De ziekte die Holland heet

Je kon erop wachten: onze nationale onvrede als handelswaar. Het consumentenprogramma Kassa besteedde onlangs aandacht aan de nieuwe telefonieaanbieder ‘hollands-nieuwe’, die zich in televisiespotjes nadrukkelijk afzet tegen de grote spelers op de telecommunicatiemarkt. Het stramien is bekend: de hardwerkende burger wordt genaaid waar hij bij staat door de grote jongens, bedrijven die hem handig lokken naar een donker woud van ondoorzichtige voorwaarden, verborgen clausules en een onzichtbare klantenservice. Nu hebben we hollandsnieuwe – klein tegen groot, eenvoud tegen moeilijkdoenerij, Hollandse eerlijkheid tegen heel die commerciële oplichtersbende. Alleen ontdekte Kassa dat hollandsnieuwe niet helemaal nieuw was – en ook niet helemaal Hollands. Het bleek gewoon Vodafone te zijn.

Een paar jaar geleden raakte John de Mol uit zijn artistieke dip toen hij op het idee kwam om voortaan in ieder door hem bedacht nieuw programma het woord ‘Holland’ of ‘Nederland’ te laten voorkomen. Ik hou van Holland, Wat vindt Nederland?, The Voice of Holland – in het land dat nu al meer dan tien jaar rouwt om het verlies van zijn eigenheid en zich boos en verongelijkt afzet tegen de rest van de wereld, scoort alles wat aanschurkt tegen het verlangen naar een gezellig en overzichtelijk landje. Als het aan de TROS ligt, zal zelfs het Eurovisiesongfestival voortaan volledig in het teken van Volendam komen te staan. Het gaat om zuiver commerciële belangen, in het geval van de TROS zelfs om flagrante belangenverstrengeling, maar niemand wil zijn vingers eraan branden, want het gebeurt allemaal uit naam van het volk, de hardwerkende Nederlandse burger die zich aan alle kanten bedreigd en opgelicht weet.

De Fortuyn-revolte als melkkoe: dat een bedrijf als Vodafone de onvrede jegens zichzelf zo schaamteloos denkt te kunnen manipuleren, spreekt boekdelen. Het volk is inmiddels kennelijk zo vervuld van zijn eigen onbehagen, dat de geest van de revolte tot status quo is geworden. Hollandsnieuwe is net zo commercieel als Vodafone, hollandsnieuwe is Vodafone, maar je hoeft alleen maar lippendienst te bewijzen aan de gevoelens van slachtofferschap en gekrenktheid om je te profileren als vriend van het volk – als echt Hollands, kortom.

Dat is het kwaadaardige aan het Hollandse populisme: dat het niet serieus wil zijn, dat het zo opzichtig opportunistisch is. Dat een klein landje te midden van grote krachten als globalisering en immigratie op zoek gaat naar zijn identiteit, is even voorspelbaar als begrijpelijk, maar het Hollandse, politieke populisme is niet minder berekenend dan John de Mol en Vodafone – het gaat om het handige gebaar.

De gedoogpositie van de PVV stelt die beweging in staat om het ene na het andere uitzinnige voorstel te lanceren, in het geriefelijke besef dat het toch nooit zal worden uitgevoerd. Dat is ook niet de bedoeling. Ook hier gaat het om het gebaar. Daarom kun je gemakkelijk eerst voorstellen om het dragen van een hoofddoek te belasten en vervolgens eisen dat het dragen van een hoofddoek in het openbaar vervoer van Noord-Holland moet worden verboden – wat raar is als je er net belasting over hebt betaald. Het maakt allemaal niet uit. Het is bedoeld als uitleven van emotie, verder niks.

Het werkt ook omgekeerd: je kunt honend de superioriteit van de westerse cultuur over de islamitische afkondigen, omdat zij geen Mozart kennen, en tegelijk het orkest dat de muziek van Mozart uitvoert afdoen als „een tromboneclubje voor de elite”, dat onmiddellijk moet worden opgeheven. Je hemelt een cultuur op die je zelf wilt afbreken; zolang je maar een snaar bij de ontevreden burger raakt, kun je met het Hollandse populisme alle kanten op.

Iedereen probeert een graantje mee te pikken. Een paar jaar geleden probeerde Mark Rutte zijn achterban ervan te overtuigen dat ‘groen’ echt niet alleen een links thema was. Ook liberalen wilden onze planeet een beetje vrij laten ademen. Nu poseert hij in het kader van de komende Provinciale Statenverkiezingen met zijn verstarde grijnslach bij een bord waarop staat dat je honderddertig kilometer per uur mag rijden. Dat is tien kilometer harder dan normaal en het geldt slechts voor hier en daar, maar dat is niet relevant. Rutte meldde nog dat hij er trots op is dat de VVD een ‘asfaltpartij’ wordt genoemd. Aan zijn zijde op de krantenfoto stond Melanie Schultz van Haegen, met wie hij nog maar een paar jaar geleden een brede liberaal-progressieve partij bedacht waarmee Nederland de grote uitdagingen van de eenentwintigste eeuw het hoofd zou kunnen bieden. Mark en Melanie, vader Abraham en Sieneke – ik zie inmiddels het verschil niet meer.

Dat is wat tien jaar populisme Nederland heeft gebracht: alle politiek is symboolpolitiek geworden. Op de voorpagina van deze krant stond van de week een grote foto waarop deeltijdwethouder Joost Eerdmans van Leefbaar Capelle de eerste twee animal cops presenteerde. Het duo bezocht een plaatselijke kudde schapen, waarmee gelukkig niks mis bleek te zijn. Het was landelijk nieuws. Ongeveer tegelijk verklaarde Olof Wullink, nummer vier op PVV-lijst voor de Provinciale Statenverkiezingen in Gelderland, tegen Omroep Gelderland dat „geïmporteerde, exotische” dieren niet thuishoren in de Nederlandse natuur. Daarom moeten Schotse hooglanders terug naar Schotland en konikpaarden zo snel mogelijk retour naar Polen. „Hier hoort onze eigen natuur”, aldus het beoogde Statenlid.

Het is de ziekte die Holland heet. Het is een ziekte waar steeds meer mensen, dat is de paradox, zich wel bij voelen. De onvrede is geen aansporing om de boel beter te maken. De onvrede is tot een excuus geworden om blijmoedig infantiel te kunnen zijn. De constante nadruk op Holland en het Hollandse, op het kleine en het nabije, het invoelbare en het overzichtelijke, heeft de grote, echte wereld tot een lastige bijkomstigheid gemaakt.

Dat heeft gevolgen. De verslaggeving van de opstand in Tunesië en Egypte door de publieke omroep was een aanfluiting. In plaats van nieuwsgaring en beschouwing was er uitzending na uitzending enkel vaag impressionisme. Steeds dezelfde charmante student mocht in steeds dezelfde woorden zijn blijdschap verkondigen. Steeds dezelfde arabisten lieten zich gaan in vrije improvisaties. Ontelbare malen werd de opstand, waarbij bijna vierhonderd doden vielen, vergeleken met een voetbalwedstrijd. Iedere serieuze duiding ontbrak. Erger – het besef dat er zoiets als serieuze duiding bestaat, leek te ontbreken. Het is ook lastig beschouwen wanneer je je eigen kleine belevingswereld tot de maat van alle dingen hebt verklaard.

Ook na de pijnlijke onthulling van Kassa blijft Vodafone zijn hollandsnieuwe-spotjes gewoon uitzenden. Dat verbaast me niets. In het roerige Egypte voelde het telecommunicatiebedrijf de stemming verkeerd aan – in Nederland des te beter.