Die beat, die hartslag, tjak-tjak-boem

Na de spanning op de judomat kiest oud-wereldkampioen Dennis van der Geest nu voor de podiumvrees van een deejay. „De zorgplicht dat de avond leuk moet zijn kan pittig zijn.”

haarlem dennis van der geest foto rien zilvold
haarlem dennis van der geest foto rien zilvold

Een industrieterrein buiten Haarlem. Stalen deuren in een anoniem loodscomplex. Erachter: de ruimte die oud-judoka Dennis van der Geest jaren terug al kocht, bedoeld voor het moment dat hij de topsport vaarwel zou zeggen en meer tijd ging steken in de muziek. „En voordat ik het wist, zat ik er ineens.”

Hier in zijn met zorg geïsoleerde studio zit hij „een beetje te pielen”, grijnst hij met lichte trots. Naast een goed gevulde platenkast is de ruimte volgestouwd met een indrukwekkende hoeveelheid mixapparatuur, van mengtafel, draaitafels tot computer. In een hoek tal van keyboards. Van der Geest deelt de ruimte met het maatje met wie hij het deejayduo Ippon vormt: dance-ondernemer en deejay Ronald Molendijk (onder meer bekend van Soulvation).

In deze studio heeft Dennis van der Geest (35) de afgelopen weken veel tijd doorgebracht. Tot diep in de nacht werkte hij aan de mixen voor zijn cd Sounds From The Loft die komende week uitkomt. Een collage van zijn muzikale herinneringen, een combinatie van oude disco en house. „Ik wil je ermee het gevoel geven dat ik bij je thuis ben of jij bij mij bent. Mijn vrouw en ik hebben graag mensen over de vloer. Heel vaak draai ik dan muziek die past bij de stemming, liedjes bij het juiste moment.”

Om zich te bekwamen in het vak van deejay moet hij nog meer uren maken, weet hij. Plaatjes aan elkaar lijmen kan hij al jaren, technisch valt er nog veel te leren. Van bijvoorbeeld Molendijk, behoorlijk gepokt en gemazeld in de muziek. „In mijn hoofd weet ik wat ik wil”, zegt Van der Geest, „maar edits en mixen kan ik nog niet blind uitvoeren”.

Hij bijt zich er in vast alsof het weer topsport betreft. „Om in judo de beste te worden verzamelde ik mensen om mij heen, van hardlooptrainer tot fysiotherapeut, die dat met mij méé wilden worden. Die me inspireerden. Ik zoek nu mensen in de dancewereld op die me verder helpen. Ik benader het stiekem weer als sport, met een toekomstdroom – een grote zaal uitverkopen op mijn eigen naam, met een indrukwekkende lichtshow en dansers – en tussendoelen. Ik herken de drive.”

Sporters in het zwarte gat na de topcarrière, Dennis van der Geest kent er genoeg. Ook de wereldkampioen judo van 2005 heeft moeten rouwen over het einde van zijn sportprestaties op het hoogste niveau. Judo omvatte zijn hele leven, het stoppen in 2008 viel hem zwaar. Ja, zegt hij nu, het deejayen, zo’n twee keer per week, vult de leegte. Maar nooit zoals judo, „altijd het tofste spelletje” dat hem helemaal opslokte.

De vader van twee jonge zoontjes, die ook op judo zitten natuurlijk, stapt nu alleen nog voor z’n plezier de mat op. „Een trainingspartijtje is leuk, maar wedstrijden kan ik niet meer maken. Mij voor de lol weer inschijven voor de Open Helderse judokampioenschappen – dat is een gepasseerd station. Daar is het een te heftig fysiek spelletje voor.” Hij sport nog wel vier, vijf keer in de week. Een potje knokken met vrienden en krachttraining met z’n broer, topjudoka Elco van der Geest. Het is een goede tegenhanger met zijn nieuwe leven.

Voor Sounds From The Loft was zijn dj-schap nog een beetje „spielerei”. Zijn wereldtitel, maar ook zijn verschijningen op televisie, ING-reclames, lezingen, clinics en zijn deejay-hobby, hebben van hem een populaire, bijna aaibare vechtsporter gemaakt. Met de release van heuse mix-cd op eigen naam bij platenmaatschappij Sony, weet Van der Geest, zullen zijn verrichtingen achter de draaitafel met kritischere ogen worden bekeken. Zeker ook door de titel, Sounds From The Loft, die knipoogt naar de roemruchte New Yorkse nachtclub The Loft.

„Ik pretendeer niks anders dan een cd met lekkere muziek”, reageert hij. „De purist zal misschien z’n oordeel al klaar hebben, maar ik ambieer geen vijf maanden durende speurtocht naar die ene zeldzame mix of obscure track. Ik combineer gewoon veel herkenbare dansliedjes die veel generaties aan zullen spreken. Ik houd van grooves en vocalen, goede percussie en goede baslijnen. En dat leeft nu echt weer.”

Typerend voor Van der Geests draaistijl: met dezelfde soort energie van de ene muziekstroming naar de andere stroming wandelen. Dus van een hedendaagse danceplaat naar disco van toen. Dat gaat van Joe Smooth - Promised land („Een van de beste house tracks ooit gemaakt”), Soulsearchers - I Can’t Get Enough tot Amazing, een George Michael-remix. Aan sommige nummers deed Van der Geest bijna niets: hij verlengde intro’s of outro’s, zette wat edits. Andere disconummers ondergingen een metamorfose. Zoals Evelyn ‘Champagne’ King - Shame (1978). „De drummer slaat nu niet meer drumstokjes maar met knuppels.” De mix van Let the beat Hit’em van Lisa Lisa & The Cult Jam wordt als single uitgebracht.

In zijn jeugd hoorde Van der Geest muziek van The Beatles, Cornelis Vreeswijk („er echt ingepropt tijdens lange autoritten”), Fats Domino en Motown. In zijn vaders familie is een aantal familieleden klassiek geschoold aan het conservatorium. En net als zijn vader leerde Dennis saxofoon spelen. „Tot judo een steeds grotere rol ging spelen en geen ruimte meer was voor een instrument.”

Hij begon op zijn achttiende met draaien. Geld voor importplaten had hij niet, maar ook zijn smaak moet zich nog ontwikkelen. „In een platenzaak kocht ik altijd net het verkeerde.” Wat hij wel had waren de 12-inch-discoplaten uit de sportschool van zijn vader (en trainer) Cor van der Geest waar in de jaren zeventig ook jazzballet een lesmogelijkheid was. „Tijdens de les draaide de lerares elpees op een pick-up. Van mijn vader kreeg ze geld om de discoplaten te kopen waarop ze stonden te springen. Jellybean, Donna Summer, Patrick Cowley. De B-kantjes hadden altijd mijn interesse.”.

Veel sporters zonderen zich af voor een wedstrijd met muziek op de koptelefoon. Zo niet Van der Geest. Juist niet. „Dat leidde me teveel af. Ik wilde de vibe voelen in de sporthal, de mensen, de jongen tegen wie ik moest knokken. Ik wilde geen stemming oproepen met muziek, maar voelen in wat voor state of mind ik al was en daar vanuit presteren. Ik moest luisteren naar mijn impulsen. Vrat ik mijn tegenstander op of lag ik liever op mijn kamer met een zak chips. Wat er dan ook was, ik wilde er agressiviteit uit halen.”

Muziek linkt Van der Geest meer aan de trainingskampen. „Met mijn vaste slaapmaatje wisselde ik altijd muziek uit.” Maar zijn team, realiseert hij zich nu, had ook een strijdlied in kleedkamer. Even opladen met We will Rock You van Queen. „Die beat, die hartslag. Tjak-tjak-boem, tjak-tjak-boem. Zodra ik die hoor, sta ik weer in judopak op de mat.”

Judo en muziek, het viel altijd prima te combineren. Judo kende slechts twee echt belangrijke momenten per jaar: het EK, WK of de Spelen. Het stelde Van der Geest in staat te draaien op feestjes, eigen Black Belt-feesten georganiseerd in de Lichtfabriek Haarlem, en bedrijfsevenementen. Dankzij een optreden in de televisieshow Barend & Van Dorp liep het storm met aanvragen. „Vinden ze leuk, die bedrijven. Slaan ze twee vliegen in een klap. Een bekend gezicht en leuke muziek.”

Trots is hij nog altijd op zijn olympische medaille van 2004 en zijn wereldtitel in de open klasse uit 2005. Hij zal het zeker honderden malen hebben verteld. „Het was een droom die ik al op mijn veertiende uitsprak. Ik gooi die gozer, win en val mijn pa in zijn armen.”

Na dat laatste wapenfeit behaalde hij mede door blessures geen aansprekende resultaten meer. In 2008 zette Van der Geest definitief een punt achter zijn judoloopbaan. Al had hij het fysiek nog wel gekund, de diepe motivatie was weg, gaf hij destijds aan.

Hij deed er toen goed aan te stoppen, concludeert hij nu. „Ik had misschien nog twee jaar langer kunnen doorgaan. Maar ik had ook al twee jaar eerder kunnen stoppen.” Na de Spelen in Peking ging hij weer trainen, maar voelde hij niet meer het heilige vuur. „Nu kan dat weer oplaaien met flink trainen, en dan de wedstrijden. Maar ik dacht ineens, misschien is het genoeg.”

Toch blijven er momenten dat het kriebelt. „Ik zie nu echt minder sterke tegenstanders van wie ik altijd won medailles winnen. Dan moet ik mezelf er weer aan herinneren wat ik er allemaal voor moest laten.” Ratio versus gevoel. Als de judoka nog had willen terugkomen was dit het moment, met de Spelen van Londen 2012 in aantocht. „Dan had ik nu flink aan het werk gemoeten.” Maar, haalt hij terug, zijn hele leven was gericht op sport. Dagelijks twee trainingen, trainingskampen in het buitenland. „Richting kampioenschappen was ik niet de meest sympathieke persoon die rondwandelde. De sporter gaat de tunnel in. Mijn gezin zou weer moeten inleveren. Dat vind ik het niet meer waard.”

En nu, leeft Van der Geest weer op, is er ook publiek. „Ik weet met welke platen ik ze echt los krijg op de dansvloer.” De wedstrijdspanning en de spanning die een artiest voelt voor hij het podium op moet herkent hij. Een sportpsycholoog, zoals hij uitgebreid beschreef in het boek Los (2007), hielp hem zijn angsten voor tegenstanders of toernooien bezweren. „Er werd lacherig over gedaan, maar mij hielp het veel. Ik leerde mijzelf er goed door kennen en kon omgaan met emoties op wedstrijddagen.”

Daardoor, zegt Van der Geest, kan hij nu ook dealen met zaken als podiumvrees en zenuwen vooraf aan een dj-optreden. „De zorgplicht dat de avond leuk moet worden kan pittig zijn. Maar een beetje spanning toelaten is goed. Ik ga er toch beter door presteren.”

Sounds From the Loft (Sony) verschijnt 25/2. Optreden 24/4 Paard, Den Haag. www.soundsfromtheloft.nl