Jonge raven zijn stresskippen

In de zomer zie je ze wel eens in sloten: groepen mannetjeseenden die geen vrouwtje hebben kunnen vinden. Dat zeggen ze natuurlijk niet tegen elkaar. Ze kwaken: meisjes zijn stom. En het jaar daarop zitten ze toch gewoon zelf in de nesten.

Raven vormen ook een soort jeugdbendes die grote stukken bos en berg afstruinen. Maar die zijn gemengd, er zitten jonge jongens en jeugdige meisjes in. Als raven ouder worden, vormen ze meestal paartjes die kinderen krijgen en doorgaans hun hele leven bij elkaar blijven. Op hetzelfde stukje grond. Ongeveer zoals bij mensen, dus.

Biologen dachten dat die groepen raven sommige dingen beter konden dan die paartjes. Zo kunnen groepen een uitgebreider terrein afzoeken op aas – raven eten graag dode dieren. Ook kan zo’n groep beter andere roofdieren van hun prooi wegjagen, zoals vossen die net een konijn te pakken hebben gekregen. De raven verlaten pas hun hanggroep wanneer ze een paartje willen vormen en kinderen willen krijgen.

Poolse onderzoekers hebben nu ontdekt dat die groepen jonge raven nog een andere reden hebben om een rustiger bestaan op te bouwen en een gezin te stichten. In de poep van de jonge raven vonden de onderzoekers namelijk grote hoeveelheden van een stresshormoon, een stof die je lichaam maakt wanneer je erg gespannen bent. Jonge groepsraven zijn ontzettende stresskippen.

De vraag was natuurlijk: waarom voelen die jonge raven die spanning? Die biologen dachten dat binnen die groepen veel tijd en moeite heenging met het bepalen wie de baas mocht zijn. Als die raven volwassen werden, dan vonden ze dat gedoe met die pikorde in de groep welletjes worden. Dan streken ze ergens met hun verloofde in een rustige streek neer.

Dat is niet alleen ongeveer zoals bij mensen, maar dat is precies zoals bij mensen.