Make rock, not war!

Guitar Hero is een perfecte manier om de popmuziek tot in zijn uithoeken te verkennen. Maar de fabrikant liet vorige week weten dat er geen nieuwe versies van het spel komen. Frank Provoost vindt dat een zware slag voor de kennis van de canon van de rock. Guitar Hero moet blijven!

Daar sta ik dan, in mijn mouwloze spijkerjack, met scherpe spikes en studs rond mijn polsen. Halverwege ‘Search And Destroy’ van The Stooges, een nummer dat ik normaal gesproken nog na anderhalf krat bier kan dromen, begint het publiek me uit te joelen. „BOEHOE!” Terwijl ik – glijdend op mijn knieën – nog volop aan het soleren ben, stopt ook de rest van de band met spelen. Pas als ik het headbangen staak, zie ik hun verbijsterde blikken. Uit mijn gitaar klinkt enkel nog wat zielig, vals geknars. Dan flitsen witte letters in beeld, als een virtuele podiumhaak: Song failed.

Dit is mijn ergste nachtmerrie. Twintig jaar podiumervaring – van boven op het biljart in Café Centraal (Breskens) tot een stampvolle Melkweg (Amsterdam) – hebben niet geholpen. Nimmer heb ik zo’n verschrikkelijke vernedering ondergaan als in dit computerspel: Guitar Hero.

Zoon Mees (9) komt me troosten, maar heeft het bij nader inzien toch vooral op mijn Gibson gemunt: door mijn nederlaag is hij nu namelijk aan de beurt. Sil (5) moedigt zijn broer aan: „Je moet ‘Strutter’ spelen van Kiss! Dat is een leuk liedje!” Het hele weekend branden we onze vingers aan razende racepartijen van Dick Dale, Thin Lizzy en Nirvana.

Maar helaas: er komt een einde aan deze interactieve spoedcursus rockgeschiedenis voor het hele gezin. Vorige week maakte fabrikant Activision bekend met Guitar Hero te stoppen. Door tegenvallende inkomsten verschijnen er geen nieuwe versies meer. Sterker nog: het deel dat al in productie was, is teruggetrokken.

Voordat ik uitleg waarom dat doodzonde is, eerst een bekentenis. Eerlijk gezegd heb ik het helemaal niet op games. Ik ben van het ouderwetse type dat vindt dat je beter buiten kunt spelen dan op de bank haen met een controller in je hand. Mijn enige game-ervaringen waren noodgedwongen slappe surrogaten: Tony Hawk Skateboarding (ter compensatie van het gebrek aan talent en de daaraan overgehouden gebroken enkel) en Cool Boarders (wegens gebrek aan sneeuw en Hollandse bergen).

Maar de cijfers bewijzen dat ik een uitzondering ben. De game-industrie is de grootste vermaaksbusiness ter wereld. In 2009 bedroeg de omzet 52,5 miljard dollar (vijfmaal die van Hollywood). Ook hier geldt de oude journalistieke stelregel if it bleeds, it leads als graadmeter voor succes. Een van de populairste spellen van vorig jaar, Medal of honor, werd door kenners vooral geroemd omdat je er als virtuele Talibaan zo levensecht Amerikanen aan flarden kon schieten.

Nu geloof ik heus niet dat je van zogeheten ‘first person shooters’ een slechter mens wordt. Maar stiekem schreeuwt de ouderwetse ik in mij: ‘Make rock, not war!’ Als je dan toch achter de spelcomputer duikt, kun je maar beter de rockcanon in je vingers krijgen, in plaats van je medemens overhoop te knallen.

Want een canon biedt Guitar Hero wel degelijk. Grunge, funk, punk, surf, metal, blues, southern, college rock, new wave, psychobilly – elk mogelijk genre komt voorbij. Hoewel de verplichte rockmastodonten (Stones, Hendrix, Metallica) niet ontbreken, hebben de producenten geenszins de weg van de minste weerstand (en het gemakkelijke geld) gekozen. De veertien delen Guitar Hero zijn allesbehalve do-it-yourself-versies van Arrow Classic Rock.

Sterker nog: wie de muziek op de veertien verschenen delen bekijkt, slaat steil achterover. De mierzoete symphorock van Boston of Kansas wordt bruut afgewisseld met de onbegrijpelijke 15/16-maten-metal van Tool of de chaotische salsahardrock van The Mars Volta. Naast de immer strakgeföhnde tieneridolen van Tokio Hotel schitteren pioniers als MC5, New York Dolls en Dead Kennedys.

De meest voor de hand liggende gitaarklassieker is zelfs verboden, zo blijkt uit de carrièretip die de beginnende gitarist meekrijgt. „Remember: NO STAIRWAY!”

Het is de ongeschreven regel die geldt in alle gitaarwinkels en concertzalen wereldwijd: gij zult nimmer ‘Stairway To Heaven’ van Led Zeppelin spelen. Al kan het er ook mee te maken hebben dat de band als een van de weinige medewerking aan Guitar Hero weigert. Gitarist Jimmy Page vindt dat de jeugd beter een derdehands gitaartje kan kopen om daarop te oefenen.

Ik zou het met hem eens zijn geweest als ik niet onlangs voor 20 euro op Marktplaats zo’n plastic playstationgitaartje op de kop had getikt waarmee je Guitar Hero speelt. Toegegeven, er zitten geen snaren op, maar het correct aanslaan en tegelijkertijd induwen van de vijf gekleurde knoppen vereist dezelfde concentratie en timing als bij een analoge gitaar. Dat maakt je muzikaler dan een potje Grand Theft Auto.

Bovendien zou het derdehands gitaartje van Jimmy Page nooit hebben bereikt wat Guitar Hero wel is gelukt: de jeugd heeft er massaal de classic rock door (her)ontdekt – inclusief alle indie- en undergroundvarianten.

Ook de bands hebben daarvan geprofiteerd. Volgens Activision-topman Bobby Kotick verdiende Aerosmith met de aan hen gewijde versie van het spel meer aan royalty’s dan met welke plaat dan ook. En dat jonge honden en vergeten helden via een enkel nummertje ook nog een grijpstuiver verdienen, is in het weinig lucratieve downloadtijdperk alleen maar meegenomen.

De muziek heeft nieuwe versies van Guitar Hero nodig. Want er komen steeds nieuwe en betere spelcomputers die het dan zonder deze perfecte manier om de rockcanon te spelen moeten doen. Ook missen we de kans om de nieuwe gitaarrockklassiekers van na 2010 op de vijfknoppige gitaar te verkennen. En uit de rijke jaren zeventig zijn er nog veel nummers die op een plek in Guitar Hero wachten.

Er is nog een sprankje hoop. Na de eerdere doodverklaring zei Kotick deze week dat Activision het spel „in de toekomst misschien opnieuw wil uitvinden”. Maar voorlopig moet iedereen zich troosten met de oude versies.

Behalve bij ons thuis dan, want daar is het met Guitar Hero voorlopig game over. Geheel in stijl van ‘Search And Destroy’ gaf Mees zo’n wilde slinger aan zijn gitaar dat de Playstation van de kast naar beneden zeilde… destroyed. Zodra zijn spaarpot het toelaat, spelen we verder.