Baltsende politici

Het zou kunnen dat premier Mark Rutte nog spijt krijgt van zijn „schoffering van de Kamer”, zoals fractieleider André Rouvoet (ChristenUnie) het typeerde. Tot tweemaal toe weigerde de minister-president gisteravond naar de Tweede Kamer te komen, ondanks een verzoek namens de grootst mogelijke minderheid: 74 van de 150 leden. De voltallige oppositie, inclusief in dit geval de SGP. Het debat werd er zelfs een tijdje voor geschorst, maar ook dat vermocht de premier, die gisteren aanwezig was op een manifestatie van het weekblad Libelle, niet te vermurwen.

De bezuinigingen op het speciaal onderwijs waren het onderwerp van een debat. Zonder twijfel een belangrijk en gevoelig thema. Maar terecht meende de premier dat de minister van Onderwijs, Marja van Bijsterveldt (CDA), de verdediging daarvan wel in haar eentje kon verzorgen. Als bij elk omstreden plan de premier moet opdraven om de vakminister bij te staan en vragen van de Kamer te beantwoorden, is het einde zoek, zal Rutte hebben gedacht. Tenslotte zullen er, op basis van het regeerakkoord, nog vele, soms pijnlijke maatregelen aan de volksvertegenwoordiging worden voorgelegd – zij het verreweg de meeste pas ná de Provinciale Statenverkiezingen van 2 maart.

Niettemin doet VVD’er Rutte er wijs aan, als ‘premier van alle Nederlanders’, de oppositie niet onnodig te bruuskeren. Juist omdat zijn gedoogpartner PVV zich maar op een beperkt aantal terreinen met het regeerakkoord heeft verbonden, zal het kabinet voor realisering van zijn plannen regelmatig op andere fracties zijn aangewezen. D66, GroenLinks en ChristenUnie zullen, zoals inzake ‘Kunduz’, niet telkens de VVD/CDA-coalitie aan een meerderheid helpen. En het is maar de vraag of wraakzucht of afkeer bij sommige Kamerleden straks niet zwaarder zal wegen dan het inhoudelijke oordeel over kabinetsvoorstellen.

Niettemin moet de eis van de oppositie om de premier naar ’s lands vergaderzaal te noden worden gezien in het licht van de verkiezingstijd die is losgebroken. Het theatrale element dat bij debatten hoort, krijgt dan vanzelf meer ruimte. Het is twijfelachtig of de oppositie ook in een andere periode zo luidruchtig om de aanwezigheid van de premier had gevraagd.

Kabinetsleden doen overigens niet minder aan baltsgedrag tegenover de kiezers. Bewindslieden als Opstelten en Kamp (VVD), Leers en Verhagen (CDA) maken vrijwel dagelijks melding van een krachtig klinkend voornemen en er kan dezer dagen maar weinig nieuw asfalt worden neergelegd zonder dat de minister van Infrastructuur haar vlag erbij plant. Na 2 maart wordt het rustiger, tenminste, als de verkiezingsuitslag dat toelaat.