Lekker naar buiten als het -10 is?

Vrijdag trekt Nederland er weer massaal op uit om te gaan skiën of snowboarden.

Alle ergernissen over skibrilsilhouetten, suffe gehuchten en dj Ötzi op een rij.

Illustratie Nozzman
Illustratie Nozzman

In de krokusvakantie, die vrijdag begint, gaan we weer massaal met z’n allen gezellig naar Val Thorens, Kirchberg en Saalbach-Hinterglemm. Even een weekje ertussenuit om ‘lekker actief bezig te zijn’ en ‘te genieten van de buitenlucht’. Maar wintersport is de hel. En daar zijn negen redenen voor.

1Het tragische lot van een slecht idee. Een goed idee is het halve werk. En dat is al precies waar het misgaat met wintersport. Een week lang sporten. En dan niet een uurtje, nee, de hele dag. Je gaat toch ook niet een week lang elke dag de hele dag door bowlen?

2De hypocrisie van sneeuw en kou. Sneeuw; als het twee dagen in Nederland op straat ligt heeft iedereen er schoon genoeg van. Maar zodra het op een berg in het Alpengebied ligt, kunnen we er opeens allemaal van genieten. Het is hetzelfde als naar Londen gaan, om met z’n allen in een regenplas te gaan stampen. Daarbij: je hoeft niet de hele dag buiten te zijn als het -10 is. Daarvoor zijn huizen en kachels uitgevonden.

3De stress vooraf. Zal er wel genoeg sneeuw liggen? Zal het weer wel goed zijn? Straks is het alleen maar slecht weer en kunnen we niet skiën. Hadden we toch niet naar Val d’Isère moeten gaan? Waarom wilde je eigenlijk naar dat rare dorp met die onuitspreekbare naam? Heb ik wel een goede reisverzekering afgesloten? Dekt hij ook wel de gipsvlucht? Ik zal toch niet op een gipsvlucht moeten?

4De stress op locatie. Zal er morgen nog wel genoeg sneeuw liggen? Zal het weer morgen wel lekker zijn? Aangevuld met vragen als: zal die vent op dat snowboard alsjeblieft wel op tijd stoppen? Kan ik alsjeblieft levend van deze berg afkomen?

5De wintersport-smile. De zelfgenoegzame lach waar mensen mee aan komen skiën of snowboarden.

6De irritante mensen met hun wintersport-smile die doen alsof ze één met de natuur zijn. Op wintersport word je omringd door mensen die continu zeggen dat ze het zo prettig vinden om ‘echt even lekker buiten te zijn’, ‘lekker actief bezig te zijn’ en ‘om helemaal weg te zijn, in the middle of nowhere’. Terwijl God toch echt iets anders met the middle of nowhere bedoeld moet hebben. Althans, je weet natuurlijk niet wat zij zien, maar overal waar je kijkt zie je in ieder geval enge mensen in gekleurde pakken die absurd hard op je afkomen met hun wintersport-smile. En die doen alsof het nemen van een skilift een heel alledaagse onderneming is.

7De onhandige combinatie van heel veel sporten en heel veel zuipen. Het enige dat de dagen nog enigszins dragelijk maakt is het vooruitzicht je ’s avonds helemaal vol te kunnen laten lopen om maar even te vergeten tot welke walgelijke vakantie je je ook alweer door je vrienden hebt laten verleiden. Maar ook dat vergeten is er niet bij. Want dat drinken gebeurt niet gewoon gezellig met je vrienden aan de keukentafel maar in stomme après-skihutten waar we blijkbaar met z’n allen heen gaan. Omdat op wintersport ineens ‘iedereen gelijk is’. En DJ Ötzi ineens iedereens lievelingszanger. Na veel te veel vieze drankjes als glühwein en Flügel moet je de volgende dag natuurlijk wel weer vroeg uit de veren, omdat het anders zonde is van je skipas die toch ook 150 euro kostte.

8Het gevangenschap in een saai oord. Het dorpje dat je hebt uitgekozen mag in de catalogus van D-reizen dan omschreven zijn als een ‘pittoresk dorpje’ met een ‘idyllisch dorpsplein’ waar de plaatselijke bevolking ‘vriendelijk en gastvrij’ is. Het komt er op neer dat je vastzit in een klein suf gehucht met drie terrassen en veertien skiverhuurbedrijven waar verder geen reet te doen is. De bevolking kan dan wel heel erg gastvrij zijn, maar het punt is dat deze dorpjes doorgaans helemaal geen bevolking hebben omdat het uit de grond gestampte toeristenoorden zijn. Het enige wat dus rest is op de bank een boek gaan lezen. Maar ook dat is geen feest omdat je op wintersport bent en dus in zo’n stom zogenaamd idyllisch chalet zit waar alle banken van hout zijn. Omdat het dan net lijkt of de plaatselijke bevolking er ooit heeft gewoond. De plaatselijke bevolking heeft zeker nooit spierpijn gehad.

9Het brandmerk achteraf: de bril. Achteraf zul je nog wekenlang geconfronteerd worden met je stompzinnige onderneming omdat, hoe goed je je ook hebt ingesmeerd met zonnebrandcrème factor 30, en hoe braaf je je skibril ook hebt afgezet tijdens de lunch, je toch altijd een silhouet van een bril overhoudt. Het enige fijne voor niet-wintersporters is dat je zo precies weet wie je op je werk moet vermijden om de zinsnede ‘er lag echt heel dikke sneeuw’ dit jaar te vermijden.

Fanny van de Reijt is freelancejournalist.