ik vind, net als de meeste Nederlandse Nederlanders, de Tea Party een achterlijke club, beschouwde George W. Bush en Dick Cheney als extreem-rechtse politici, vind de armzalige Amerikaanse nieuwsvoorziening een gevaar voor de democratie, de televisiecultuur opium voor het volk, de infrastructuur op de rand van het failliet en het disfunctionele schoolsysteem een diepe schande. Voor veel Amerikanen, met uitzondering van mijn Amerikaanse vrienden and then some, ben ik helemaal niet de loyale, veramerikaniseerde immigrant die zij hier zouden willen toelaten. Natuurlijk staan alle Amerikanen als het erop aankomt – zoals bij een oorlog – onder en achter de stars and stripes, maar dat doen de Nederlanders ook, inclusief de ‘allochtonen’, wanneer op mondiaal niveau wordt gevoetbald. Als het er niet toe doet, leeft iedereen heel braaf in zijn eigen, niet zo Amerikaanse wereld.

De minister-president heeft een heel verkeerd beeld van de Verenigde Staten. Hij ziet iets wat er niet is, maar wat hij graag zou willen. Als hij beter zou kijken, zou hij zien dat verschillen tussen een Nederlands-Amerikaanse allochtoon in Amerika en een Turks-Nederlandse allochtoon in Nederland niet erg groot zijn.

Frank Ligtvoet woont in New York.