Geen spatje spijt, wel zwembaden en massages

Veel afgezette dictators leiden in ballingschap een voor hun doen sober bestaan.

Schuldgevoel over hun daden hebben ze nooit, wel heel veel zelfmedelijden.

Duitsland, Montenegro en de Arabische Emiraten worden al genoemd.

Meteen na het aftreden van Hosni Mubarak begonnen de geruchten over de bestemming die de oud-dictator zal kiezen voor een bestaan als balling. Voorlopig zit het voormalige Egyptische staatshoofd, dat volgens geruchten ook ziek zou zijn, nog in zijn paleis in de Egyptische badplaats Sharm el-Sheikh. De Tunesische president Zine al-Abidine Ben Ali kwam na zijn vlucht vorige maand terecht in Saoedi-Arabië, een land dat wel vaker ex-dictators liefdevol heeft opgenomen.

Over het leven van afgezette leiders in ballingschap schreef de Italiaanse journalist Riccardo Orizio een boek: Talk of the Devil. Hij begon een vaak maandenlange zoektocht naar oud-dictators en interviewde spraakmakende figuren als Idi Amin, Jean-Bédel Bokassa en Jean-Claude Duvalier. Dictators in ballingschap, zegt hij in een telefonisch interview, hebben in hun gastland vaak een eenvoudig bestaan, voor hun doen althans. Sommigen leiden zelfs een leven vergelijkbaar met dat van een gepensioneerde met een bovenmodaal inkomen, dat schril afsteekt tegen de pracht en praal die ze gewend waren.

Idi Amin, de beruchte ex-leider van Oeganda, dook in eerste instantie onder in Libië. Toen de Libische leider, kolonel Moammar Gaddafi, daar genoeg van had, ontfermde de Saoedische koninklijke familie zich over hem. Hij betrok samen met zijn familie een villa in het redelijk mondaine Jeddah, waar hij, zo vertelt Orizio, zijn tijd verdeelde over sportscholen, massagesalons, zwembaden en restaurants en theehuizen van luxe hotels. De ‘slachter van Afrika’ stierf ook in Jeddah, in 2003.

De dictators die de Italiaan sprak hadden vooral veel medelijden met zichzelf. Ze vinden dat ze, op misschien een paar kleine foutjes na, niets verkeerd hebben gedaan en dat ze de ballingschap niet verdienen. Een enkeling raakt aan de drank, zoals de Ethiopische ex-president Mengistu Haile Mariam, die in Harare, de hoofdstad van zijn gastland Zimbabwe, een serieus drankprobleem ontwikkelde. Allemaal denken ze na over wat had kunnen gebeuren als ze niet waren afgezet.

„Geen van de dictators die ik sprak toonde ook maar enige vorm van berouw”, zegt Orizio. „Ze reageren bovendien verheugd als ze vernemen dat hun land in een even slechte staat verkeert of er slechter aan toe is dan toen zij aan de macht waren. Daar putten ze troost uit. De weinige keren dat ‘Baby Doc’ Duvalier [die 25 jaar in Frankrijk leefde] lachte, was als hij op tv of in de kranten las hoe slecht het met Haïti gaat zonder hem.” Ook Mengistu volgde het nieuws en zei dan: „Het was zo slecht nog niet toen ik aan de macht was.”

Waarom de ene dictator naar Hawaï gaat terwijl de andere in Europa wordt geduld, heeft verschillende redenen, zegt Orizio. Vaak is dat een besluit van grotere wereldmachten of voormalige bondgenoten. Baby Doc wilde eigenlijk naar de Verenigde State, maar de Amerikanen wilden hem niet hebben. Ze boden wel aan om zijn aftocht te organiseren, naar Frankrijk, dat er geen probleem mee had om hem jarenlang als illegale immigrant te dulden. „Menig dictator is direct na zijn val kosteloos opgepikt door een vliegtuig van de Amerikaanse luchtmacht”, zegt Orizio.

De Tunesische Ben Ali was juist al op weg naar Frankrijk toen hij een half uur voor aankomst te horen kreeg dat hij daar niet welkom was. Saoedi-Arabië leek de enige uitweg. Dat land heeft een lange traditie van het beschermen en verwelkomen van met name islamitische leiders. Dictators als Idi Amin en Ben Ali kwamen onder directe bescherming van de koninklijke familie, vaak worden ze ook voorzien van een royale maandelijkse toelage. Daarbij is Saoedi-Arabië een land dat zich niets aantrekt van wat de rest van de wereld vindt, het heeft ook geen internationale verdragen getekend over uitlevering.

De VS hebben vaak voor Latijns-Amerikaanse leiders gediend als toevluchtsoord. Dat is niet zo gek, zegt Orizio. De oud-dictators uit die regio weten genoeg om de Amerikaanse president in verlegenheid te brengen. Het is handiger om ze in de buurt te hebben, op een plek waar restricties kunnen worden opgelegd. Zoals: niet praten met de pers, geen boeken publiceren, geen politieke activiteiten.

Er is nog iets wat elke oud-dictator in ballingschap wil: terugkeren. „Ze dromen ervan en ze geloven ook dat er een dag komt dat hun volk berouw zal tonen en hen weer in de armen sluit”, zegt Orizio. „Belachelijk zou je zeggen, maar Idi Amin kreeg bijna een staatsbegrafenis in eigen land toen hij overleed, Imelda Marcos is weer politiek actief in de Filippijnen en Duvalier is terug in Haïti. Zo gek is die droom dus niet.”

Met medewerking van Mark Schenkel en Servaas van der Laan.