Goede recensie kost toneelbezoeker geld

Ondernemerschap is een van de steekwoorden van dit kabinet, als het gaat om de toekomst van de kunsten. In de kunstwereld zelf is creatief ondernemen al langer een trend. De Stadsschouwburg Amsterdam begon vorig jaar een experiment met variabele prijzen voor de kaartjes, per voorstelling. Een experiment dat wegens succes wordt verlengd en uitgebreid.

De entreeprijs voor Richard III van muziektheatergezelschap Orkater werd duurder naarmate meer plaatsen waren verkocht. Op die manier werd de bezoeker met lef beloond voor zijn vroege belangstelling voor de voorstelling waar uiteindelijk een run op kwam. Als een percentage (eerst een kwart, dan de helft) van de zaal vol was, werd de maximumprijs verhoogd van 32,50 naar uiteindelijk 40 euro. De voorstellingen waren uitverkocht.

In het vervolg zal de prijs van kaartjes niet alleen variëren naarmate de zaal voller is, maar ook naar de verwachte populariteit van een voorstelling. „Bijvoorbeeld: bij een stuk met goede recensies, gaat de prijs omhoog”, zegt directeur Melle Daamen van de Stadsschouwburg. „Amsterdammers zijn recensiegevoelig.” Ook het tijdstip wordt bepalend voor de prijs: een matineevoorstelling kan goedkoper zijn dan dezelfde voorstelling op vrijdagavond.

Bij de herneming van Richard III dit jaar wordt de maximumprijs 49 euro. Ook de voorstellingen van Toneelgroep Amsterdam zullen variabele prijzen hebben.

Daamen kwam op het idee van variabele prijzen tijdens een bezoek aan New York. „Daar kennen ze al langer het systeem van ‘dynamic-pricing’. De reisbranche is er natuurlijk al langer mee bezig. Transavia was reuze geïnteresseerd en heeft me een beetje geholpen het systeem waar we nu mee gaan werken te verfijnen.”

Daamen vindt dat er wel een maximum is aan wat hij voor een kaartje kan vragen. „We zijn een publieke instelling die toegankelijk moet blijven. Ik wil niet zo ver gaan dat we de laatste kaartjes voor 200 euro verkopen.”

Birgit Donker