Frêle Eriksen passt, scoort en verdedigt

Christian Eriksen, de jonge middenvelder van Ajax, was gisteren de grote uitblinker.

Dankzij een sterk spelend middenveld won Ajax met 3-0 van Anderlecht.

Ajax heeft zich gisteravond in de uitwedstrijd tegen Anderlecht nagenoeg verzekerd van een plaats in de achtste finales van de Europa League. Met bij vlagen uitstekend spel overklaste de Amsterdamse club de Belgen met 0-3, een uitstekende uitgangspositie voor de return van volgende week. De jonge Deen Christian Eriksen was met een doelpunt en twee beslissende passes de grote uitblinker.

In de eerste helft kreeg Anderlecht aanvankelijk de beste kansen. Ajax-keeper Maarten Stekelenburg redde knap toen de Anderlecht-spitsen Romelu Lukaku en Matias Suarez alleen op hem afkwamen. Aan de andere kant schoot Mounir El Hamdoui van zestien meter net naast en kwam hij even later een voetlengte tekort om een fraaie voorzet van Lorenzo Ebecilio, verrassend in de basis verkozen boven international Demy de Zeeuw, binnen te tikken. Maar de beste kansen waren voor de thuisploeg. Gregory van der Wiel redde op de doellijn en kreeg de bal even later tegen de hand. Niet opzettelijk, oordeelde de Italiaanse scheidsrechter Rocchi.

Toch was was het Ajax dat, licht tegen de verhouding in, scoorde. Eriksen draaide een hoekschop van links hard in op het hoofd van de volledig vrijstaande Toby Alderweireld, die onberispelijk raak kopte. Eriksen (19) speelde in het begin niet altijd even gelukkig, maar bleef wel altijd efficiënt. Zie hoe hij in de 36ste minuut wegdraaide en in één beweging de bal voorwaarts doorspeelde.

De frêle Deen – door de vorige trainer Martin Jol voorzichtig geïntroduceerd en onder Frank de Boer basisspeler als centrale middenvelder – beheerst het in één keer doorspelen van de bal perfect, is tweebenig en heeft een uitstekend oog voor de juiste positie op het voetbalveld.

Ook verdedigend deed Eriksen wat hij kon. „Er zijn momenten dat je de duels moet winnen, dan doe je de tegenstander pijn”, zei De Boer voorafgaand aan de wedstrijd. In moeilijke wedstrijden, zoals onlangs uit tegen FC Utrecht, werd het Ajax-middenveld nog wel eens overlopen. Gisteren wonnen Eriksen en ook rechtsbuiten Miralem Sulejmani verdedigend belangrijke duels. Met Eyong Enoh en Jan Vertonghen beschikt Ajax sowieso al over uitstekende balveroveraars.

Anderlecht, tegen Nederlandse clubs al tien keer ongeslagen in Europees verband, kon op het middenveld weinig tot niets inbrengen. De Brusselse club, die in het verleden opviel met geweldige spelmakers als Ludo Coeck, Juan Lozano en Enzo Scifo, moest het hebben van lange ballen van achteruit. Voorin was het wachten op ingevingen van Mbark Boussoufa, die ooit in de Ajax-jeugd speelde. Maar in de eerste helft viel ‘de prins van het Astridpark’ vooral op door een overtreding uit frustratie op Daley Blind, die hem een gele kaart opleverde.

Zes minuten na rust leek Boussoufa, de voormalige koning van het Bataviaplein in Amsterdam-Oost, de wedstrijd toch te kantelen. Na een voorzet van de verder onzichtbare Lukaku lokte hij slim een strafschop uit in een duel met Enoh. De Pool Marcin Wasilewski schoot de bal echter hoog over.

Vlak na de gemiste penalty besliste Ajax de wedstrijd. Door perfect positiespel kon Alderweireld met een lange pass Eriksen bereiken in het hart van de Belgische verdediging. Eriksen passeerde rustig de keeper en knalde met links hard raak: 0-2. Een doelpunt dat in de verte deed denken aan de manier waarop Jari Litmanen in 1994 werd vrijgespeeld om te scoren in het uitduel tegen AC Milan.

Anderlecht kon weinig meer doen dan samenklonteren voor het eigen doel, maar de Ajax-aanvallen volgden elkaar in deze fase op. El Hamdoui miste een grote kans, maar was wel trefzeker toen Eriksen hem even later vrij voor de keeper zette. Voorafgaand aan de wedstrijd stelde Johan Cruijff dat Ajax Boussoufa nooit had mogen laten gaan. Misschien terecht, maar Ajax heeft inmiddels een betere spelmaker uit de eigen opleiding: Christian Eriksen.