'Broeders zijn er voor alle Egyptenaren'

De Moslimbroeders willen zich omvormen tot een politieke partij. Niet iedereen heeft daar een goed gevoel bij.

De jongeman die bij het heropende KFC-filiaal op het Tahrirplein staat te wachten, beantwoordt niet meteen aan het schrikbeeld dat het Westen voor ogen heeft wanneer de Egyptische Moslimbroeders ter sprake komen. Met zijn gemillimeterd baardje en geruit truitje ziet Ibrahim al-Houdaiby eruit als braafste jongetje van de klas. Maar schijn bedriegt: „Ik dacht niet dat het in mij zat”, zegt hij, „maar de voorbije weken op het Tahrirplein ben ik een straatvechter geworden. Ik gooide niet zomaar met stenen; ik gooide om te raken.”

Enkele jaren geleden was al-Houdaiby een rijzende ster binnen de Moslimbroeders. Hij was eindredacteur van Ikhwanweb.com, de website van de Moslimbroeders, op een moment dat een nieuwe garde – noem ze de Jonge Broeders of de Bloggende Broeders – de oudste islamitische beweging ter wereld nieuw elan wilde geven. Zijn overgrootvader Hassan was de opvolger van stichter Hassan al-Banna en grootvader Ma’amoun stond aan het hoofd van de beweging tot zijn dood in 2004.

Nu is al-Houdaiby een ex-Broeder. Over de reden blijft hij vaag: „Ik blogde heel kritisch over de Broeders; het werd een belangenconflict.” Veel jonge Broeders waren echter ontgoocheld na de interne verkiezingen van 2008, die van de Moslimbroeders opnieuw een conservatieve, in zichzelf gekeerde beweging hadden gemaakt. Juist terwijl een groeiende groep anderen wilde dat de Broederschap een actievere politiek rol ging spelen. Die tweespalt, zegt al-Houdaiby, is versterkt door de opstand, waar het leiderschap aanvankelijk afwezig was.

Toen de opstand uitbrak, keek het leiderschap de kat uit de boom. Tegelijkertijd voegden tal van ongeduldige, vooral jonge Broeders zich uit eigen beweging bij de betogers op het Tahrirplein. „Ze deden dat omdat zij jong en Egyptenaar waren, eerder dan omdat zij Broeders waren”, zegt al-Houdaiby. „Ze ageerden tegen het systeem, en ik denk dat ze het leiderschap van de Moslimbroeders als een deel van dat systeem zagen.”

Hossam Tammam, expert in islamitische bewegingen en net zoals al-Houdaiby een oudgediende van Ikhwanweb.com, volgt deze redenering slechts gedeeltelijk. „Er is geen splitsing in de Moslimbroederschap”, zegt hij. „Het is waar dat het leiderschap op 25 januari er niet bij was: ze dachten dat het weer een betoging was. Maar op 28 januari is dat veranderd. Vanaf dat moment was er de overtuiging dat de Moslimbroeders moesten meedoen aan de opstand, zij het als individuen en niet als beweging.”

De reden voor dat laatste was simpel. Onder Mubarak werden de Moslimbroeders afwisselend gedoogd en onderdrukt. Zo mochten ze wel meedoen aan de verkiezingen van 2005 als onafhankelijke kandidaten maar niet als partij omdat die verboden bleef. Toen die kandidaten in de eerste rondes 20 procent van de stemmen gingen behalen, reageerde Mubarak met verkiezingsfraude en een golf van arrestaties. „Er was het besef dat als de opstand mislukte, de Moslimbroeders de prijs zouden betalen”, zegt Tammam.

Niemand ontkent de rol die de Broeders hebben gespeeld op het Tahrirplein. Journalisten leerden hen kennen als de uiterst vriendelijke jongemannen die papieren en tassen checkten. „Zonder hen waren we allemaal afgeslacht”, zegt al-Houdaiby. „Zij waren de enigen die in staat waren tot enige organisatie. De verdedigers op de barricades bestonden zeker voor 30 procent uit Moslimbroeders.”

Deze week kondigden de Moslimbroeders aan dat zij zich gaan omvormen tot politieke partij zodra een geamendeerde grondwet dat toelaat. Ze willen meedoen aan parlementsverkiezingen maar nog niet aan de presidentsverkiezingen. Het is een gigantische stap voor de beweging en ze zal er ongetwijfeld door getransformeerd worden. „Sinds 80 jaar doen wij aan politiek als individuen”, zegt Essam al-Erien, een vooraanstaand leider van de Broeders. „Nu is het tijd dat we ons gaan organiseren als politieke partij. Daar komt een hoop bij kijken.”

Dat Al-Erien, die tot het kamp behoorde dat een grotere politieke rol nastreefde, de laatste tijd steeds vaker het woord voert, zegt mogelijk iets over de veranderde krachtsverhoudingen binnen het leiderschap. In ieder geval lijkt al-Erien, net zoals al-Houdaiby, overtuigd van het heilige vuur dat op het Tahrirplein is ontstaan.

„Op 25 januari is een nieuw Egypte geboren en het is onze plicht ervoor te zorgen dat de dynamiek van Tahrir blijft voortduren”, zegt hij. „Natuurlijk hebben wij onze principes maar wij willen ons nu richten tot alle Egyptenaren, met inbegrip van de christenen die wij uitnodigen om lid te worden. De religieuze tegenstellingen zijn verleden tijd; het was Mubarak die ons tegen elkaar heeft opgezet. Wat wij nu nodig hebben, is een echte democratie.”

Dat klinkt allemaal heel mooi maar de Moslimbroeders blijven tot nader order wel een islamitische beweging. Al-Erien blijft voorstander van de sharia, de islamitische wetgeving, op voorwaarde natuurlijk „dat een meerderheid in het parlement daarmee instemt”.

Niet iedereen heeft daar een goed gevoel bij. Een koptische mensenrechtengroep protesteerde deze week fel tegen de aanwezigheid van de Moslimbroeders in het comité dat de grondwet moet amenderen, terwijl de christenen, die 10 procent van de bevolking uitmaken, niet als dusdanig vertegenwoordigd zijn. „Dat is een verraad aan de revolutie, waarin koptisch en moslimbloed vermengd raakten”, aldus de groep.

Miral Brinji, een 26-jarige Tahrir-activiste en moslim, zegt dat het haar de stuipen op het lijf jaagt als ze de Moslimbroeders over de sharia hoort praten. „Ik heb ook gezien hoe de Moslimbroeders op het Tahrirplein de samenhorigheid die daar ontstaan is hebben omarmd, en ik weet dat ze een grote rol hebben gespeeld in de opstand. Maar niet alle Moslimbroeders waren met ons op het plein.”