Havenaar begrijpt de islam niet en is een vijanddenker

Het boekje van Ronald Havenaar waarin hij schrijft dat ik te licht word bevonden, is niet grappig. Veel van wat hij schrijft, ligt voor de hand. De rest is niet onderbouwd of simpelweg onnozel, stelt Martin Bosma.

Een hevig geëmotioneerde Job Cohen viel me gisteren huilend in de armen. Eerlijk is eerlijk, zei hij. „Dit hebben jullie maar mooi bereikt. Proficiat.” Hier was geschiedenis geschreven. In diverse steden vonden oplopen plaats die nog het meest leken op Koninginnedag of de intocht van het Nederlands elftal. Tokkie-autochtonen met tatoeages vielen hoofddoekjes in de armen. Alles was vergeven en vergeten.

Met betraande ogen openden zij nog eenmaal het gratis boekje van Ronald Havenaar, waarvan gisteren op deze pagina het slot werd gepubliceerd. Daar stond het. Ze hadden het al tientallen keren gelezen, maar ze wilden het nog een keer zien en nog een keer. Daar, op pagina twaalf, stond het toch echt: „Zo dienen problemen die de PVV aan de orde stelt serieus te worden genomen.”

Ze konden de woorden niet lezen zonder weer vol te schieten. Dat ze dit nog mochten meemaken – een heuse weldenkende historicus van de Universiteit van Amsterdam (UvA), een vertegenwoordiger van de maatschappelijke elite, die toegeeft dat de PVV een punt heeft.

De kloof is dan toch gedicht. Een oudere mevrouw zei: nu kan ik in vrede sterven. Iemand wees op pagina 11 – de PVV hoeft niet te worden vergeleken met het nationaal-socialisme. Dit was te veel om te verwerken. Het verlossende woord was gearriveerd. Honderdduizenden Nederlanders zijn toch geen nazi’s!

Het was nacht. Toch ging de zon op. Hier en daar herrezen doden, gewoon omdat het kon. Buitenlandse ambassades werden bedolven onder gelukstelegrammen. In Australië eisten Nederlandse immigranten onmiddellijk hun paspoort terug. Vijanden werden vrienden. Rutger belde Vogelaar, Patricia Paay belde Adam Curry, de Moslimbroederschap belde Mubarak, Abdul-Jabbar van de Ven belde Geert, Elsbeth Etty belde een enkeling en Abbas belde Netanyahu. Al die telefoontjes hadden dezelfde strekking: als het daar kan, kan het bij ons ook. Vanaf nu is alles anders. Hoeveel Nobelprijzen zou Ronald Havenaar kunnen tillen?

Snijdt het schotschrift verder nog hout? Niet echt. Ik weet ook wel dat Jacques de Kadt niet één op één loopt met het PVV-programma. Ik heb nooit het tegendeel beweerd.

Nergens bevat het boekje een onderbouwde tegenwerping van de centrale stellingen van mijn boek De Schijn-élite van de Valse Munters. Ik noem er vier:

de massa-immigratie is het gevolg van de revolutie van mei 1968;

het zijn juist de multiculturalisten die extreem zijn;

het multiculturalisme is een cultureel-marxistische ideologie; en

de massa-immigratie is een eliteproject, dat wordt verworpen door de meerderheid van ons volk.

De UvA-man toont zich een islamonnozelaar. De islam vormt geen bedreiging, want het kent geen machtscentrum, fantaseert Havenaar. Dat is goed nieuws voor de duizenden christenen die elk jaar worden vermoord of doodgemarteld, of voor de Joden die Europa verlaten, of voor de homo’s die wegtrekken uit onze geïslamiseerde steden. Het is ook leuk om te weten dat eeuwen van verovering en vernietiging door de islam mogelijk waren, maar nu niet meer.

De islam heeft overigens wel degelijk een machtscentrum. Het heet Koran, het ongecreëerde woord van Allah, die zich niet kan vergissen. Het boek staat vol harde aanwijzingen. Die staan daar niet voor niets, meneer Havenaar. Ze leiden al eeuwen tot oorlog en massamoord.

Hoe weet u zo zeker dat onze beschaving in staat is om de islam te weerstaan? Het Westen heeft het multiculturalisme uitverkoren als leidende ideologie. Dat is niet bepaald iets om op terug te vallen als je wordt geconfronteerd met een vastbesloten opponent. Heel wat andere beschavingen gingen voor de bijl. Ik zou zeggen – praat eens met een Kopt, een Aramees of een Armeniër.

Havenaars boekje bevat verder een verzameling wegzetteksten die je zelfs in de hoofdredactionele commentaren van NRC Handelsblad zelden nog tegenkomt. PVV’ers hebben rancune, exploiteren de afkeer van moslims, zijn populistisch en zeggen dingen alleen omdat het volk die graag hoort. Gaap, gaap. Martin Bosma is een vijand, vindt Havenaar. Ik klets uit mijn nek, ben voddig en een half-intellectueel. Ik dacht dat vijanddenken niet mocht, van het weldenkende deel der natie. Dat geldt blijkbaar alleen voor moslims, niet voor PVV’ers.

Hoe durft die Bosma in zijn boek Hitler aan te duiden als een socialist, wanhoopt Havenaar. Na het afronden van het boek kwam ik volop nieuw materiaal tegen dat mijn stelling ‘Hitler was een socialist’ nog steviger onderbouwt, bijvoorbeeld het PvdA-blad Socialisme & Democratie uit 1996. Daar lezen we dat de populariteit van Hitler was gebaseerd op het vertrouwen dat de Duiters in hem hadden om „een Volksgemeinschaft te ontwikkelen waarin een socialisme op nationale basis zou worden opgebouwd. In de verkiezingspropaganda van de nazi’s speelde dit perspectief een veel grotere rol dan het anti-semitisme.”

De auteur? Ronald Havenaar.

Martin Bosma is Tweede Kamerlid (PVV).

    • Martin Bosma