Ouwe glorie

Altijd als Ajax tegen Anderlecht speelt, of omgekeerd, vallen vlagen ouwe romantiek over de lage landen. Een soort ingebouwde esthetiek van elites die het tegen elkaar opnemen. Strijd tussen koningshuizen, vooraf fanfare en defilé.

Ajax en Anderlecht staan voor conceptuele kunst. Voor gestileerd voetbal. Catwalk, bijna. Daar was deze donderdag weinig van te zien. De spitsen van Anderlecht leken wel blinde shovels, Ajax hield het op efficiëntie. Nul elegantie. Wedstrijd zonder enige poëzie. Passie? Hield ook niet over.

Ajax won verdiend, maar voor iemand die nog het ballet van Arsenal-Barcelona in het achterhoofd had, was het spel niet om aan te zien. Boekhouders aan de bal. En zowaar met Belgen in de hoofdrol: Alderweireld en Vertonghen. De eerste scoorde de openingstreffer, de tweede hield Leopardtank Lukaku uit de wedstrijd.

Belgen in het magische roodwit van Ajax, ik blijf er toch van opkijken. Met een warhoofd: vanwaar ineens dat gogme, die grote bek? Van huis uit kunnen ze het niet hebben meegekregen. Een Ajacied uit Wuustwezel: anders dan met genetische manipulatie is het niet te verzinnen. En dan nog blijf je denken: menneke, sta je niet zo te overschreeuwen.

Toch, er is sprake van een invasie van Belgen in de eredivisie. En ze lopen er niet als vullis bij. Dries Mertens bij FC Utrecht en Björn Vleminckx bij NEC zijn smaakmakers van hun club. Tot diep in het hoge noorden hoor je almaar vaker een zachte g aan de bal. De Nederlandse voetbalcompetitie nog net niet gekoloniseerd.

Al jeremiëren Belgische sportkranten voortdurend over een tragische leegloop. Ook bij de voorbeschouwingen van Anderlecht-Ajax weerklonk in veelvoud het schurende lamento: hoe kan het nou dat Jan Vertonghen en Toby Alderweireld bij Ajax spelen en niet bij Anderlecht?

In de sport zijn Belgen nog lang niet vaderlandsloos.

De schuld voor de uittocht wordt vooral bij Anderlecht gezocht. De grandeur van de eens zo chique club lijkt verdampt. Paarswit is niet sexy meer. Zeker niet op het veld. In de business-seats, onder een zwerk van Chanel, zwemmen de ogen van genodigden nog onverminderd in Chablis en kreeftenjus. En als je het maatpak van voorzitter Roger Vanden Stock vergelijkt met dat van Rik van den Boog weet je ook wie aristocraat en wie proleet is. Om van de dames nog te zwijgen.

Brusselse kak à volonté.

Maar toch, de afbladdering van RSC Anderlecht blijft een eindeloos heiligschennis. Ik heb nog de tijd gekend dat op het ereterras in het Constant Vanden Stock Stadion regeringen werden gevormd en gebroken. Zowat de halve Europese Commissie dronk zich na de wedstrijd de nacht in.

Jacques Delors en Etienne Davignon sloten bij wijze van spreken de tent. Anderlecht als ministaat. Vandaag zie je meer politieke charlatans dan staatsmannen in het stadion, Europees voorzitter Herman Van Rompuy uitgezonderd. Een lid van het koningshuis zie je nooit meer, terwijl het toch altijd een liederlijke familie is geweest.

De paarswitte chique is weg, de roes is weg, liefde is weg.

Het voetbal van Anderlecht is geproletariseerd. De club heeft magere jaren achter de rug, zoals Ajax. In Europa wacht telkens weer een blamage. In de nationale competitie is er sprake van eerherstel, maar met matig voetbal en kleurloze vedetten.

De tiener Romelu Lukaku staat nu in de etalage voor een transfer naar Chelsea of Manchester City, en er is publiekslieveling Mbark Boussoufa, maar verder druipt het elftal van veredelde potstampers. De oude gratie van Rob Rensenbrink, Enzo Scifo, Juan Luzano en Luc Nilis wordt niet of nauwelijks meer nagebootst.

Anderlecht en Ajax: handelshuizen.

Ooit was de Brusselse club de dertiende provincie van Nederland. Met spelers als Rob Rensenbrink, Jan Mulder, Arie Haan, Peter Ressel, Pummy Bergholtz, Adri van Tiggelen, doelman Jan Ruiter… Met trainers als Hans Croon, Aad de Mos, Arie Haan, Jan Boskamp, en Georg Kessler. Het regende Hollandse provocaties in de kleedkamer.

De Brusselse bierbrouwer Constant Vanden Stock moest erg wennen aan de keelklanken van met name Boskamp. Elk gesprek moest achteraf door manager Michel Verschueren vertaald worden voor de illustere president. Overigens, de Hollandse kolonie van het Astridpark was al even beducht in het nachtleven aan de Avenue Louise.

Meneer Constant is dood, zoon Roger leidt het leven van een charmante bloempot. Het instituut Anderlecht is provincie geworden. Straks toch weer Ajax-Anderlecht.

Mag FC Twente ook?